Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:4159

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
22 april 2026
Publicatiedatum
25 april 2026
Zaaknummer
13-040966-26 (tussenuitspraak)
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 OLWArt. 22 OLWArt. 23 OLWArt. 27 OLWArt. 29 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanhouding en overlevering geweigerd wegens onvoldoende garanties detentieomstandigheden Frankrijk

De rechtbank Amsterdam behandelde op 22 april 2026 een verzoek tot overlevering op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Franse autoriteiten wegens een strafbaar feit dat in Nederland als lijstfeit geldt.

De kern van het geschil betrof de detentieomstandigheden in de Franse penitentiaire inrichting Lille-Annoeulin, waar de opgeëiste persoon naar verwachting zal worden vastgehouden. De rechtbank stelde vast dat er een algemeen reëel gevaar bestaat voor schending van grondrechten door overbevolking en onvoldoende persoonlijke celruimte.

Ondanks verstrekte informatie van de Franse autoriteiten over celoppervlakten en bezettingsgraden, kon de rechtbank niet met zekerheid vaststellen hoeveel persoonlijke ruimte de opgeëiste persoon daadwerkelijk zal krijgen. De informatie was te algemeen en er ontbraken individuele garanties, mede door de hoge bezettingsgraad van 162%.

De raadsman van de opgeëiste persoon betoogde dat de overlevering moest worden geweigerd of aangehouden vanwege deze onzekerheden. De officier van justitie vond de verstrekte garanties voldoende, maar verzocht subsidiair om aanhouding voor aanvullende garanties.

De rechtbank oordeelde dat het individuele gevaar voor schending van grondrechten niet is weggenomen en besloot het onderzoek te heropenen en te schorsen, de beslissing over overlevering aan te houden en de beslistermijn en gevangenhouding te verlengen. De zaak wordt voortgezet in mei 2026 om te beoordelen of de omstandigheden zijn gewijzigd.

Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing over overlevering aan vanwege onvoldoende concrete garanties over detentieomstandigheden en verlengt de beslistermijn en gevangenhouding.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-040966-26
Datum uitspraak: 22 april 2026
TUSSENUITSPRAAK
op de vordering van 26 februari 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 3 februari 2026 door de Openbare aanklager bij de Rechtbank van Duinkerken, Frankrijk (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1995 in [geboorteplaats] (Algerije),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
nu gedetineerd in [J.C.] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 8 april 2026, in aanwezigheid van mr. J.J.M. Asbroek, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. S.J. van der Woude, advocaat in Amsterdam, en een tolk in de Franse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Franse en Algerijnse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel uitgevaardigd door de onderzoeksrechter bij de Rechtbank van Duinkerken van 3 februari 2026 met referenties: Parketnummer 26033000096 en onderzoek nummer JI JI226000002.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Frans recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB. [3]

4.Strafbaarheid

Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:
moord en doodslag, zware mishandeling.
Uit het EAB volgt dat op dit strafbare feit naar het recht van Frankrijk een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het strafbare feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5.Artikel 11 OLW Pro: detentieomstandigheden in Frankrijk

5.1
Inleiding
In twee uitspraken van 5 augustus 2025 heeft de rechtbank een algemeen gevaar van schending van grondrechten aangenomen voor personen die worden gedetineerd op een mannenafdeling in een Huis van Bewaring in Frankrijk. [4] Dat algemene gevaar betreft het structurele probleem van overbevolking, waardoor er een reëel risico bestaat dat gedetineerden worden geplaatst in een meerpersoonscel met een persoonlijke leefruimte van minder dan 3 m². Verdachten en personen met een (rest)straf van niet meer dan twee jaar worden in een Huis van Bewaring gedetineerd.
Gelet op dit algemeen gevaar heeft het Internationaal Rechtshulpcentrum (IRC) gevraagd waar de opgeëiste persoon zal worden gedetineerd en hoe de omstandigheden aldaar zijn.
Bij brief van 18 februari 2026 heeft
the Head of the Office for International Mutual Criminal Assistance,onderdeel van het ministerie van justitie in Parijs – voor zover relevant – de volgende aanvullende informatie verstrekt:
“The French Ministry of Justice, acting as the central authority for judicial cooperation in criminal matters intends, through this letter, to answer the questions of the Dutch authorities in connection with the extradition proceedings against [de opgeëiste persoon] , born on [geboortedag] 1995 in [geboorteplaats] (ALGERIA) (…)
(…) the Dunkerque Judicial Court has informed us that Mr. [de opgeëiste persoon] is likely to be imprisoned, upon his arrival in France, in the remand unit of the Lille­Annoeulin Penitentiary.

