Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.De procedure
- de akte wijziging c.q. vermindering van eis van 4 februari 2026 van [eiser] ,
- de antwoordakte wijziging eis in conventie van 18 februari 2026 van [gedaagde] .
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
2 februari 2025 (zie 2.13) en 1 maart 2025 (zie 2.15) van het bestuur van [gedaagde] aan [eiser] . Ter zitting heeft [gedaagde] ook erkend dat het toenmalige bestuur eerst het probleem met de bamboe wilde afhandelen met [eiser] , alvorens het zou meewerken aan de verkoop van het gebruiksrecht.