Op 14 en 18 december 2024 mishandelde verdachte zijn zus en broer in Amsterdam-Zuidoost. Op 14 december sloeg hij zijn zus in het gezicht. Op 18 december maakte hij met een mes stekende bewegingen richting zijn zus en raakte in een worsteling met zijn broer en zus, waarbij beiden snijwonden opliepen. Tevens bedreigde hij zijn zus met de woorden 'ik steek je dood'.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het primair ten laste gelegde op 18 december wegens onvoldoende bewijs van opzet op zwaar letsel, maar achtte het subsidiair ten laste gelegde bewezen. De mishandelingen en bedreiging werden bewezen verklaard op basis van verklaringen van slachtoffers, politie en verdachte zelf.
De rechtbank hield rekening met een langdurig familieconflict over mantelzorg, de ernst van de feiten en het feit dat verdachte geen strafblad heeft. Gezien de omstandigheden legde de rechtbank een geheel voorwaardelijke taakstraf van 120 uur met een proeftijd van één jaar op. Het mes werd verbeurd verklaard.
De straf weerspiegelt de ernst van de mishandelingen en bedreiging, maar ook de context van het conflict en de afwezigheid van recidive. De taakstraf is gekoppeld aan een proeftijd en vervangende hechtenis bij niet-naleving.