1.The conditions of incarceration in the Lille-Annoeulin prison

1.1.
Specific features of French regulations applicable to the calculation of accommodation capacity in French prisons.
On December 1, 2025, the men’s remand center section of the Lille-Annoeulin penitentiary had an overall occupancy rate of 162%, which means that some prisoners are assigned to cells that exceed their theoretical capacity
(…)
Due to the methodological difference in calculating the surface area of cells and the personal space available to each prisoner between French regulations and the standards derived from European Case law, it is not possible for the French authorities to provide the guarantees requested regarding the minimum surface area available to prisoners when they are handed over to the French Judicia! authorities, since the occupancy rate of prisons, defined according to French regulatory standards, is by definition variable and linked to the date of surrender of the wanted person, which is unknown at this stage (…).
1.2.
The actual conditions of Mr [de opgeëiste persoon] incarceration in the remand center section of the Lille-Annoeulin penitentiary
(...)
The men's remand center section (MAH) of the Lille-Annouelin penitentiary has a capacity of 429 spots, of which 50 are reserved for new arrivals, and 5 for people with reduced mobility. There are also 20 spots in the regional medical and psychological service offering opportunities for hospitalisation in psychiatry upon decision by the medical department.
The men's remand center section (MAH) of the Lille-Annouelin penitentiary contains:
- 273 cells measuring 10 to 11 m2, with a theoretical capacity of 1 place, equipped with two beds,
- 7 cells measuring 12 to 23 m2, with a theoretical capacity of 2 places, equipped with two beds,
- 73 cells measuring 13 to 14 m2, with a theoretical capacity of 2 places, equipped with two beds,
-15 cells measuring 14 to 19 m2 with a theoretical capacity of 3 places, equipped with 2 beds and filled with no more than 2 people
-5 cells equipped to accommodate people with reduced mobility, with a surface area of 19 to 24 m2 and a capacity of one person.
(…)”
In een e-mailbericht (ongedateerd) heeft het IRC de volgende vraag aan de uitvaardigende justitiële autoriteit gesteld:
“From the information you have provided in your letter of 18 February 2026, we understand that, based on the current occupancy rate in the Lille-Annoeulin penitentiary, Mr [de opgeëiste persoon] will likely have at least 4 m2 personal space. However, it remains unclear whether this is including or excluding sanitary facilities.
Could you please guarantee that Mr [de opgeëiste persoon] will have at least 3 m2 personal space excluding sanitary facilities?”
Op 11 maart 2026 heeft het
Bureau de l’entraide pénale internationale – pôle remise des personnesin Parijs per e-mail de volgende aanvullende informatie verstrekt:
“In response to your request for additional information concerning the conditions of detention of Mr [de opgeëiste persoon] after his surrender on the basis of an European arrest warrant (…) in which you asked if we could guarantee that Mr. [de opgeëiste persoon] will have at least 3 m2 personal space excluding sanitary facilities, the French Ministry of Justice can answer the following.
As mentioned in our letter dated February 18 (…) it is difficult for the French authorities to provide the guarantees requested regarding the minimum surface area available to prisoners when they are handed over to the French Judicial authorities, since the occupancy rate of prisons, defined according to French regulatory standards, is by definition variable and linked to the date of surrender of the wanted person (…).
However, the French Ministry of justice wants to stress that in the men’s remand center section of the Lille-Annoeulin penitentiary, no cell measures less than 10 to 11 m2. The area of the sanitary facilities in the cell depends on technical constraints but varies between 1.4 and 1.8 m2. Therefore, the surface area of the cell, not including the sanitary facilities, would be about 9m2 and any detainee would thus have at least 3 m2 of personal space, excluding sanitary facilities.”
5.2
Standpunten van partijen
Standpunt van de raadsman
De raadsman heeft primair bepleit dat de overlevering moet worden geweigerd, omdat de verstrekte individuele garantie onvoldoende concreet is. Uit de aanvullende informatie van 18 februari 2026 blijkt dat de opgeëiste persoon “
likely” zal worden gedetineerd in
Lille-Annoeulin Penitentiary. Dit betekent dat de opgeëiste persoon ook in een andere penitentiaire inrichting kan worden geplaatst en daarover is geen informatie verstrekt. Daarnaast wordt niet gegarandeerd dat de opgeëiste persoon zal worden geplaatst in een cel met 3 m2 persoonlijke leefruimte, exclusief sanitair. Na een berekening kan uit de aanvullende informatie weliswaar worden opgemaakt dat de opgeëiste persoon na overlevering zou kunnen beschikken over meer dan 4 m2, exclusief sanitair als hij met twee personen op een cel van 10 m2 met aftrek van 1.8 m2 voor het sanitair terecht komt, maar als hij met drie personen in een dergelijke cel komt, is de ruimte die hem toekomt minder dan 3 m2. De overbevolking in de gevangenis die genoemd wordt is 162 %, het is dus niet aannemelijk dat de opgeëiste persoon voldoende ruimte krijgt. Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de behandeling van de zaak moet worden aangehouden om aan de Franse autoriteiten aanvullende garanties te vragen.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de verstrekte individuele garantie het vastgestelde algemene reële gevaar van onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden voor de opgeëiste persoon wegneemt. Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ EU) is het voldoende om te weten waar de opgeëiste persoon naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd. Dat is in deze zaak het geval, nu aangegeven wordt dat hij “
