Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:4362

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
12 maart 2026
Publicatiedatum
4 mei 2026
Zaaknummer
11988262 \ CV EXPL 25-16621
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens niet-naleving stelplicht en onvoldoende informatieconsumentenrecht

In deze civiele procedure tussen een besloten vennootschap en een gedaagde die niet is verschenen, heeft de kantonrechter de vordering van de eisende partij afgewezen wegens niet-naleving van essentiële proces- en informatieplichten.

Eisende partij was in een tussenvonnis uitgenodigd om gemotiveerd aan te tonen hoe zij had voldaan aan haar informatieplichten onder het consumentenrecht en om ontbrekende algemene voorwaarden in te brengen. Tevens diende zij zich uit te laten over de bedingen die aan de vordering ten grondslag liggen, met name over de (on)eerlijkheid van het prijswijzigingsbeding.

De akte van eisende partij voldeed niet aan deze instructies. Er werd slechts summier gesteld dat tijdens een rondleiding alles mondeling werd toegelicht, zonder duidelijkheid of deze rondleiding in het onderhavige geval heeft plaatsgevonden. Ook ontbrak een gemotiveerde toelichting per essentiële informatieplicht. Hierdoor kon de kantonrechter niet ambtshalve toetsen of de overeenkomst rechtsgeldig tot stand is gekomen en of de gevorderde hoofdsom toewijsbaar is.

Daarnaast heeft eisende partij zich niet uitgelaten over de vermeende oneerlijkheid van het prijswijzigingsbeding, terwijl zij tussentijds een hogere prijs factureerde. Dit had nader onderzoek en mogelijk een tussenvonnis vereist.

Gelet op het voorgaande oordeelde de kantonrechter dat de stelplicht niet was nagekomen en wees de vordering af op grond van artikel 21 Rv Pro. Eisende partij werd veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden begroot.

Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens niet-naleving van de stelplicht en onvoldoende informatieverstrekking door eisende partij.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11988262 \ CV EXPL 25-16621
Vonnis van 12 maart 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiser],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
gemachtigde: Bill Incasso B.V.,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 15 januari 2026,
- de akte van eisende partij, met producties.
1.2.
Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft gedaagde partij niet gereageerd op de akte van eisende partij.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Eisende partij is bij voornoemd tussenvonnis in de gelegenheid gesteld gemotiveerd te stellen op welke wijze zij heeft voldaan aan haar informatieplichten. Daarnaast diende zij ontbrekende algemene voorwaarden in het geding te brengen, zich uit te laten over de bedingen die aan de vordering ten grondslag zijn of kunnen worden gelegd en zich uit te laten over de (on)eerlijkheid daarvan.
2.2.
In het tussenvonnis is expliciet overwogen dat de summiere ‘ja’ op de vraag of is voldaan aan de informatieplichten niet volstaat en dat eisende partij per essentiële informatieplicht gemotiveerd moet stellen op welke wijze zij daaraan heeft voldaan (overweging 2.3 van het tussenvonnis).
2.3.
In de akte beschrijft eisende partij kort de wijze waarop zij normaliter overeenkomsten sluit, maar niet duidelijk is of de onderhavige overeenkomst ook op die wijze is gesloten, terwijl dat laatste van belang is om te bepalen welke informatieplichten van toepassing zijn waarvan de naleving ambtshalve moet worden getoetst. Eisende partij heeft zich ook niet gehouden aan de instructie in het tussenvonnis om per essentiële informatieplicht toe te lichten op welke wijze zij daaraan heeft voldaan. Zij schrijft slechts dat tijdens een rondleiding (waarvan niet duidelijk is of die in het onderhavige geval heeft plaatsgevonden) ‘alles mondeling wordt toegelicht’.
2.4.
Geoordeeld wordt dat eisende partij de voor de beoordeling van belang zijnde informatie niet volledig heeft verstrekt, waardoor zij het de kantonrechter onmogelijk heeft gemaakt om zijn taak, te weten het geven van een juiste beslissing na ambtshalve toetsing van (de totstandkoming van) de overeenkomst, goed uit te voeren. Hierdoor kan niet worden vastgesteld in hoeverre de gevorderde hoofdsom toewijsbaar is, nu niet duidelijk is of, en zo ja welke sanctie moet worden opgelegd in verband met niet naleving van essentiële informatieplichten.
2.5.
Voorts heeft eisende partij zich niet overeenkomstig de instructie in het tussenvonnis uitgelaten over de bedingen die aan de vordering ten grondslag liggen of kunnen liggen en de (on)eerlijkheid daarvan. Dat had, los van de instructie in het tussenvonnis, wel voor de hand gelegen nu eisende partij de overeengekomen prijs kennelijk tussentijds heeft verhoogd. Zij factureert immers een hoger bedrag, zodat het prijswijzigingsbeding in artikel 9 lid 2 van Pro de algemene voorwaarden moet worden getoetst op oneerlijkheid (en vermoedelijk oneerlijk is), terwijl de kantonrechter niet op de hoogte is van het standpunt van eisende partij daarover. Dat zou wederom een tussenvonnis noodzakelijk maken.
2.6.
Op grond van het voorgaande komt de kantonrechter tot het oordeel dat eisende partij niet volledig heeft voldaan aan haar stelplicht. Dat geeft de kantonrechter aanleiding de vordering af te wijzen, op grond van artikel 21 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
2.7.
Eisende partij wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van gedaagde partij, tot op heden begroot op nihil.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
wijst de vordering af,
3.2.
veroordeelt eisende partij in de proceskosten, begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.W. Inden en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2026.
991