ECLI:NL:RBAMS:2026:3977
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd tot behandeling verzoek zorgmachtiging wegens onbekende verblijfplaats betrokkene
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 1993, die geen vaste woon- of verblijfplaats heeft. De advocaat van betrokkene gaf tijdens de mondelinge behandeling aan dat de rechtbank Amsterdam niet bevoegd is omdat niet kan worden vastgesteld waar betrokkene woont of verblijft.
De rechtbank stelde vast dat artikel 1:6 Wvggz Pro bepaalt dat alleen de rechter van de woonplaats of de plaats van hoofdzakelijk verblijf van betrokkene bevoegd is. Omdat betrokkene nergens is ingeschreven en zijn verblijfplaats onbekend is, kon niet worden vastgesteld welke rechtbank bevoegd is. Daarom verklaarde de rechtbank zich onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek.
De rechtbank besloot de zaak niet door te verwijzen naar een andere rechtbank. De beschikking werd op 24 april 2026 in het openbaar uitgesproken en ondertekend door rechter J. Kloosterhuis en griffier L.F. Datema. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank Amsterdam verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het verzoek tot zorgmachtiging wegens onbekende woon- en verblijfplaats van betrokkene.