Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:4141

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
24 maart 2026
Publicatiedatum
24 april 2026
Zaaknummer
11990146 \ EA VERZ 25-1402
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 7:625 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing loonvordering en veroordeling tot betaling vakantiegeld en transitievergoeding

De werknemer trad op 1 augustus 2023 in dienst bij de werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, verlengd tot 30 september 2025. In mei 2025 startte de werknemer een kort geding wegens niet-betaling van salaris. Tijdens de mondelinge behandeling op 6 juni 2026 sloten partijen een vaststellingsovereenkomst.

De werkgever betaalde het resterende salaris niet volledig, waarna derdenbeslag werd gelegd. De werknemer verzocht de kantonrechter om onder meer betaling van achterstallig vakantiegeld, transitievergoeding, vakantiebijslag, wettelijke verhoging, en het verstrekken van salarisspecificaties.

De werkgever verscheen niet en voerde geen verweer. De kantonrechter wees de loonvordering toe, inclusief wettelijke rente vanaf 28 november 2025, de gevorderde dwangsom voor het niet verstrekken van salarisspecificaties, en de buitengerechtelijke incassokosten. De proceskosten werden aan de werkgever opgelegd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig vakantiegeld, transitievergoeding, wettelijke rente, incassokosten en het verstrekken van salarisspecificaties met dwangsom.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer / rekestnummer: 11990146 \ EA VERZ 25-1402
Beschikking van 24 maart 2026
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker, hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: mr. L. Biemond,
tegen
[verweerder] (H.O.D.N. [bedrijf] ),
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verweerder, hierna te noemen: [verweerder] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Op 28 november 2025 is een verzoekschrift, met producties, binnengekomen. Er is geen verweerschrift ontvangen. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 3 maart 2026. [verweerder] is niet verschenen, hoewel [verzoeker] hem per deurwaardersexploot heeft opgeroepen. [verzoeker] is verschenen met de gemachtigde. Zij hebben de standpunten nader toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt die aan het dossier zijn toegevoegd.
1.3.
Hierna is uitspraak bepaald.

2.De feiten

2.1.
[verzoeker] is op 1 augustus 2023 in dienst getreden als schoonmaker bij [verweerder] op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Op 1 oktober 2024 is zijn arbeidsovereenkomst verlengd met twaalf maanden, tot en met 30 september 2025.
2.2.
In mei 2025 heeft [verzoeker] [verweerder] in kort geding gedagvaard, omdat die hem al enkele maanden geen salaris meer had betaald.
2.3.
Tijdens de mondelinge behandeling in het kort geding op 6 juni 2026 hebben partijen een vaststellingsovereenkomst gesloten. Deze vaststellingsovereenkomst is opgenomen in het proces-verbaal van de mondelinge behandeling.
2.4.
Omdat [verweerder] het resterende salaris dat hij op grond van de vaststellings-overeenkomst aan [verzoeker] moest betalen niet betaalde, is er door de deurwaarder derdenbeslag gelegd onder de klanten van [verweerder] om de vorderingen van [verzoeker] te voldoen.
2.5.
Op 11 september 2025 heeft [verzoeker] van [verweerder] per aangetekende post een brief ontvangen waarin [verweerder] hem heeft meegedeeld dat de arbeidsovereenkomst van [verzoeker] na 30 september 2025 niet zou worden verlengd.

3.Het verzoek

3.1.
[verzoeker] verzoekt bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
In het incident:
[verweerder] te bevelen om binnen een vast te stellen termijn de salarisspecificaties van 1 juni 2025 tot en met 30 september 2025 alsmede een eindafrekening van het dienstverband in het geding te brengen;
[verweerder] te veroordelen tot betaling van een dwangsom van € 500,- per dag dat [verweerder] niet voldoet aan de veroordeling, met een maximum van € 25.000,-;
In de hoofdzaak:
3. Aan [verzoeker] de aanzegvergoeding toe te kennen ter hoogte van € 998,40 bruto ten laste van [verweerder] ;
4. [verweerder] te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding ter hoogte van € 1.946,88 bruto;
5. [verweerder] te veroordelen tot betaling van het achterstallig vakantiegeld over de periode 1 juni 2025 tot en met 30 september 2025 ter hoogte van € 798,72 bruto;
6. [verweerder] te veroordelen tot betaling van 156 opgebouwde, maar niet genoten vakantie-uren over de periode 1 januari 2025 tot en met 30 september 2025 van € 2.246,40 bruto;
7. [verweerder] te veroordelen tot betaling van de vakantiebijslag over 156 opgebouwde, maar niet genoten vakantie-uren van € 179,72 bruto;
8. [verweerder] te veroordelen tot betaling van de wettelijke verhoging van 50% over de onder 6, 7 en 8 genoemde bedragen;
9. Veroordeling van [verweerder] om deugdelijke salarisspecificaties over de periode 1 juni 2025 tot en met 30 september 2025 aan [verzoeker] te verstrekken binnen 7 dagen na betekening van deze beschikking, op straffe van een dwangsom van € 500,- voor iedere dag dat [verweerder] hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 25.000,-;
10. [verweerder] te veroordelen tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten van € 753,58 netto;
11. [verweerder] te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over de onder 2, 4 t/m 7 en 9 genoemde bedragen;
12. [verweerder] te veroordelen in de proceskosten.
Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat [verweerder] de bedragen onder 3, 4 en 6 inmiddels had betaald. [verzoeker] heeft deze verzoeken ingetrokken.
3.2.
Aan het verzoek heeft [verzoeker] het volgende ten grondslag gelegd. Hij heeft nooit een eindafrekening ter afwikkeling van zijn dienstverband ontvangen en verschillende afgesproken bedragen niet ontvangen. Hij heeft [verweerder] hierover aangeschreven, maar die heeft niet gereageerd. [verweerder] heeft op 24 november 2025 wel een bedrag van € 3.596,14 naar [verzoeker] overgemaakt, maar het was niet duidelijk waar dat bedrag op zag. Voor de mondelinge behandeling heeft [verweerder] alsnog aan [verzoeker] laten weten waar het overgemaakte bedrag op zag, waardoor [verzoeker] een aantal verzoeken heeft ingetrokken.
3.3.
[verweerder] is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd.

