Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
hij op of omstreeks 23 juli 2024 te Wuustwezel, in elk geval in België, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s} voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of een of meer onbekend gebleven personen opzettelijk van het leven te beroven, een of
2
hij op of omstreeks 23 juli 2024 te Wuustwezel, in elk geval in België, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen van categorie |I, onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten een (automatisch) vuurwapen, van het merk R9-Arms, type R9, kaliber 9x19 mm, zijnde een vuurwapen geschikt om automatisch te vuren voorhanden heeft gehad;
hij op of omstreeks 30 juni 2024 te Amsterdam op/aan/bij een pand gelegen aan de [adres 3] , opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door aldaar een (zelfgemaakte) geïmproviseerde explosieve constructie, te weten een stuk zwaar vuurwerk (vermoedelijk een Cobra 6) en/of een fles met (brandbare) vloeistof, op/aan/bij voornoemde woning te plaatsen en/of te ontsteken en/of tot ontploffing te brengen terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten voornoemd pand en/of de in dat pand aanwezige goederen en/of de naastgelegen/omringende woningen/panden en/of de in die naastgelegen/omringende woningen/panden aanwezige goederen en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de in de voornoemd pand aanwezige perso(o)n(en) en/of de in de naastgelegen/omringende woningen/panden aanwezige perso(o)n(en) en/of passerende voetganger(s), in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was;
hij op of omstreeks 30 juni 2024 te Amsterdam een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een (zelfgemaakte) geïmproviseerde explosieve constructie (te weten een zwaar stuk vuurwerk (vermoedelijk een Cobra 6) en/of een hoeveelheid brandbare vloeistof), zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing voorhanden heeft gehad;
hij op of omstreeks 4 juli 2024 te Amsterdam op/aan/bij een pand gelegen aan de [adres 4] , opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door aldaar een (zelfgemaakte) geïmproviseerde explosieve constructie, te weten een stuk zwaar vuurwerk (vermoedelijk een Cobra 6) en/of een fles met (brandbare) vloeistof, op/aan/bij voornoemde woning te plaatsen en/of te ontsteken en/of tot ontploffing te brengen terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten voornoemd pand en/of de in dat pand aanwezige goederen en/of de naastgelegen/omringende woningen/panden en/of de in die naastgelegen/omringende woningen/panden aanwezige goederen en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de in de voornoemd pand aanwezige perso(o)n(en) en/of de in de naastgelegen/omringende woningen/panden aanwezige perso(o)n(en) en/of passerende voetganger(s), in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was;
hij op of omstreeks 4 juli 2024 te Amsterdam een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een (zelfgemaakte) geïmproviseerde explosieve constructie (te weten een zwaar stuk vuurwerk (vermoedelijk een Cobra 6) en/of een hoeveelheid brandbare vloeistof), zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing voorhanden heeft gehad;
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.Bewijs
6.Strafbaarheid van de feiten
7.Strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
- het psychologisch onderzoek Pro Justitia, opgemaakt door drs. C. Karydaki van 2 april 2025;
- het aanvullend psychologisch onderzoek Pro Justitia, opgemaakt door drs. C. Karydaki van 14 november 2025;
- het rapport van de Raad van 10 september 2025;
- de briefrapportage van Leger des Heils van 7 april 2026.
9.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
jeugddetentie van 365 (driehonderdvijfenzestig) dagen.
173 dagentot en met de dag van deze uitspraak), bij de tenuitvoerlegging van die straf
in mindering gebracht zal worden.
192 (honderdtweeënnegentig) dagen, van deze jeugddetentienietzal worden ten uitvoer gelegd, tenzijlater anders wordt gelast.
- Meewerkt aan het vinden en behouden van een positieve, structurele vorm van dagbesteding in de vorm van werk of opleiding en zich houdt aan de daar geldende afspraken;
- Meewerkt aan het vinden en behouden van een positieve, structurele vorm van vrijetijdsbesteding in de vorm van sport of hobby;
- Meewerkt aan behandeling van Inforsa (of soortgelijke instantie), zich houdt aan de daar geldende afspraken en zich hiervoor inzet door zich open te stellen, ook wanneer het minder goed met hem gaat. Daarbij hoort ook een klinische opname, waar en wanneer Leger des Heils en/of Inforsa dat nodig vinden;
- Meewerkt aan behandeling voor verslaving, klinisch of ambulant, ook als dat inhoudt het meewerken aan urinecontroles;
- Meewerkt aan het wonen bij en eventuele verdere hulpverlening die nodig wordt geacht door [zorg instelling] of een soortgelijke instelling voor begeleid wonen (voor (jong)volwassenen) en zich houdt aan de aldaar geldende afspraken.
de gijzeling op 0 dagen.
[benadeelde partij] voor het overige niet-ontvankelijkin zijn vordering is.