Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:4000

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
23 april 2026
Publicatiedatum
23 april 2026
Zaaknummer
11982362
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:1 BWArt. 6:217 BWArt. 6:230l BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Terugbetaling aanbetaling tweedehands auto na ontbinding koopovereenkomst

Eiser heeft op 26 juli 2025 een proefrit gemaakt en een aanbetaling van €1.000 gedaan voor een tweedehands Mini Countryman Cooper S bij gedaagde. Kort daarna heeft eiser via WhatsApp laten weten de koop te willen annuleren. Eiser vordert terugbetaling van de aanbetaling, stellende dat er geen rechtsgeldige koopovereenkomst is of dat hij de overeenkomst buitengerechtelijk heeft ontbonden.

De kantonrechter stelt vast dat er wel degelijk een mondelinge koopovereenkomst tot stand is gekomen in de verkoopruimte van gedaagde, waarbij een koopprijs van €6.500 is overeengekomen. Eiser had geen herroepingsrecht en de ontbinding is niet rechtsgeldig omdat geen tekortkoming van gedaagde is gebleken. De algemene voorwaarden van gedaagde zijn niet van toepassing omdat deze niet zijn overgelegd en niet zijn aanvaard door eiser.

Omdat de auto inmiddels aan een derde is verkocht en nakoming niet meer mogelijk is, gaat het enkel om de vraag of gedaagde de aanbetaling moet terugbetalen. De kantonrechter oordeelt dat eiser gehouden is een redelijke vergoeding te betalen voor de door gedaagde gemaakte kosten, die worden geschat op 25% van de aanbetaling. De gevorderde rente wordt toegewezen vanaf 24 augustus 2025. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.

Uitkomst: Gedaagde moet 25% van de aanbetaling terugbetalen aan eiser met rente, overige vorderingen worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11982362 \ CV EXPL 25-16438
Vonnis van 23 april 2026
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: eiser,
gemachtigde: R. Janssen en N. Chris (Stichting Rechtswinkel Bijlmermeer),
tegen
[gedaagde] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: gedaagde,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 27 oktober 2025;
- het proces-verbaal van 25 november 2025 van het mondeling antwoord;
- het instructievonnis van 9 december 2025;
- de dagbepaling mondelinge behandeling.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 20 maart 2026. Eiser is verschenen, bijgestaan door de gemachtigden. Namens gedaagde is [naam] verschenen. Beide partijen hebben hun standpunt nader toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op 26 juli 2025 is eiser bij gedaagde in de garage geweest en heeft een proefrit gemaakt met een Mini Countryman Cooper S (hierna: de auto). Eiser heeft toen een aanbetaling van € 1.000,00 gedaan aan gedaagde.
2.2.
Diezelfde dag, heeft eiser in de middag het volgende Whatsappbericht gestuurd aan gedaagde:

Raar, sorry man, ik ga het toch afzeggen”.

