Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:4378

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
9 april 2026
Publicatiedatum
6 mei 2026
Zaaknummer
12075279 \ CV EXPL 26-1164
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Besluit Gemeentelijke SchuldhulpverleningRichtlijn 93/13/EEGArt. 555 RvArt. 444 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand na wijziging algemene voorwaarden

In deze zaak staat een huurgeschil centraal waarbij eiseres en gedaagde een addendum bij de huurovereenkomst hebben gesloten met nieuwe algemene voorwaarden en een huurprijswijzigingsbeding, ondertekend op 4 februari 2025. De nieuwe afspraken gelden als een nieuwe huurovereenkomst vanaf die datum.

De vordering betreft een huurachterstand die is ontstaan vanaf juli 2025. De kantonrechter toetst ambtshalve de oneerlijkheid van bedingen aan Richtlijn 93/13/EEG en concludeert dat de kernbedingen, waaronder het huurprijs- en servicekostenbeding, transparant zijn en niet oneerlijk. Ook de wijzigingsbedingen in de algemene voorwaarden worden niet als oneerlijk beoordeeld.

De kantonrechter ontbindt de huurovereenkomst, veroordeelt gedaagde tot ontruiming binnen twee weken na betekening van het vonnis en tot betaling van de achterstallige huur, rente en de huur vanaf december 2025 tot ontruiming. Tevens worden de proceskosten aan gedaagde opgelegd. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en gedaagde veroordeeld tot ontruiming en betaling van achterstallige huur en rente.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
fno: 33623
Zaaknummer: 12075279 \ CV EXPL 26-1164

Vonnis van 9 april 2026

in de zaak van

GS NETHERLANDS AMC C.V.,

gevestigd te 's-Gravenhage,
eisende partij,
gemachtigde: Armaere B.V.,
tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],
gedaagde partij,
niet verschenen.

Verloop van de procedure

Eiseres heeft gedaagde gedagvaard. Gedaagde is niet verschenen. Tegen gedaagde is verstek verleend.
De datum voor vonnis is bepaald op vandaag.

Gronden van de beslissing

Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening

1. De kantonrechter heeft vastgesteld dat eiseres heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Pro Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.
Ambtshalve toetsing oneerlijke bedingen
2. In deze procedure gaat het om een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13 EG (de Richtlijn oneerlijke bedingen). Als er oneerlijke bepalingen in de huurovereenkomst of de algemene voorwaarden staan, moet de kantonrechter deze vernietigen. Eiseres mag die bepalingen dan niet gebruiken en zij mag ook geen beroep meer doen op aanvullend recht (zie ECLI:EU:C:2021:68).

Gewijzigde huurovereenkomst van toepassing

3. Eisende partij heeft zich op het standpunt gesteld dat zij middels een addendum bij de huurovereenkomst een nieuwe versie van de algemene voorwaarden en een nieuw huurprijswijzigingsbeding met gedaagde is overeengekomen. Eiseres stelt ook dat zij op brede schaal de algemene bepalingen voor haar bewoners (in overeenstemming) heeft aangepast. Het addendum waarnaar eiseres verwijst is overgelegd en door gedaagde ondertekend op 4 februari 2025.
4. Het addendum en de daarbij behorende algemene voorwaarden (versie januari 2025) zijn onderdeel van een ‘settlement agreement’ die partijen met elkaar hebben gesloten. In de ‘settlement agreement’ staat onder artikel 4 uitgelegd Pro dat eiseres per 1 januari 2025 over wil stappen op een nieuw systeem, waarbij de maandelijkse betalingsverplichting van gedaagde bestaat uit de kale huur (‘rent for the accommodation’) en een voorschot op de servicekosten, wat jaarlijks wordt afgerekend. In artikel 4 van Pro de ‘settlement agreement’ wordt verwezen naar het addendum en de daarbij behorende algemene voorwaarden. In het addendum staat vervolgens dat gedaagde vanaf 1 januari 2025 iedere maand € 984,26 per maand aan kale huur moet betalen en € 195,68 als voorschot op de servicekosten. Gedaagde is door ondertekening van de ‘settlement agreement’, het addendum en de daarbij behorende algemene voorwaarden (versie januari 2025) op 4 februari 2025 akkoord gegaan met de door eiseres voorgestelde wijzigingen. Dat betekent dat vanaf deze datum de nieuwe afspraken tussen partijen gelden, als ware partijen een nieuwe huurovereenkomst hebben gesloten per deze datum.
5. De onderhavige vordering heeft betrekking op een huurachterstand die is ontstaan per juli 2025. Bij de ambtshalve toetsing moet daarom worden uitgegaan van de nieuwe afspraken tussen partijen.
Kernbedingen
6. Het huurprijsbeding en het servicekostenbeding (artikelen 1.1 en 1.2 van het addendum) zijn kernbedingen. Deze bedingen zijn transparant en op grond van artikel 4 lid 2 van Pro de Richtlijn uitgesloten van verdere toetsing op oneerlijkheid.
Wijzigingsbedingen huurprijs en servicekosten
7. De wijziging van de huurprijs is geregeld in artikel 6.2 van de algemene voorwaarden. Dit artikel wordt niet oneerlijk bevonden. De wijziging van de servicekosten is geregeld in artikel 7.3 van de algemene voorwaarden. Ook dit artikel wordt niet oneerlijk bevonden.
De vordering
8. De vordering komt voorts niet onrechtmatig of ongegrond voor, tenzij hierna iets anders is overwogen.

BESLISSING

De kantonrechter:
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot de onroerende zaak aan het adres [adres];
veroordeelt gedaagde om deze onroerende zaak met al wie en al wat zich daarin vanwege gedaagde bevindt, binnen twee weken na betekening van dit vonnis te ontruimen en te verlaten en met overgifte van de sleutels geheel ter vrije beschikking van eiseres te stellen, welke ontruiming zo nodig door de deurwaarder bewerkstelligd kan worden met behulp van de sterke arm conform het in artikel 555 e.v. jo. 444 Rv bepaalde;
veroordeelt gedaagde om te betalen aan eiseres:
a) € 5.838,88 ter zake van achterstallige huur, berekend tot en met november 2025, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der dagvaarding (26 januari 2026) tot de voldoening;
b) € 117,68 ter zake van tot de dagvaarding verschenen rente;
c) € 1.353,94 per maand vanaf 1 december 2025 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden;
veroordeelt de gedaagde partij in de kosten van het geding, aan de zijde van de eisende partij tot aan deze uitspraak begroot op: € 153,77 aan explootkosten, € 360,00 aan salaris gemachtigde, € 529,00 aan griffierecht en € 72,00 aan nakosten voor zover van toepassing, inclusief BTW, te vermeerderen met de kosten van betekening, te voldoen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis;
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum en in het openbaar uitgesproken op 9 april 2026.