2.4.Het eerste artikel verscheen op 16 september 2022 in de Limburger met de titel: “Topman Miljoenenfonds provincie steekt eigen geld in omstreden vakantiepark [naam vakantiepark] in [plaats] : gouverneur start onderzoek” (hierna: het 2022-artikel). Het 2022-artikel gaat samengevat over een investering van investeerder [naam 4] in vakantiepark [naam vakantiepark] . [naam 4] is beheerder van het Limburgs Energie Fonds (LEF), een investeringsfonds van de provincie Limburg opgericht voor financiering van duurzaamheidsinitiatieven. [naam 4] zou ‘kwetsbaar’ of zelfs chantabel zijn doordat hij (privé) ruim € 1 miljoen heeft geïnvesteerd in vakantiepark [naam vakantiepark] in [plaats] , welk vakantiepark volgens het artikel omstreden zou zijn. Eigenaresse en bestuurder van dit vakantiepark is de moeder van [eiser] . In het artikel wordt over [eiser] (in het artikel aangeduid als [eiser] , of [eiser] ) onder meer vermeld dat hij strafrechtelijke veroordelingen op zijn naam heeft staan voor opiumwetdelicten en hypotheekfraude en in het verleden is verdacht van witwassen. Ook wordt benoemd dat zijn broer, [naam broer] , in 2012 is geliquideerd en dat hij zaken heeft gedaan met de ondernemer, [naam ondernemer] , waarover wordt geschreven dat hij volgens justitie betrokken is bij grootschalige witwaspraktijken.
Voor deze procedure gaat het onder meer om de volgende passages:
“
De provincie Limburg laat een onafhankelijk onderzoek uitvoeren naar privé-investeringen van topman [naam 4] van het Limburgs Energiefonds (LEF), waarin zo'n driehonderd miljoen euro gemeenschapsgeld zit. [naam 4] investeert privé in het vakantiepark [naam vakantiepark] in [plaats] waaraan de overheid de handen vol heeft. Ook politie en Openbaar Ministerie zijn op de hoogte gebracht.
Onderzoek
(…) Ook de familie die al sinds jaar en dag eigenaar is van [naam vakantiepark] is niet van
onbesproken gedrag. Zo is [eiser] , de contactpersoon van [naam 4] bij het [naam park] , veroordeeld voor opiumdelicten en hypotheekfraude en is hij in het verleden verdacht van witwassen. Diens broer [naam broer] , die de leider zou zijn van een Eindhovense drugsbende, is in 2012 geliquideerd.
(…)
En daarbij: bedenkelijke signalen rond de familie achter het park.
(…)
Erfverpachter
(…) Het onderhoud van de algemene voorzieningen, de infrastructuur en de afvalverwerking gebeurt door Bungalowpark [naam bungalowpark] . Juridisch eigenaar van de bv's is [naam 5] (72). Haar vijftigjarige zoon [eiser] , ook wel [eiser] genoemd, is bestuurder van de Stichting Administratiekantoor [naam administratiekantoor] .
(…)
Witwaspraktijken
Contactpersoon bij [naam vakantiepark] [eiser] is ook een drukbezet man. Hij is (vastgoed)belegger, voornamelijk actief in Duitsland en Spanje. Naast zijn adviesrol bij [naam vakantiepark] - dat tot voor kort ook een park met dezelfde naam bezat in [plaats] - was hij, samen met de Turkse Eindhovenaar [naam ondernemer] , lang eigenaar van vele tientallen (studenten)panden in de [plaats] . Aan [naam ondernemer] kleeft een luchtje. Volgens Justitie is hij betrokken bij grootschalige witwaspraktijken, waarbij vermoedelijk drugsgeld wordt ingezet in de vastgoedwereld. Om die reden vordert Justitie, in een reeds jaren slepende procedure, 24 miljoen euro van hem terug.
