Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
die Direktorin des Amtsgerichts in Kleve, Duitsland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
Amtsgericht Klevevan 2 oktober 2012 met kenmerk 10 Gs 1941/11.
4.Strafbaarheid
5.Slotsom
6.Samenloop van Europese aanhoudingsbevelen
the Regional Court in Usti Nad Labemten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van zes jaren, opgelegd bij een vonnis uit 2019, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van Tsjechië. De rechtbank heeft vandaag bij afzonderlijke uitspraak de overlevering op grond van het Tsjechische EAB toegestaan. Het is aan de rechtbank om op grond van artikel 28, vierde lid OLW en met inachtneming van artikel 26, derde lid, OLW te beslissen over de vraag aan welke van de concurrerende EAB’s voorrang moet worden gegeven. Daarbij vermeldt de officier van justitie op grond van artikel 26, derde lid, OLW aan welk aanhoudingsbevel de rechtbank naar haar oordeel voorrang moet geven.
7.Toepasselijke wetsartikelen
8.Beslissing
[de opgeëiste persoon]aan
die Direktorin des Amtsgerichts in Kleve, Duitsland, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
VOORRANGdient te worden gegeven aan het EAB met parketnummer 13-026738-26 dat is uitgevaardigd door
die Direktorin des Amtsgerichts in Kleve, Duitsland boven het Tsjechische EAB (parketnummer 13-026716-26).