Uitspraak
regio Amsterdam,
locatie [locatie] ,
hierna te noemen: de Raad.
1.Het verdere verloop van de procedure
- de beschikking van 10 oktober 2025
- het F9-formulier van 5 januari 2026 met bijlage van de vader;
- het F9-formulier van 9 januari 2026 met bijlage van de moeder;
- het F9-formulier van 13 januari 2026 met bijlage van de vader;
- het F9-formulier van 7 april 2026 met bijlagen van de vader, onder andere inhoudend een vermeerdering van zijn verzoek;
- het F9-formulier van 7 april 2026 met bijlage van de vader;
- het F9-formulier van 8 april 2026 met bijlagen van de moeder;
- het F9-formulier van 9 april 2026 met bijlage van de moeder.
met ingang van 18 oktober 2025:
met ingang van 29 november 2025:
met ingang van 10 januari 2026:
- de vader en zijn advocaat;
- de moeder en haar advocaat.
2.De vermeerdering van het verzoek
- [de minderjarige] ieder weekend van vrijdag 13:30 uur (en zodra ze naar school gaat: uit school) tot zondag 15:00 uur bij de vader zal verblijven, waarbij de vader zorgt voor het halen en brengen;
- naar deze regeling wordt toegewerkt met een opbouwregeling waarbij de vader vanaf het eerstvolgende weekend na de in dezen te geven beschikking [de minderjarige] eerst drie maanden om de week van vrijdag 13:30 uur tot zaterdag 15:00 uur bij zich zal hebben;
- [de minderjarige] gedurende de helft van de schoolvakanties en feestdagen bij de vader zal verblijven, waarbij de data in overleg door de ouders met elkaar worden afgesproken en als de vader en de moeder over de verdeling een vakantie niet tot overeenstemming komen, [de minderjarige] de eerste helft van de betreffende schoolvakantie bij de vader zal doorbrengen vanaf de laatste schooldag voor de vakantie om 13:30 uur tot halverwege de vakantie, waarbij de vader zorgt voor het halen en brengen.
- primair de door de vader verzochte zorgregeling af te wijzen;
- subsidiair het verzoek van de vader aan te houden in afwachting van een door de rechtbank te gelasten onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming.
3.De verdere beoordeling
- Welke mogelijkheden zijn er voor een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de ouders?
- Zijn er factoren die een regeling belemmeren? Zo ja, welke komen vanuit [de minderjarige] en welke vanuit de ouders? Hoe en op welke termijn zijn deze belemmeringen op te heffen?
- Hoe dient de regeling qua vorm en frequentie, in het belang van [de minderjarige] vorm te worden gegeven?
- Zijn er andere feiten en omstandigheden die de rechtbank bij haar oordeel moet betrekken?