Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:4281

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
16 april 2026
Publicatiedatum
1 mei 2026
Zaaknummer
C/13/786294 / FA RK 26/2977
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:1 WvggzArt. 7:7 WvggzArt. 7:8 WvggzArt. 1:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot verlenging crisismaatregel wegens verdwenen psychotische episode

De rechtbank Amsterdam behandelde op 16 april 2026 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die eerder was opgenomen vanwege een psychotische decompensatie met mogelijk catatonische kenmerken en middelenmisbruik.

Tijdens de zitting bleek dat de psychotische episode verdwenen was en betrokkene niet langer psychotisch en wilsbekwaam is. Hoewel er nog zorgen zijn over haar gedrag, zoals een poging van betrokkene om van een boot te springen, kan de zorg voortgezet worden op vrijwillige basis vanuit haar thuissituatie in een vluchtelingenopvanglocatie. De psychiater gaf aan dat er een zorgplan is opgesteld in overleg met de zus en een coach, en dat er vertrouwen is in naleving van afspraken.

De advocaat van betrokkene verzocht het verzoek tot verlenging af te wijzen. De rechtbank oordeelde dat de crisismaatregel niet langer noodzakelijk is en dat de zorg in een vrijwillig kader kan worden voortgezet. Daarom wees de rechtbank het verzoek tot verlenging van de crisismaatregel af.

De beschikking werd mondeling gegeven op 16 april 2026 en schriftelijk uitgewerkt op 24 april 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Verzoek tot verlenging van de crisismaatregel wordt afgewezen omdat de psychotische episode is verdwenen en zorg op vrijwillige basis kan worden voortgezet.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/786294 / FA RK 26/2977
kenmerk: VCM/IND/200374
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking van 16 april 2026van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op geboren op [geboortedag] 2000 te Oekraïne,
wonende te zonder vaste woonplaats,
verblijvende te [plaats] , [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. P. Veenhoven te Amsterdam,
zorgaanbieder Arkin.

1.Procesverloop

Bij verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 14 april 2026, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 14 april 2026 opgelegde crisismaatregel.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 16 april 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder.
Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- de raadsman;
- dhr. [persoon] , psychiater.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.
De door de rechtbank opgeroepen tolk Russisch is niet tijdig ter zitting verschenen. Er werd overeengekomen dat de zitting in de Engelse taal zal worden gehouden.

2.Beoordeling

2.1.
Op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro, in samenhang met artikel 7:8 Wvggz Pro, kan de rechter op verzoek van de officier van justitie een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verlenen indien de burgemeester ten aanzien van betrokkene op grond van artikel 7:1 Wvggz Pro een crisismaatregel heeft genomen.
2.2.
Gelet op artikel 7:1, eerste lid, Wvggz kan deze machtiging slechts worden verleend indien er onmiddellijk dreigend nadeel is, er een ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van betrokkene als gevolg van een psychische stoornis dit dreigend nadeel veroorzaakt, en met de crisismaatregel dit nadeel kan worden weggenomen. Daarbij dient de crisissituatie dermate ernstig te zijn dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht en moet sprake zijn van verzet tegen de zorg als bedoeld in artikel 1:4 Wvggz Pro.
2.3.
Ten tijde van de opname van betrokkene was sprake van op een psychotische decompensatie met mogelijk catatonische kenmerken, mogelijk geluxeerd door multimiddelen misbruik.
2.4.
Op de zitting is gebleken dat de psychotische episode is verdwenen. Betrokkene is niet meer psychotisch en ze is wilsbekwaam. Er zijn wel zorgen omdat betrokkene van een boot wilde springen en eerder in het ziekenhuis heeft gelegen maar de verdere onderzoeken kunnen op vrijwillige basis. Het doel is om de zorg op te zetten, maar dat kan ook vanuit haar thuissituatie op de boot waar zij verblijft (vluchtelingenopvanglocatie). De psychiater heeft daarbij aangegeven dat er een gesprek is geweest met de zus van betrokkene en de coach en dat er een plan is gemaakt. Er is vertrouwen dat betrokkene zich aan de afspraken zal houden. Er zijn nog wel verbeterpunten maar een voortzetting van de crisismaatregel is niet meer nodig, aldus de psychiater op de zitting.
2.5.
De advocaat heeft verzocht het verzoek af te wijzen.
2.6.
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot het oordeel dat de behandeling in het vrijwillig kader kan worden voortgezet. Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel zal dan ook worden afgewezen.

3.Beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is op 16 april 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door
mr. E. Dinjens, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 24 april 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open
.