Gotthard Vastgoed B.V. vordert ontbinding van de huurovereenkomst en betaling van achterstallige servicekosten van [gedaagde], die sinds 1990 een woning huurt. De vordering tot betaling van servicekosten is deels ingetrokken door Gotthard. [gedaagde] vordert in reconventie terugbetaling van te veel betaalde servicekosten, onderbouwing van energiekosten, herstel van achterstallig onderhoud, vergoeding voor administratief werk en vergoeding voor verminderd woongenot.
De rechtbank oordeelt dat de vordering tot terugbetaling van servicekosten vóór 2020 verjaard is en dat het onherroepelijke verstekvonnis van december 2024 bindende bewijskracht heeft over de huurachterstand inclusief servicekosten tot november 2024. De vordering tot terugbetaling van te veel betaalde servicekosten over 2024 wordt toegewezen omdat de schatting van huurder beter aansluit bij het daadwerkelijke verbruik dan die van verhuurder.
De vordering tot onderbouwing van energiekosten wordt afgewezen wegens gebrek aan belang. De vordering tot herstel van gebreken wordt toegewezen voor zover deze voor rekening van verhuurder komen, maar de vordering tot vergoeding voor verminderd woongenot wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De vergoeding voor administratief werk wordt eveneens afgewezen wegens ontbreken van wettelijke grondslag. Proceskosten worden deels toegewezen en deels gecompenseerd.