ECLI:NL:RBAMS:2026:4007
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting pand wegens overlast en drugshandel
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de burgemeester van Amsterdam om een pand met daarin een sigarenzaak voor zes maanden te sluiten. De sluiting is gebaseerd op een bestuurlijke rapportage waarin sprake is van langdurige overlast door criminele jongeren, vermoedelijke handel in verdovende middelen vanuit het pand en een recente schietpartij in de directe omgeving.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de vraag of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft en of er sprake is van een zwaarwegend en spoedeisend belang. De burgemeester heeft de sluiting onderbouwd met een gedetailleerd rapport en de cumulatie van omstandigheden die de openbare orde ernstig aantasten.
Verzoeker heeft aangevoerd dat hij geen deel uitmaakt van de overlastgevende groep en dat hij schade lijdt door kwaliteitsvermindering van zijn voorraad en het ontbreken van inkomsten. Deze belangen zijn echter onvoldoende onderbouwd. De voorzieningenrechter acht het besluit rechtmatig en ziet geen reden om het te schorsen.
De uitspraak heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank niet in een eventueel bodemgeding. De burgemeester wordt wel geacht regelmatig te toetsen of de sluiting nog noodzakelijk is. Het verzoek om de sluiting op te heffen wordt afgewezen, en er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van het pand wordt afgewezen vanwege rechtmatigheid van het besluit en onvoldoende onderbouwd belang.