4.De beoordeling

4.1.
Omdat de kantonrechter direct kan beslissen in de hoofdzaak, heeft [verzoeker] geen belang meer bij de incidentele verzoeken. Deze zullen dan ook worden afgewezen.
4.2.
De verzoeken tot betaling van het achterstallige vakantiegeld en de vakantiebijslag over de niet genoten vakantie-uren zullen worden toegewezen, nu deze redelijk voorkomen en [verweerder] daartegen geen verweer heeft gevoerd. De verzochte wettelijke rente over deze bedragen en de reeds betaalde bedragen is als niet weersproken eveneens toewijsbaar. Omdat in het verzoekschrift geen verzuimdatum is opgenomen, zal de wettelijke rente worden toegewezen vanaf 28 november 2025, de datum dat het verzoekschrift is binnengekomen bij de rechtbank.
4.3.
De verzochte salarisspecificaties worden als niet weersproken toegewezen. De verzochte dwangsom hierover wordt ook toegewezen.
4.4.
De wettelijke verhoging als bedoeld in artikel 7:625 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) wordt, zoals gevorderd, in deze zaak bepaald op 50%. [verweerder] heeft ondanks het eerdere kort geding verschillende bedragen niet (op tijd) aan [verzoeker] betaald. Ook heeft hij niet gereageerd nadat de gemachtigde van [verzoeker] hem hierover heeft aangeschreven. De kantonrechter ziet dan ook geen aanleiding de wettelijke verhoging te matigen.
4.5.
[verzoeker] verzoekt vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Het verzoek moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [verzoeker] voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaam-heden zijn verricht. Het verzochte bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.
4.6.
De proceskosten komen voor rekening van [verweerder] , omdat [verweerder] overwegend ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van [verzoeker] worden begroot op € 811,- (€ 90,- aan griffierecht, € 577,- aan salaris gemachtigde en € 144,- aan nakosten).

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [verweerder] tot betaling van:
  • het achterstallig vakantiegeld over de periode 1 juni 2025 tot en met 30 september 2025 ter hoogte van € 798,72 bruto,
  • de vakantiebijslag over de opgebouwde, maar niet genoten vakantie-uren, van € 179,72 bruto,
  • de wettelijke verhoging als bedoeld in artikel 7:625 BW Pro van 50% over:
o € 798,72 aan achterstallig vakantiegeld,
o € 2.246,40 aan opgebouwde, maar niet genoten vakantie-uren,
o € 179,72 aan vakantiebijslag over de niet genoten vakantie-uren,
- de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro met ingang van 28 november 2025 tot de dag van volledige betaling over:
o € 1.946,88 aan transitievergoeding,
o € 798,72 aan achterstallig vakantiegeld,
o € 2.246,40 aan opgebouwde, maar niet genoten vakantie-uren,
o € 179,72 aan vakantiebijslag over de niet genoten vakantie-uren,
- de buitengerechtelijke incassokosten van € 753,58,
5.2.
veroordeelt [verweerder] om deugdelijke salarisspecificaties over de periode 1 juni 2025 tot en met 30 september 2025 aan [verzoeker] te verstrekken binnen zeven dagen na betekening van deze beschikking, op straffe van een dwangsom van € 500,- voor iedere dag dat [verweerder] hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 25.000,-,
5.3.
veroordeelt [verweerder] in de proceskosten van € 811,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
5.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.V. Ulrici, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2026.
66351.MVU