Bij deze kwestie is [eiser] niet betrokken, al is ook hij in de loop der jaren nadrukkelijk in het vizier van de opsporingsautoriteiten. Hij heeft twee veroordelingen wegens opiumwetdelicten op zijn naam, blijkt uit gerechtelijke stukken. De aard van die delicten staat niet vermeld.
Ook wordt in vonnissen aangehaald dat [eiser] tussen 1999 en 2008 in totaal 46 panden had aangekocht, ter waarde van ruim 5,5 miljoen, terwijl hij volgens de Belastingdienst tussen 2000 en 2007 geen legaal inkomen in Nederland had. Volgens de rechtbank was er sprake van 'een redelijke verdenking van witwassen'. Welk vervolg die verdenking heeft gekregen, is onduidelijk.
Strafrechtelijk
In een beschikking uit 2014 van de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam staat dat er een strafrechtelijk onderzoek tegen [eiser] loopt en dat de administratie van de [naam vakantiepark] in beslag is genomen. Het zou gaan om 'onttrekking van gelden' aan de holding. De Ondernemingskamer gelast daarnaast een onderzoek naar de geldstromen binnen het [naam vakantiepark] -concern en benoemt een onafhankelijke bestuurder. Of en hoe de zaak bij de Ondernemingskamer is afgelopen, is onduidelijk. [eiser] stelt dat de strafrechtelijke kwestie is geseponeerd en dat hij een schadevergoeding heeft gekregen voor de „onterechte verdenking". Hij stuurt een half screenshot als bewijs maar gaat niet in op verdere vragen. „Dat is allemaal privé".
In 2015 is hij, voortvloeiend uit de witwasverdenking, tot in hoger beroep veroordeeld voor hypotheekfraude en gesjoemel met een salarisstrook rond [naam vakantiepark] . Twee jaar later krijgt hij 500 euro boete vanwege het antedateren van documenten rond de samenvoeging van de twee [naam vakantiepark] -parken in [plaats] en [plaats] . In die zaak wordt moeder [naam 5] eveneens veroordeeld.
In 2016 wordt [eiser] , samen met zakenpartner [naam ondernemer] , na een vormfout vrijgesproken van vermeend gesjoemel met elektriciteitsmeters in hun Eindhovense panden. Een jaar eerder legt de gemeente Eindhoven 1 miljoen aan dwangsommen op wegens vermeende gebreken aan de studentenhuizen; daarvan wordt uiteindelijk 125.000 euro geïnd.
Geliquideerd
[eiser] broer [naam broer] was een grote jongen in de Brabantse drugswereld; hij was volgens Justitie de leider van de regionaal befaamde [naam bende] , die rond 2011 werd opgerold. [naam broer] werd op 17 november 2012, kort voor de rechtszaak, geliquideerd.
Op de bezittingen van [naam broer] wordt beslag gelegd door de Belastingdienst, (…). Die beslagen liggen ook op sommige kavels op [naam vakantiepark] , gezamenlijk eigendom van [naam broer] en [eiser] .
[eiser] , woonachtig in het buitenland, krijgt zelf ook te maken met geweld: in november 2019 ontploft een explosief, vermoedelijk een handgranaat, bij een van zijn panden in [plaats] . [eiser] klaagt in de publiciteit en in de rechtszaal meermaals dat er een 'heksenjacht' op hem gaande is. Volgens hem wordt hij in een kwaad daglicht gesteld vanwege zijn broer [naam broer] , én omdat hij samen met [naam ondernemer] in onroerend goed zat.
