ECLI:NL:RBAMS:2026:446

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
16 januari 2026
Publicatiedatum
22 januari 2026
Zaaknummer
11712271
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:87 BWArt. 6:96 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheid aannemer voor gebrekkige badkamer renovatie met lekkage en schadevergoeding

In februari 2020 gaf eiseres opdracht aan gedaagde voor de renovatie van haar badkamer, inclusief het plaatsen van tegels, meubels en een inloopdouche. Na oplevering ontstonden vanaf april 2021 vochtplekken in het plafond van de keuken onder de badkamer, veroorzaakt door lekkage. Gedaagde voerde herstelwerkzaamheden uit, maar de lekkage bleef terugkeren.

Deskundigenonderzoek door Van Beek en Polygon concludeerde dat de lekkage voortkwam uit ondeugdelijk aangebrachte kitvoegen, een te laag geplaatste douchegoot en onvoldoende contact van vloertegels met het lijmbed. Gedaagde erkende deels de gebreken, maar stelde dat onderhoud en schoonmaakmiddelen mede oorzaak waren en dat er met instemming van eiseres was gewerkt.

De kantonrechter oordeelde dat gedaagde toerekenbaar tekort was geschoten in de nakoming van de aannemingsovereenkomst, dat hij in verzuim was gesteld en dat eiseres recht had op vervangende schadevergoeding. De herstelkosten van badkamer en plafond werden begroot op €6.577,96, buitengerechtelijke kosten op €703,90 en proceskosten op €1.390,19, alles te vermeerderen met wettelijke rente.

Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van deze bedragen binnen de gestelde termijnen, met uitvoerbaarheid bij voorraad. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €6.577,96 schadevergoeding, €703,90 buitengerechtelijke kosten en €1.390,19 proceskosten met wettelijke rente wegens ondeugdelijke badkamer renovatie.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11712271 \ CV EXPL 25-7378
Vonnis van 16 januari 2026
in de zaak van
[eiseres],
wonende te [woonplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. T.R. Kloezen,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 19 april 2025 met producties,
- het proces-verbaal van de (rol)zitting van 3 juni 2025 waar [gedaagde] heeft verzocht om schriftelijk verweer te mogen voeren en kenbaar heeft gemaakt dat hij daarna prijs stelt op een mondelinge behandeling,
- de e-mail van [gedaagde] van 30 juni 2025 waarin hij een reactie geeft op de dagvaarding, met één bijlage,
- het tussenvonnis van 15 juli 2025 waarbij een mondeling behandeling is bepaald,
- de op 9 oktober 2025 gehouden mondelinge behandeling waarbij beide partijen zijn verschenen en hun standpunt hebben toegelicht,
- de akte overlegging aanvullende bewijsstukken tevens houdende vermeerdering van eis van 16 oktober 2025 met producties van [eiseres] ,
- [gedaagde] heeft niet per antwoordakte gereageerd.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
In februari 2020 heeft [eiseres] aan [gedaagde] opdracht gegeven om haar huis, waaronder de badkamer, te renoveren. Partijen hebben daartoe een overeenkomst tot aanneming van werk met elkaar gesloten. De renovatiewerkzaamheden aan de badkamer bestonden uit het plaatsen en voegen van nieuwe wand- en vloertegels, het plaatsen van badkamermeubels en het realiseren van een inloopdouche, waarvoor onder meer een tussenwand en een douchegoot moest worden geplaatst. Deze werkzaamheden zijn in 2020 uitgevoerd en [eiseres] heeft het hiervoor overeengekomen bedrag van € 23.500,- aan [gedaagde] betaald. Het werk is in maart 2020 opgeleverd.
2.2.
Op 6 april 2021 heeft [eiseres] bij [gedaagde] melding gemaakt van het ontstaan van vochtplekken in het plafond van de keuken op de begane grond. De keuken bevindt zich direct onder de gerenoveerde badkamer.
2.3.
Op 12 april 2021 heeft [gedaagde] een nieuwe kitlaag aangebracht langs de douchegoot en de schade aan het plafond van de keuken hersteld.
2.4.
Op 7 maart 2024 heeft [eiseres] weer bij [gedaagde] melding gemaakt van een lekkage, opnieuw in het plafond van de keuken.
2.5.