likely” in
Lille-Annoeulingeplaatst wordt. Daarnaast maakt de verstrekte informatie het mogelijk om een berekening te maken van de hoeveelheid persoonlijke ruimte die de opgeëiste persoon daar tot zijn beschikking zal hebben. De uitkomst van die berekening leidt tot meer dan 4 m2 persoonlijke celruimte per persoon in een meerpersoonscel. Uit de informatie blijkt niet dat er een mogelijkheid bestaat dat drie mensen in één cel zullen worden geplaatst. Er is ook aan de overige materiële voorwaarden voldaan. Subsidiair heeft de officier van justitie verzocht de behandeling van de zaak aan te houden om aan de Franse autoriteiten te vragen of de opgeëiste persoon in een individuele cel kan worden geplaatst.
5.3
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank overweegt allereerst dat zij gelet op het arrest
MLvan het HvJ EU uitsluitend de detentieomstandigheden dient te onderzoeken in de penitentiaire inrichting(en) waar de opgeëiste persoon, volgens de informatie waarover zij beschikt, naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd, mede op tijdelijke of voorlopige basis. [5]
Uit de aanvullende informatie van 18 februari 2026 blijkt dat de opgeëiste persoon na zijn overlevering waarschijnlijk zal worden gedetineerd in
Lille-Annoeulin. Nu uit de aanvullende informatie niet blijkt dat de opgeëiste persoon aldaar aanvankelijk tijdelijk of op voorlopige basis zal worden gedetineerd, hoeft de rechtbank alleen voor de detentie-instelling in
Lille-Annoeulinde detentieomstandigheden te onderzoeken. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om hierover nadere vragen te stellen. De rechtbank verwerpt dan ook het betoog van de raadsman dat de verstrekte individuele garantie niet afdoende is, omdat niet met zekerheid kan worden vastgesteld waar de opgeëiste persoon uiteindelijk zal worden gedetineerd.
Vervolgens moet worden beoordeeld of de verstrekte aanvullende informatie van 18 februari 2026 en 11 maart 2026 het vastgestelde algemene reële gevaar voor de opgeëiste persoon wegneemt. De rechtbank is van oordeel dat dit niet het geval is. Hiervoor is het volgende van belang.
Uit de aanvullende informatie blijkt dat de Franse autoriteiten, vanwege de methode die zij hanteren voor het berekenen van de oppervlakte van cellen en de persoonlijke leefruimte van gedetineerden, geen concrete garanties kunnen gegeven over het exacte aantal vierkante meters waarover de opgeëiste persoon na overlevering zal beschikken. Wel wordt benadrukt dat op de afdeling in de gevangenis in
Lille-Annoeulingeen cel kleiner is dan 10 tot 11 m², dat de oppervlakte van de sanitaire voorzieningen, afhankelijk van technische beperkingen, varieert tussen 1,4 en 1,8 m² en dat daarom de oppervlakte van de cel ongeveer 9 m2 is zodat geen enkele gedetineerde ten minste 3 m2 persoonlijke ruimte heeft Deze informatie is naar het oordeel van de rechtbank echter te algemeen van aard en onvoldoende concreet, omdat niet bekend is hoeveel mensen op één cel geplaatst worden. Ondanks het feit dat hier tot twee keer toe om is gevraagd, zijn hierover geen individuele garanties ten behoeve van de opgeëiste persoon afgegeven. Op basis van de verstrekte informatie kan de rechtbank immers niet vaststellen hoeveel persoonlijke celruimte wordt gegarandeerd voor de opgeëiste persoon. Het is niet aan de rechtbank om zelf een berekening te maken op basis van de verstrekte informatie over de verschillende cellen in combinatie met de vermelde bezettingsgraad in de desbetreffende penitentiaire inrichting. De rechtbank weet namelijk niet wat de impact van de overbevolking op de verdeling van de cellen is en of en zo ja, met hoeveel mensen de opgeëiste persoon in een cel zal worden geplaatst. Een geschatte berekening van de rechtbank over de vermoedelijke persoonlijke ruimte van de opgeëiste persoon is daarom geen garantie dat de opgeëiste persoon die ruimte daadwerkelijk zal krijgen, omdat dat in de verstrekte informatie niet is toegezegd door de Franse autoriteiten. [6]
De rechtbank stelt dan ook vast dat voor de opgeëiste persoon een individueel gevaar bestaat van schending van zijn grondrechten wegens de detentieomstandigheden in de detentie-instelling
Lille-Annoeulinals de overlevering zou worden toegestaan. Dat betekent dat de rechtbank de beslissing moet aanhouden op grond van artikel 11, tweede lid, OLW, tenzij evident is dat het gevaar niet binnen een redelijke termijn zal worden weggenomen als gevolg van een wijziging van de omstandigheden. In dat laatste geval zou de rechtbank direct geen gevolg kunnen geven aan het EAB en de officier van justitie niet-ontvankelijk kunnen verklaren. De rechtbank acht het niet ondenkbaar dat de hiervoor bedoelde wijziging van de omstandigheden zich binnen afzienbare tijd voordoet en ziet daarom aanleiding het onderzoek te heropenen en te schorsen.
Dit betekent ook dat de rechtbank de beslissing over de overlevering op grond van artikel 11, tweede lid, OLW aanhoudt. De rechtbank zal, ingevolge artikel 11, vierde lid, OLW, bij de volgende zitting nagaan of een wijziging van de omstandigheden is opgetreden binnen een redelijke termijn.
De voortzetting van de zaak zal worden ingepland in de periode van 21 mei 2026 tot en met 30 mei 2026, zodat kan worden nagegaan of deze wijziging van omstandigheden is opgetreden.
Verlenging van de beslistermijn
De termijn om op het verzoek tot overlevering te beslissen loopt af op 12 mei 2026. Nu de rechtbank, gezien het voorgaande, een verlenging nodig heeft om op het verzoek tot overlevering te beslissen, zal zij ook de beslistermijn verlengen met 60 dagen onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding met 60 dagen.

