Uitspraak
1.Korte samenvatting
[eiser] toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de overeenkomst met Moonstone en de schade van Moonstone moet vergoeden. Na dit tussenvonnis heeft Moonstone aanvullende informatie aangeleverd over de hoogte van haar schade. In dit eindvonnis oordeelt de kantonrechter dat [eiser] € 4.852,10 aan schadevergoeding moet betalen. De vordering van [eiser] tot betaling van een nog openstaande factuur wordt afgewezen.
2.De procedure
- het tussenvonnis van 27 februari 2026;
- de akte na tussenvonnis van Moonstone van 13 maart 2026 en
- de akte na tussenvonnis van [eiser] van 27 maart 2026.
3.Beoordeling in reconventie
[eiser] toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de overeenkomst met Moonstone en verplicht is om de schade die Moonstone hierdoor heeft geleden te vergoeden. Dit betekent dat [eiser] het bedrag van € 3.400,- excl. / € 4.114,- incl. btw, dat Moonstone aan [eiser] heeft betaald voor het injecteren van de scheuren, moet terugbetalen. Daarnaast moet [eiser] aan Moonstone het verschil vergoeden tussen
(i) de kosten voor het injecteren van de kim door [eiser] en de kosten voor het plaatsen van een nieuwe betonvloer door [eiser] (de hypothetische situatie) en (ii) de kosten voor het injecteren van de kim door [eiser] en de kosten voor het plaatsen van een zwevende vloer-constructie door een derde (PR Construction B.V.) (de feitelijke situatie). Hier moeten de kosten voor verfwerk nog van worden afgehaald, omdat Moonstone deze kosten ook zou hebben moeten maken als zij een betonnen vloer had gestort. Deze kosten zijn dus geen gevolg van de tekortkoming van [eiser] .
€ 24.088,86 incl. btw. De kosten voor het verfwerk zijn onderdeel van deze factuur, maar worden hierin niet gespecificeerd. In het tussenvonnis van 27 februari 2026 is Moonstone daarom in de gelegenheid gesteld een door PR Construction B.V. opgestelde specificatie te verstrekken waaruit blijkt welk aandeel van het bedrag van € 24.088,86 incl. btw betrekking heeft op verfwerk.
PR Construction B.V. overgelegd waarin hier een aanvullende toelichting op wordt gegeven. Samengevat, volgt hieruit dat PR Construction B.V. (i) van de in totaal 152 uur,
52 uur x € 50,- = € 2.600 + 9% btw heeft besteed aan verfwerk (totaal: € 2.834,-) en
(ii) € 966,- + 21% heeft besteed aan ‘klein materiaal t.b.v. vloer en verf’ (totaal: € 1.168,86). In totaal, komen de kosten voor verfwerk hiermee neer op een bedrag van € 2.834 + € 1.168,86 = € 4.002,86 incl. btw, aldus Moonstone.
PR Construction B.V. gegeven toelichting dat zij precies 52 uur besteed heeft aan verfwerk, niet met stukken is onderbouwd, zoals urenstaten, werkbonnen, dagrapporten of enige andere objectieve urenregistratie. Hierdoor ontbreekt een controleerbare basis voor de verdeling tussen verfwerk en overige arbeid, aldus [eiser] . Daarnaast wijst zij erop dat het bedrag van € 966,- volgens de specificatie ‘klein materiaal t.b.v. vloer en verf’ ziet op een ‘gemengde post’. Volgens [eiser] kan dit bedrag daarom niet volledig aan haar worden toegerekend. De kantonrechter begrijpt het standpunt van [eiser] daarnaast zo dat het ontbreken van een objectief controleerbare uitsplitsing maakt dat ook de overige onderdelen van de factuur onvoldoende zijn onderbouwd en dus niet voor vergoeding in aanmerking komen.
[eiser] . Een en ander brengt mee dat de kantonrechter ook uitgaat van de juistheid van de rest van de factuur van PR Construction B.V.
€ 15.990,- voor de nieuwe betonvloer = € 22.110,- excl. / € 26.753,10 incl. btw zou hebben betaald. In de feitelijke situatie heeft Moonstone aan PR Construction B.V. € 24.088,86 betaald en aan [eiser] € 7.405,20 incl. btw voor de kim, totaal: € 31.494,06 incl. btw. Na aftrek van de onder 3.3 genoemde kosten voor verfwerk, resteert een bedrag van
€ 31.494,06 - € 4.002,86 = € 27.491,20. Het verschil tussen de kosten in de hypothetische situatie en de feitelijke situatie bedraagt daarmee € 27.491,20 - € 26.753,10 = € 738,10 incl. btw. [eiser] moet dit bedrag aan Moonstone vergoeden.
4.Beoordeling in conventie
5.De beslissing
24 april 2026.