[gedaagde] heeft op deze melding als volgt gereageerd via whats app:
“Zoals je kunt zien is het kitwerk gaan schimmelen. Dit komt door het niet goed schoonmaken / verkeerde “vretende” schoonmaakmiddelen gebruiken. Daarnaast dien je het kitwerk binnen 5 jaar te vervangen, door het dus goed bij te houden kun je een jaar of 2 langer met het kitwerk doen. Advies is dus een kitbedrijf inschakelen om dit probleem op te lossen.”
2.6.
[eiseres] heeft daarop aan Leinster Vastgoedonderhoud & Renovatie (hierna: Leinster) opdracht gegeven om het kitwerk opnieuw aan te brengen en het door vocht beschadigde plafond in de keuken zoveel mogelijk te herstellen. Hiervoor heeft Leinster
€ 381,50 inclusief btw aan [eiseres] gefactureerd dat door [eiseres] is betaald.
2.7.
In verband met het terugkeren van de vochtplekken in het plafond van de keuken heeft [eiseres] zich tot haar opstalverzekering gewend die vervolgens het bedrijf Polygon heeft ingeschakeld. Polygon heeft op twee verschillende momenten onderzoek gedaan naar de oorzaak van de lekkage/vochtproblemen.
In haar eerste bezoekverslag schrijft Polygon onder meer het volgende:
“Conclusie:
Geen lekkages meetbaar en waarneembaar vanuit waterdragend leidingwerk.
De gevolgschade is herleidbaar aan mankementen aan kit, voeg en tegelwerk in de douchehoek op de eerste verdieping. […]
Advies:
Kit, voeg en tegelwerk in de douchehoek op de eerste verdieping dient deugdelijk (proffesioneel, door vaklieden) te worden hersteld/vervangen, waarbij vooraf wand en vloerconstructie geforceerd gedroogd dienen te worden en losse tegels verwijderd dienen te worden. Een droog-technicus kan bepalen welke tegels verwijderd dienen te worden om geforceerde droging toe te passen.
Als de schadelocaties meetbaar droog zijn, kan de gevolgschade deugdelijk worden hersteld en de badkamer waterdicht worden afgewerkt.”
In haar tweede bezoekverslag gedateerd 7 oktober 2024 schrijft Polygon onder meer het volgende:
“Conclusie:
De verkleuring op de schadelocatie is ontstaan door schimmelvorming.
De conclusie van het vorige lekdetectie onderzoek is nog steeds van toepassing, welke de oorzaak betreft van mankementen aan kit, voeg en tegelwerk rond de draingoot in de douchehoek op de eerste verdieping.
Advies:
Kit, voeg en tegelwerk in de douchehoek op de eerste verdieping dient deugdelijk te worden hersteld/ vervangen. Om rond de draingoot een waterdichte kitafwerking te realiseren is het noodzakelijk om het tegelwerk hier op aan te passen. Om toekomstige gevolgschade te voorkomen dient de lijmverbinding van de afvoer onder de wastafel in de badkamer, deugdelijk door een loodgieter te worden hersteld. Als de schadelocatie meetbaar droog is, kan de gevolgschade deugdelijk worden hersteld.”
2.8.
Bij brief van 21 november 2024 heeft Klaverblad, de rechtsbijstandsverzekeraar van [eiseres] , [gedaagde] namens [eiseres] in gebreke gesteld voor een gebrekkig aangelegde douchegoot met aanhoudende lekkage tot gevolg en [gedaagde] drie weken de tijd gegeven om de gebreken te herstellen.
2.9.
Op 28 november 2024 heeft [gedaagde] telefonisch gereageerd en aangegeven te overwegen het probleem op te lossen dan wel een financiële compensatie aan te bieden. Partijen hebben vervolgens getracht om tot een oplossing te komen wat echter niet is gelukt.
2.10.
Bij e-mail van 16 december 2024 schrijft Klaverblad namens [eiseres] aan [gedaagde] dat hij in verzuim verkeert en dat er een deskundige zal worden ingeschakeld om de gebreken en wijze van herstel te beoordelen en om de hoogte van de schade te begroten.
2.11.
De vervolgens ingeschakelde deskundige van Van Beek expertise (hierna: Van Beek of de deskundige), heeft op 24 januari 2025 ter plaatse onderzoek gedaan, waarbij ook [gedaagde] aanwezig was na hiertoe door Van Beek te zijn uitgenodigd. Het rapport van Van Beek gedateerd 14 februari 2025 luidt voor zover hier relevant:

B. Wilt u puntsgewijs een lijst maken met de door u geconstateerde gebreken?[…]
De wastafel is aangesloten met een flexibele leiding die min of meer in een zwanenhals is
gemanoeuvreerd. Een dergelijke afvoerleiding is echter niet geschikt als sifon onder een wastafel.