6.Beslissing

HEROPENT en SCHORSThet onderzoek voor onbepaalde tijd en bepaalt dat de zaak op een zitting wordt ingepland in de periode van 21 mei 2026 en 30 mei 2026
).
HOUDT AANde beslissing over de overlevering op grond van artikel 11, tweede lid, OLW.
VERLENGTop grond van artikel 22, vierde lid, sub c, OLW de termijn waarbinnen zij op grond van het derde lid van dit artikel uitspraak moet doen met
60 dagen(
eindigend 11 juli 2026), omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.
VERLENGTop grond van artikel 27, derde lid, OLW de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon met
60 dagen.
BEVEELTde
oproeping van de opgeëiste persoontegen nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving aan zijn
raadsman.
BEVEELTde oproeping van een
tolkin
de Franse taaltegen een nader te bepalen datum en tijdstip.
Deze uitspraak is gedaan door:
mr. M.C.M. Hamer, voorzitter,
mrs. B.M. Vroom-Cramer en C.M.S. Loven, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. M.L. Kole en B.C.M. Burger, griffiers,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 22 april 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Rb. Amsterdam 5 augustus 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:5749 en Rb. Amsterdam 5 augustus 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:5751.
5.HvJ EU van 25 juli 2018, zaak ML, ECLI:EU:C:2018:589.
6.Vgl. Rb. Amsterdam 31 maart 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:3409 en Rb. Amsterdam 4 september 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:6458.