ECLI:NL:RBAMS:2026:441

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
8 januari 2026
Publicatiedatum
22 januari 2026
Zaaknummer
781259
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming en machtiging tot levering woning bij verstek tegen gedaagde

Eisers hebben een kort geding aangespannen tegen gedaagde wegens het niet nakomen van verplichtingen rondom de levering van een woning. Gedaagde is niet verschenen, waardoor verstek is verleend.

De voorzieningenrechter oordeelt dat de vorderingen van eisers gegrond zijn. Eisers krijgen een machtiging om de woning te leveren als gemachtigde van gedaagde indien deze niet meewerkt aan de levering. Tevens wordt gedaagde veroordeeld tot medewerking aan het passeren van de leveringsakte uiterlijk 12 januari 2026.

Daarnaast wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van een contractuele boete van 3 promille van de koopsom per dag vanaf 24 december 2025 tot aan de levering, een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten van eisers. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot medewerking aan levering woning, betaling boete, incassokosten en proceskosten, met machtiging voor eisers tot levering bij niet-nakoming.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht, voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/13/781259 / KG ZA 26-2 NB/MAH
Vonnis in kort geding van 8 januari 2026
in de zaak van

1.[eiser 1] ,

2.
[eiser 2],
beiden wonende te [woonplaats] ,
eisers bij dagvaarding op verkorte termijn van 5 januari 2026,
advocaat: mr. P.M. Jongeling,
tegen
[gedaagde],
wonende in de [gemeente] op een geheim adres,
gedaagde,
niet verschenen.

1.De procedure

Op de zitting van 7 januari 2026 zijn eisers verschenen met mr. Jongeling. Zij hebben de
- aan dit vonnis gehechte - dagvaarding toegelicht en verzocht vonnis te wijzen. Gedaagde is niet verschenen. Vonnis is bepaald op vandaag.

2.De beoordeling

2.1.
Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen. Het gevraagde verstek tegen gedaagde zal worden verleend.
2.2.
Het gevorderde komt niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen zoals hieronder vermeld in de beslissing. Daarbij is in aanmerking genomen dat eisers met betrekking tot vordering 1 (medewerking levering) ter zitting hebben verklaard de voorkeur te geven aan de machtiging boven de dwangsom. Met betrekking tot vordering 2 (boete) hebben zij verklaard dat de contractuele boete, berekend tot 7 januari 2026, € 36.975,00 bedraagt. De voorzieningenrechter overweegt dat de verplichting tot betaling van deze boete eindigt bij levering van de woning.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter
3.1.
verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagde,
3.2.
veroordeelt gedaagde om uiterlijk op 12 januari 2026 zijn volledige medewerking te verlenen aan het passeren van de akte van levering met betrekking tot de woning aan het [adres] (de Woning),
3.3.
indien gedaagde niet voldoet aan de veroordeling onder 3.2: verleent toestemming en machtiging aan eisers om de Woning te mogen leveren als gemachtigde van gedaagde;
3.4.
veroordeelt gedaagde tot betaling aan eisers van de contractuele boete van 3 promille van de koopsom per dag, te weten € 2.625,00, te berekenen vanaf 24 december 2025 tot aan de levering,
3.5.
veroordeelt gedaagde tot betaling aan eisers van € 925,00 aan buitengerechtelijke incassokosten,
3.6.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten van eisers, die worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
153,77
- griffierecht
1.414,00
- salaris advocaat
715,00
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals hierna vermeld)
totaal
2.460,77,
te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, en te vermeerderen met
- indien het vonnis wordt betekend - € 92,00 plus de kosten van betekening,
3.7.
veroordeelt gedaagde tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Pro Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.8.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.9.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.C.H. Blankevoort, bijgestaan door mr. M.A.H. Verburgh, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2026.
Type: MAH
Coll: BB