Door de ribbels in de leiding kan deze eenvoudig verstopt raken met zeepresten en haren. Daarbij is het dan niet mogelijk om, wat bij een bekersifon wel mogelijk is, de afvoer te reinigen. De wederpartij is het met mij eens en geeft aan dat deze constructie inderdaad gebrekkig is.
Bij de verdere inspectie van de vloer is vastgesteld dat de drain in de natte cel extreem laag is gepositioneerd. Uit diverse metingen is gebleken dat de drain tot l2mm onder het tegeloppervlak is aangebracht. […] Een dermate groot hoogteverschil betekent feitelijk dat de gehele aansluitende tegel boven het niveau van de drain is geplaatst. Dit verschil wordt derhalve niet veroorzaakt door het lijmbed maar was al te zien geweest bij de voorbereidende werkzaamheden. […]
In de installatievoorschriften van Easy Drain, het toonaangevende merk voor wat betreft drains, staat het volgende vermeld: Houdt bij het bepalen van de hoogte van de douchegoot rekening met de egalisatie laag, tegellijm en de tegel(dikte). De drain dient gelijk of maximaal 1 tot 2 mm lager dan de afwerkvloer te liggen. […]
Duidelijk is dat hier niet conform de instructies is gewerkt en hoewel een overbrugging van l2mm afgekit kan worden is dit geen wenselijke situatie. Temeer omdat er geen sprake is van een vlakke kitvoeg maar van een kitvoeg welke onder 45 graden wordt aangebracht en er bij de aansluiting aan de bovenzijde van de tegel maar een minimale rand is. Een dergelijke kitvoeg houdt niet lang stand en in die context is het dan ook niet verwonderlijk dat er eerdere lekkages zijn geweest en de drain al meerdere keren is afgekit. Vanuit technisch oogpunt is een dergelijk hoogteverschil en een dergelijke wijze van afkitten af te keuren. […]
Gebleken is dat de wandtegels voldoen aan de 65% norm zoals deze is vastgelegd in de Uitvoeringsrichtlijn 35-101 van het SKG-IKOB welke toeziet op regulier tegelwerk in binnen toepassingen. Bij de vloertegels is er sprake van een norm van 80% contactoppervlak met het lijmbed en gebleken is dat geen van de in de natte cel geplaatste vloertegels deze norm haalt. Sterker nog; het merendeel van de tegels laat horen dat deze helemaal geen contact (meer) hebben met de onderlaag. Ook de aanwezige wederpartij heeft het resultaat van de tiktest gehoord en bevestigd dat de vloertegels niet deugdelijk zijn aangebracht. De onder de tegels ontstane ruimte door het verkeerd verwerken hiervan, kunnen vollopen met water vanuit de openingen in de kitvoegen. Er zijn geen andere tekenen die hierop duiden, zoals bijvoorbeeld loslatende voegen maar een dergelijke voortgang kan ook niet uitgesloten worden. […]
C. Wilt u in het bijzonder uw oordeel vellen over de draingoot; bent u van mening dat de draingooi te laag is bevestigd met als gevolg dat het onmogelijk/onhaalbaar is de draingoot waterdicht af te kitten, althans dat de locatie van de draingoot ervoor zorgt dat het kit binnen een kortere dan gebruikelijke periode vervangen dient te worden?
Zoals bij onderzoeksvraag B reeds aangegeven is de drain te laag geplaatst en geeft dit een zeer groot risico op lekkage omdat een dergelijk laag geplaatste drain niet goed af te kitten is. Normaliter worden kitvoegen voor een periode van 3 jaar gegarandeerd maar in een dergelijke situatie kan de afdichting, afhankelijk van de belasting, veel eerder bezwijken met alle gevolgen van dien.
D. Wilt u eveneens in uw oordeel de conclusies van Polygon betrekken, die constateerde dat de lekkage herleidbaar is aan de mankementen aan kit,- voeg- en tegenwerk?
Polygon heeft gemotiveerd vastgesteld, na uitvoerig onderzoek, dat de geconstateerde lekkage niet het gevolg is van een gebrek in een aan- of afvoerleiding. Wel is vastgesteld, net zoals door ondergetekende, dat de kitvoegen bij de drain ondeugdelijk zijn en het meer dan aannemelijk is dat de lekkage hierdoor is ontstaan. […]”
2.12.