3.Het geschil

3.1.
Eiser vordert – samengevat – veroordeling van gedaagde tot betaling van € 1.000,00, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
Eiser legt primair – samengevat – aan zijn vordering ten grondslag dat er geen rechtsgeldige koopovereenkomst tot stand is gekomen. Eiser heeft de aanbetaling onverschuldigd betaald. Subsidiair stelt eiser dat hij de koopovereenkomst buitengerechtelijk heeft ontbonden. Meer subsidiair stelt eiser dat gedaagde onrechtmatig handelt door de aanbetaling zonder rechtsgrond onder zich te houden. Eiser stelt ten slotte dat gedaagde niet heeft voldaan aan de op hem rustende informatieplichten.
3.3.
Gedaagde voert verweer.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Het gaat in deze zaak om de vraag of gedaagde door eiser gedane aanbetaling van € 1.000,00 moet worden terugbetaald. Om deze vraag te beantwoorden, dient eerst te worden vastgesteld of er een overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen, in dit geval een koopovereenkomst. Koop is de overeenkomst waarbij de een zich verbindt een zaak te geven en de ander om daarvoor een prijs in geld te betalen (artikel 7:1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW)). Op grond van artikel 6:217 BW Pro komt een overeenkomst tot stand door aanbod en aanvaarding.
Er is een koopovereenkomst tot stand gekomen
4.2.
Vaststaat is dat er geen schriftelijke overeenkomst is. Anders dan eiser heeft gesteld, is de kantonrechter van oordeel dat er een mondelinge koopovereenkomst tussen partijen tot stand is gekomen in de garage, dus binnen de verkoopruimte, van gedaagde. Gedaagde heeft op de zitting op zijn telefoon weliswaar een offerte laten zien, maar een offerte is geen schriftelijke overeenkomst. Uit de gedragingen van partijen volgt echter dat sprake is geweest van aanbod en aanvaarding. Eiser is naar de garage van gedaagde gegaan, heeft daar een proefrit met de auto gemaakt en heeft vervolgens aangegeven dat hij de auto wilde kopen. Aansluitend heeft eiser een aanbetaling van € 1.000,00 verricht. Partijen zijn daarbij een koopprijs van € 6.500,00 overeengekomen, welk bedrag alle kosten omvatte. Tevens is afgesproken dat nadere afspraken over de levering van de auto op een later moment zouden worden gemaakt. Omdat er een overeenkomst tot stand is gekomen is, faalt het beroep van eiser op onverschuldigde betaling.
4.3.
Van een rechtsgeldige buitengerechtelijke ontbinding van de koopovereenkomst door eiser is evenmin sprake. Voor een geslaagd beroep op ontbinding is een toerekenbare tekortkoming in de nakoming aan de zijde van gedaagde vereist. Gesteld noch gebleken is dat van een dergelijke tekortkoming sprake is.
4.4.
Evenmin is sprake van een onrechtmatige daad aan de zijde van gedaagde. Eiser heeft aangevoerd dat gedaagde het betaalde bedrag zonder rechtsgrond onder zich houdt. Dit betoog faalt, reeds omdat hiervoor is vastgesteld dat tussen partijen een rechtsgeldige koopovereenkomst tot stand is gekomen, zodat een rechtsgrond voor de betaling aanwezig is. Van geleden schade bij eiser als gevolg van een onrechtmatige daad is dan ook geen sprake.
Ambtshalve toetsing
4.5.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, anders dan een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte gesloten. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke precontractuele informatieplichten van artikel 6:230l van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd.
4.6.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de context van het sluiten van de overeenkomst voldoende blijkt dat is voldaan aan de precontractuele informatieplichten. De kantonrechter gaat voorbij aan de stelling van eiser dat niet voldaan is aan het vereiste om leveringsafspraken te maken. Eiser heeft de stelling van gedaagde, dat zij later nog afspraken zouden maken over de levering van de auto, niet weersproken.
De aanbetaling
4.7.
Partijen berusten zich beiden in het feit dat de overeenkomst niet verder is uitgevoerd. Zij verlangen over en weer beiden geen nakoming. Nakoming is bovendien niet meer mogelijk, nu de betreffende auto door gedaagde inmiddels is verkocht aan een derde. Het gaat nu enkel nog om de vraag of gedaagde de door eiser gedane aanbetaling van € 1.000,- moet terugbetalen aan eiser.
4.8.
Gedaagde stelt zich op het standpunt er geen reden was om de koop te annuleren en dat het beleid is dat aanbetalingen niet worden terugbetaald. Dit doet zij niet, omdat er kosten worden gemaakt voor het offline halen van de auto op verschillende platforms en dat kost per platform geld. Daarbij kunnen andere potentiële klanten dan niet meer reageren op de auto. Dit staat ook in de toepasselijke algemene voorwaarden die op tafel lagen toen de overeenkomst werd gesloten. Op grond van de algemene voorwaarden is eiser bij annulering van de koop 25% van de aanbetaling verschuldigd. Ter zitting heeft gedaagde nog aangevuld dat de kosten die hij gemaakt ongeveer € 750,00 bedragen. Huurder betwist dat hij de algemene voorwaarden heeft ontvangen.
4.9.
Gedaagde heeft onvoldoende onderbouwd hoe hij de algemene voorwaarden ter hand heeft gesteld aan eiser en of deze voorwaarden ook door eiser zijn aanvaard. Tegenover de betwisting van eiser dat hij deze heeft ontvangen, had dit wel op de weg van gedaagde gelegen. Hier komt bij dat gedaagde de algemene voorwaarden waar hij een beroep op doet überhaupt niet heeft overgelegd in dit geding. De enkele stelling van gedaagde dat de voorwaarden op tafel lagen, is onvoldoende om aan te nemen dat de algemene voorwaarden van gedaagde van toepassing zijn op de tussen partijen gesloten overeenkomst.
4.10.
Dat betekent dat partijen niets zijn overeengekomen voor het geval dat de koop geannuleerd wordt door de koper. Nu beide partijen geen nakoming meer verlangen, moet worden bepaald welke gevolgen dit heeft voor de aanbetaling. De kantonrechter overweegt het volgende in dit kader.
4.11.
Eiser heeft de auto gekocht en kort daarna zonder opgaaf van redenen per Whatsapp meegedeeld dat hij van de koop afzag. Hoewel eiser in beginsel niet gerechtigd was de tot stand gekomen koopovereenkomst te annuleren, heeft gedaagde geen nakoming van de overeenkomst gevorderd. Gedaagde heeft gemotiveerd toegelicht dat hij kosten heeft gemaakt ten behoeve van de verkoop van de auto. Hoewel er geen schriftelijke afspraak tussen partijen tot stand is gekomen op grond waarvan gedaagde die kosten kan verhalen op eiser, heeft een overeenkomst niet alleen de door partijen overeengekomen rechtsgevolgen, maar ook die uit de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeien. In de gegeven omstandigheden is de kantonrechter van oordeel dat de redelijkheid en billijkheid meebrengen dat eiser gehouden is een vergoeding te betalen voor de door gedaagde gemaakte kosten als gevolg van het zonder rechtsgrond afzien van de koopovereenkomst, terwijl de koop (administratieve) kosten voor gedaagde heeft meegebracht. Bij gebreke van een nadere onderbouwing van deze kosten door gedaagde schat de kantonrechter deze kosten naar redelijkheid op 25% van de door eiser betaalde aanbetaling.
4.12.
Dat betekent dat de gevorderde hoofdsom gedeeltelijk voor een bedrag van € 750,00 wordt toegewezen. De gevorderde rente is als onweersproken toewijsbaar vanaf 14 dagen na de sommatiebrief van 9 augustus 2025, dus vanaf 24 augustus 2025.
Buitengerechtelijke kosten
4.13.
De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten zal worden afgewezen. Gedaagde, de schuldenaar, is geen consument. Eiser heeft nagelaten een omschrijving te geven van de voor eisers rekening verrichte buitengerechtelijke werkzaamheden. Uit de door eiser ingediende stukken blijkt niet dat kosten zijn gemaakt die betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De kosten waarvan eiser vergoeding vordert moeten dan ook worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten.
4.14.
Omdat beide partijen gedeeltelijk ongelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 750,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 24 augustus 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Kuiken, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 april 2026, in aanwezigheid van de griffier mr. S.H.I. Hoestra.
61289