Partijen sloten op 28 maart 2025 een koopovereenkomst voor een woning met een koopprijs van €435.000,-. Koper stelde niet tijdig de vereiste bankgarantie, waardoor verkopers de overeenkomst ontbonden en een boete van 10% van de koopprijs (€43.500,-) vorderden.
Koper stelde dat zij door haar aankoopmakelaar was misleid en dat de boete daarom niet aan haar toerekenbaar was, of in ieder geval gematigd moest worden. De rechtbank oordeelde dat de tekortkoming wel aan koper toerekenbaar is, omdat zij zelf verantwoordelijk is voor het nakomen van haar verplichtingen, ook als de aankoopmakelaar fouten maakte.
De rechtbank matigde de boete tot €30.000,- vanwege de misleiding door de aankoopmakelaar, de geleden schade van verkopers (€25.000,- verschil in verkoopprijs) en de langdurige onzekerheid voor verkopers. Koper werd veroordeeld tot betaling van de boete, wettelijke rente vanaf 16 juni 2025 en de proceskosten van €4.933,45. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.