Per brief en e-mail van Klaverblad namens [eiseres] aan [gedaagde] van 24 februari 2025 is [gedaagde] nogmaals in gebreke en aansprakelijk gesteld voor de (gevolg)schade en ook in de gelegenheid gesteld om de gebreken aan de douchegoot, sifon en vloertegels binnen twee weken te herstellen of zich binnen zeven dagen tot dit herstel bereid te verklaren. Omdat geen reactie werd ontvangen heeft Klaverblad op 3 maart 2025 nog een herinneringsmail gestuurd. Ook hierop heeft [gedaagde] niet gereageerd.
2.13.
Op 12 maart 2025 heeft Klaverblad namens [eiseres] aan [gedaagde] per brief laten weten geen nakoming (herstel van de gebreken) meer te verlangen maar in plaats daarvan aanspraak te maken op vervangende schadevergoeding ten bedrage van € 7.562,90 te betalen binnen zeven dagen. In geval van niet tijdige betaling wordt eveneens aanspraak gemaakt op een te betalen bedrag aan buitengerechtelijke kosten.

3.Het geschil

3.1.
[eiseres] vordert bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis en na wijziging van eis de veroordeling van [gedaagde] :
I. tot betaling van € 6.951,78 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf
19 april 2025;
II. tot betaling van € 864,27 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 april 2025;
III. tot vergoeding van de proceskosten inclusief nakosten te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na de datum van het te wijzen vonnis.
3.2.
[eiseres] grondt haar vordering op het door [gedaagde] jegens haar toerekenbaar tekortschieten in de nakoming van de voor hem uit de tussen partijen gesloten aannemingsovereenkomst voortvloeiende verplichtingen. Als gevolg hiervan heeft zij schade geleden. [gedaagde] verkeert jegens [eiseres] in verzuim en [eiseres] maakt krachtens artikel 6:87 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) aanspraak op vervangende schadevergoeding.
3.3.
[gedaagde] voert verweer. Hij betwist de renovatiewerkzaamheden ondeugdelijk te hebben uitgevoerd. Er is volgens [gedaagde] met eer en geweten gewerkt. Met instemming van [eiseres] zijn er bepaalde keuzes gemaakt ter voorkoming van extra kosten, zoals het plaatsen van tegels over tegels in plaats van het eerst verwijderen van de oude tegels. De voor- en nadelen van deze keuzes / de risico’s van deze technische keuzes zijn met [eiseres] besproken.
Er is geen sprake van opzettelijk of door nalatigheid gemaakte fouten. Eventuele schade lijkt eerder of mede voort te vloeien uit verwaarlozing van goed onderhoud of gebruik van te agressieve schoonmaakmiddelen dan uit het door [gedaagde] gebrekkig of ondeskundig uitvoeren van de renovatiewerkzaamheden. Het is normaal dat een kitrand om de vijf jaar vervangen moet worden. Verder is de omvang van de gevorderde herstelkosten disproportioneel hoog, aldus steeds [gedaagde] .
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
[eiseres] stelt dat er sprake is van drie gebreken aan de door [gedaagde] verrichte werkzaamheden in het kader van de aan hem opgedragen renovatie van haar badkamer. [eiseres] heeft daar onderzoek naar laten verrichten door een deskundige: Van Beek. Van belang is dat [gedaagde] bij het onderzoek door die deskundige betrokken is geweest. Om die reden komt veel bewijswaarde toe aan de bevindingen van die deskundige. De kantonrechter zal de door [eiseres] gestelde gebreken achtereenvolgens bespreken.
De sifon
4.2.
De deskundige Van Beek heeft geconstateerd dat de wastafel is aangesloten middels een flexibele leiding die echter ongeschikte is om daar als sifon te worden gebruikt. [gedaagde] betwist dat niet. De kantonrechter gaat daarom ervan uit dat de geleverde en aangebrachte sifon ondeugdelijk is. Dat levert een toerekenbare tekortkoming op.
De drain/douchegoot
4.3.
