ECLI:NL:RBAMS:2026:4418
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke toewijzing betaling buitengerechtelijke kosten rechtsbijstand na verkeersongeval
Op 25 augustus 2020 raakten twee eisers betrokken bij een kettingbotsing in Amsterdam, waarbij hun voertuig van achteren werd aangereden. De verzekeraar Allianz erkende aansprakelijkheid, maar er ontstond een geschil over het causaal verband tussen het ongeval en de gezondheidsklachten van de eisers, mede na een deskundigenrapport dat dit verband ontkende.
De eisers vorderden betaling van openstaande buitengerechtelijke kosten van rechtsbijstand via een deelgeschilprocedure. Allianz betwistte de redelijkheid van deze kosten en stelde dat de schadeafwikkeling was afgerond. De rechtbank oordeelde dat het verzoek zich leent voor een deelgeschil en dat de dubbele redelijkheidstoets van artikel 6:96 lid 2 BW Pro van toepassing is.
De rechtbank stelde vast dat de kosten redelijk en noodzakelijk waren, ook na het deskundigenrapport, omdat het geschil over het causaal verband voortduurde en de schaderegeling niet was afgerond. De rechtbank matigde deels de uren en tarieven, onder meer vanwege overlap tussen dossiers en onduidelijkheden in facturen.
Uiteindelijk veroordeelde de rechtbank Allianz tot betaling van circa €7.863 per eiser aan buitengerechtelijke kosten en tot vergoeding van de deelgeschilkosten, waarmee de procedure een bijdrage levert aan het doorbreken van de impasse in de schaderegeling.
Uitkomst: Verzekeraar Allianz wordt veroordeeld tot betaling van circa €7.863 per eiser aan buitengerechtelijke kosten en vergoeding van deelgeschilkosten.