Inval
Die tactiek lijkt te werken. [naam ondernemer] vertelt tegenover De Limburger dat hij in juni 2017 alle zakelijke banden met [eiser] heeft verbroken. „Bij mij is in 2016 een inval geweest vanwege die verdenking van witwassen. [eiser] had ook continu problemen, vooral vanwege zijn broer. Maar zelf had hij ook wat onderzoekjes en wat dingen met de overheid. Het bleef wringen, telkens waren er belemmeringen. Hij vond dat het aan mij lag, ik vond dat het aan hem lag. Het is net als een huwelijk: als het niet meer gaat, dan ga je uit elkaar", zo motiveert hij de 'scheiding'. Via de notaris en met toestemming van het Openbaar Ministerie is alle bezit verdeeld, aldus [naam ondernemer] . „Op panden van hem lag beslag door de Belastingdienst, bij mij door Justitie. Het Openbaar Ministerie heeft toestemming gegeven voor de verdeling".
Twee maanden daarvoor verstrekt [naam 4] zijn lening van 1 miljoen euro aan Bungalowpark [naam bungalowpark] BV . Bij de besprekingen is [eiser] aanwezig. Als onderpand wordt een hypotheek van 1,8 miljoen euro verstrekt. In november 2018 volgt nog een tweede lening van 140.000 euro, vallend onder dezelfde hypotheek. [naam vakantiepark] en [naam 5] staan vermeld in de akte maar de deal is geregeld via [eiser] , aldus [naam 4] .
Hij en [eiser] kennen elkaar „al een jaar of tien". [naam 4] : „Het was een van de honderd contacten die ik had toen ik werkte voor [naam 6] ".
(…)
Geldschieter
In 2016 komen beiden dus opnieuw bij elkaar uit als [naam vakantiepark] een geldschieter zoekt voor de aankoop van een flink aantal kavels op het [naam park] . Een tussenpersoon doet een warme aanbeveling bij de familie [eiser] (…).
[naam 4] is een private financier. Hij zoekt een belegging met hoog rendement en „zonder al te veel tijd qua beheer” om zijn pensioenvoorziening veilig te stellen, legt hij tegenover De Limburger uit. Maar hij was op zijn hoede, stelt hij nu. „Ik wist van het akkefietje rond de broer, die liquidatie in het kickbox-circuit. Die broer, [naam broer] , was actief in de drugscriminaliteit, denk ik. En [eiser] legde me uit dat de bank hem geen financiering wilde verlenen vanwege de associatie met [naam broer] . Daarom was ik zeer terughoudend, én kritisch over de familieleden. Ik wilde [eiser] dus ook éérst zien en spreken, om een gevoel te krijgen bij de persoon. Dat doe ik normaal nooit bij dit soort financieringen".
[eiser] : „Wat [naam 4] zegt over de weigering van de bank, klopt niet. Wij hadden gewoon op meerdere plekken een offerte gevraagd en hij kwam als beste uit de bus".
[naam 4] deed onderzoek „voor zover dat kon", zo stelt hij. „Maar ik kwam geen berichten tegen die negatief waren, niets over een strafrechtelijk verleden".
(…)
'Verontrustend’
Nu geconfronteerd met de achtergronden van de familie [eiser] schrikt [naam 4] zichtbaar. „Dit is zéér verontrustend. Al deze signalen wekken zeker een bepaalde schijn. Ik wil natuurlijk geen associatie met drugscriminelen of fraudeplegers." Met de kennis van nu had hij de lening niet verstrekt, bezweert hij. „Maar ik kan het contract niet zomaar opzeggen. Dat kan alleen als er in strijd wordt gehandeld met de vergunning, maar ik weet niet eens of ze die nodig hebben."
(…)
[eiser] : 'Er is niets aan de hand'
[eiser] reageert geïrriteerd op de vragen van De Limburger. „Er is niets aan de hand. Ik heb niets met [naam vakantiepark] te maken, nooit bestuurlijke verantwoordelijkheid gehad. Ik heb geadviseerd bij het regelen van de lening van [naam 4] , dat klopt, maar verder niets. En mijn verleden is privé en totaal niet relevant voor de zakelijke relatie tussen [naam 4] en [naam vakantiepark] . Met de fiscus heb ik nooit problemen gehad en witwassen is me nooit ten laste gelegd. Ik vind uw insinuaties ongefundeerd.” (…)”