Volgens de deskundige is de drain niet volgens de voorschriften van de leverancier ervan geplaatst maar te laag aangebracht waardoor er een te grote afstand is ontstaan tussen de drain en de vloertegels welke afstand met kit moet worden overbrugd. [gedaagde] heeft toegegeven dat de drain te laag ligt. De kantonrechter volgt dit oordeel en ook de conclusie dat als gevolg hiervan de kitrand snel loslaat, er dan schimmelvorming en uiteindelijk lekkage kan ontstaan. Aan het verweer dat de badkamer drie jaar niet heeft gelekt gaat de kantonrechter voorbij. Het is aannemelijk dat lekkage pas na verloop van tijd, na het loslaten van de kitrand, ontstaat. Ook aan het verweer van [gedaagde] dat de positie van de drain het gevolg is geweest van bewust door [eiseres] gemaakte keuzes, ter voorkoming van het oplopen van de prijs, gaat de kantonrechter voorbij. [gedaagde] had een dergelijke goedkopere oplossing niet mogen aanbieden indien daarmee de douchgoot niet volgens de instructies van de leverancier geplaatst kan worden. Daarnaast geldt dat [gedaagde] [eiseres] in ieder geval uitdrukkelijk had moeten wijzen op de hiermee gepaard gaande risico’s van het optreden van lekkage door het makkelijker/sneller loslaten van de kitrand. Dat hij deze risico’s wel met [eiseres] heeft besproken heeft [eiseres] uitdrukkelijk betwist. De kantonrechter kan bij gebrek aan bewijs op dit punt daarom niet ervan uitgaan dat [gedaagde] [eiseres] (in voldoende mate) voor deze risico’s heeft gewaarschuwd. Ook de stelling van [gedaagde] dat het loslaten en beschimmeld raken van de kitrand mede is veroorzaakt door gebrek aan onderhoud en/of door het gebruik van te agressieve schoonmaakmiddelen, wat door [eiseres] wordt ontkend, wordt niet gevolgd. De deskundige heeft dat niet genoemd als mogelijke (mede) oorzaak van de schade en bovendien is niet komen vast te staan dat [eiseres] ongeschikte schoonmaakmiddelen heeft gebruikt en/of niet voldoende onderhoud zou hebben verricht.
De kantonrechter concludeert daarom dat de drain niet deugdelijk door [gedaagde] is aangebracht. Ook dat levert een toerekenbare tekortkoming op.
De vloertegels
4.4.
Zowel de deskundige als eerder al Polygon hebben geconstateerd dat met name de vloertegels niet op de juiste wijze zijn aangebracht, nu deze onvoldoende contact maken met het lijmbed en de ruimte eronder vervolgens kan vollopen met water vanuit openingen in de kitvoegen. [gedaagde] betwist de uitkomst van de door Van Beek uitgevoerde tiktest niet. Ook de kantonrechter gaat er daarom vanuit dat de vloertegels onvoldoende contact maken met de onderlaag/het lijmbed en daarom niet goed zijn aangebracht door [gedaagde] . Daarbij maakt het niet uit of er is getegeld over tegels dan wel of er is getegeld op een onderlaag waarbij eerst de tegels eronder zijn verwijderd. Ook wat betreft het aanbrengen van de vloertegels is daarom sprake van het niet goed uitvoeren van de overeengekomen aanneemwerkzaamheden.
Dat er ook iets mis zou zijn met de wandtegels is onvoldoende gebleken. Hiervan heeft de deskundige Van Beek aangegeven dat deze wel voldoen aan de zogenaamde 65% norm. Hiervoor lijken echter ook geen herstelkosten te worden gevorderd en in de verstuurde ingebrekestellingen (zie hiervoor onder 2.12) zijn ook alleen de vloertegels genoemd.
4.5.
Gelet op het hiervoor overwogene staat voldoende vast dat [gedaagde] wat betreft het aanbrengen van de drain, de vloertegels en de sifon toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de voor hem uit de met [eiseres] gesloten overeenkomst voortvloeiende verplichtingen.
4.6.
[eiseres] heeft [gedaagde] herhaaldelijk in gebreke gesteld en gelegenheid gegeven om tot herstel van de gebreken aan de badkamer en het daardoor beschadigd geraakte plafond in de keuken over te gaan. [gedaagde] is niet binnen de hem gegunde termijnen tot herstel overgegaan en heeft zich ook niet tot herstel bereid verklaard. Dat betekent dat [gedaagde] jegens [eiseres] in verzuim verkeert. [eiseres] heeft vervolgens op 13 maart 2025 een zogenoemde omzettingsverklaring aan [gedaagde] gestuurd. De kantonrechter is van oordeel dat deze omzettingsverklaring terecht is verzonden waardoor [eiseres] zich voor het herstel van de gebreken en de gevolgschade tot een ander bedrijf heeft mogen wenden. Voor de in redelijkheid via dat andere ingeschakelde bedrijf gemaakte en nog te maken herstelkosten is [gedaagde] aansprakelijk.
Omvang van de schade
4.7.
[eiseres] maakt aanspraak op een schadevergoeding van in totaal € 6.951,78. Dit bedrag is als volgt opgebouwd: € 4.179,96 aan gemaakte herstelkosten van de badkamer,
€ 381,50 aan herstelkosten gemaakt door Leinster en € 2.390,32 aan nog te maken herstelkosten van het plafond in de keuken door een stukadoor.
Door Leinster gemaakte kosten
4.8.
De aanvankelijk al door Leinster gemaakte herstelkosten aan het plafond ten bedrage van € 381,50 acht de kantonrechter toewijsbaar. Tegen (de omvang van) deze schadepost heeft [gedaagde] geen verweer gevoerd.
Herstelkosten badkamer
4.9.
Na de mondelinge behandeling heeft [eiseres] op verzoek van de kantonrechter de facturen van de herstelkosten van de badkamer en een specificatie van de werkzaamheden overgelegd. Volgens de overgelegde facturen heeft herstel € 4.179,96 gekost. [gedaagde] heeft niet meer gereageerd op de bij akte overgelegde facturen, specificatie en foto’s. Dit bedrag aan herstelkosten, dat het door Van Beek al begrote bedrag aan herstelkosten benadert, acht de kantonrechter niet onredelijk hoog. Het op dit punt gevorderde bedrag van
€ 4.179,96 waarvoor [gedaagde] aansprakelijk is, zal worden toegewezen en moet door [gedaagde] aan [eiseres] worden betaald.
Herstel van het plafond
4.10.
[eiseres] heeft bij akte foto’s overgelegd van het beschadigde plafond in de keuken. Hierop zijn niet alleen kringen in het plafond te zien maar ook dat het stucwerk zelf ten gevolge van de lekkage beschadigd is geraakt en los heeft gelaten. Een door [eiseres] geraadpleegde stukadoor bevestigt per e-mail van 16 oktober 2025 dat het beschadigde gedeelte helemaal behandeld/tot het beton afgestoken moet worden en dat het dus niet mogelijk is om de plek zelf bij te werken nu het spackwerk betreft. De kantonrechter is van oordeel dat [eiseres] niet alleen aanspraak kan maken op vergoeding van het opnieuw schilderen van het plafond maar ook van het opnieuw moeten stukadoren ervan. [eiseres] heeft ter onderbouwing van de hoogte van de te maken herstelkosten twee offertes opgevraagd en in het geding gebracht. De kantonrechter acht het laagst geoffreerde bedrag aan herstelkosten toewijsbaar, te weten een bedrag van € 2.016,50. Ook voor dit bedrag is [gedaagde] jegens [eiseres] aansprakelijk.
Slotsom ten aanzien van de schade
4.11.
Het voorgaande betekent dat gedaagde een totaalbedrag aan herstelkosten van
€ 6.577,96 (€ 4.179,96 + € 381,50 + € 2.016,50) aan [eiseres] zal moeten betalen en daartoe zal worden veroordeeld, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van dagvaarding zoals gevorderd.
Buitengerechtelijke kosten
4.12.
[eiseres] maakt daarnaast aanspraak op een bedrag van € 864,27 aan buitengerechtelijke kosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel
6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat de [eiseres] voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief. De kantonrechter zal het bedrag dan ook toewijzen tot het wettelijke tarief ad € 703,90, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente.
Proceskosten
4.13.
Nu [eiseres] in deze procedure gelijk krijgt en [gedaagde] ongelijk, moet [gedaagde] de proceskosten van [eiseres] vergoeden die als volgt worden begroot:
-kosten dagvaarding € 150,69
-betaald griffierecht € 257,00
-salaris gemachtigde € 847,50 (2,5 punten x tarief € 339,-)
-nakosten
€ 135,00
Totaal € 1.390,19
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten is als hierna vermeld toewijsbaar.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van € 6.577,96 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 april 2025 tot aan de dag van voldoening;
5.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 703,90 aan buitengerechtelijke kosten te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoelt in artikel 6:119 van Pro het Burgerlijk Wetboek daarover vanaf 19 april 2025 tot aan de dag van voldoening;
5.3.
veroordeelt [gedaagde] in proceskosten van € 1.390,19 te betalen vinnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] ook de kosten van betekening betalen;
5.4.
veroordeelt [gedaagde] in de wettelijke rente als bedoelt in artikel 6:119 van Pro het Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
5.5.
wijst af het meer of anders gevorderde;
5.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.C. van Harmelen, kantonrechter, bijgestaan door mr. C.L. de Rijke, griffier en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2026