Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3937

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
29 april 2026
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
C/13/774257 / HA ZA 25-1402
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 42 FaillissementswetArt. 47 FaillissementswetArt. 3:84 lid 1 BWArt. 6:94 lid 1 BWArt. 3:300 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen geldige overdracht van merkrechten door geantedateerde koopovereenkomst in faillissement

Puri Safe Pharmaceuticals B.V. werd failliet verklaard en hield merkrechten die zij volgens een koopovereenkomst aan Indsun Holdings B.V. zou hebben overgedragen. Indsun stelde dat zij rechthebbende was van de merkrechten en dat de curator de overdracht onterecht had vernietigd. De curator betwistte de geldigheid van de koop- en leningsovereenkomst, die volgens hem geantedateerd waren en niet in de boekhouding voorkwamen, waardoor geen geldige titel voor overdracht bestond.

De rechtbank concludeerde dat de koopovereenkomst niet bestond ten tijde van de overdracht en dat Indsun nooit rechthebbende van de merkrechten is geworden. Hierdoor vielen de merkrechten in de faillissementsboedel en was de curator bevoegd deze aan TransHeroes over te dragen. Indsun werd veroordeeld tot schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen door weigering mee te werken aan ongedaanmaking van de registratie.

Daarnaast werd Indsun veroordeeld tot betaling van proceskosten aan curator en TransHeroes. De rechtbank wees de vorderingen van Indsun af en verklaarde dat TransHeroes rechthebbende is van de merkrechten, met een veroordeling tot medewerking aan inschrijving bij het BOIP.

Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de overdracht van merkrechten niet geldig is en veroordeelt Indsun tot schadevergoeding en proceskosten, terwijl TransHeroes als rechthebbende wordt erkend.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer: C/13/774257 / HA ZA 25-1402
Vonnis van 29 april 2026 (bij vervroeging)
in de zaak van
INDSUN HOLDINGS B.V.,
te Amsterdam,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: Indsun,
advocaat: mr. L.A.C. van Lierop,
tegen

1.[curator]

procederend voor zichzelf en in hoedanigheid van curator in het faillissement van Puri Safe Pharmaceuticals B.V.
gevestigd te Amsterdam,
advocaat: mr. I.A.W. Been,

2.TRANSHEROES B.V.,

gevestigd te Hengelo,
advocaat: mr. L. Bezoen,
gedaagde partijen in conventie,
eisende partijen in reconventie,
hierna te noemen: de curator en TransHeroes.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 14 januari 2026
- de mondelinge behandeling van 8 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is bepaald dat het vonnis vandaag wordt gewezen.

2.De feiten

2.1.
Puri Safe is een onderneming die zich richtte op het ontwikkelen en verkopen van
menstruatieondergoed.
Op 8 mei 2024 is Puri Safe op verzoek van TransHeroes failliet verklaard. De curator is daarbij als zodanig benoemd.
2.2.
Puri Safe was houder van een tweetal beeldmerken met woordelementen,
die zijn gedeponeerd in het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BOIP) en onder de nummers [nummer 1] en [nummer 2] zijn ingeschreven op 5 februari 2023 respectievelijk 5 januari 2024 (hierna samen: de merkrechten).
2.3.
Indsun is opgericht op 12 december 2023 en heeft dezelfde aandeelhouders en bestuurder als Puri Safe.
2.4.
Op 17 januari 2024 is een akte van overdracht van intellectuele eigendomsrechten,
opgemaakt tussen Indsun en Puri Safe. Voor beide vennootschappen is deze akte ondertekend door haar bestuurder [naam] (hierna: [naam] ).
In artikel 1 is Pro bepaald dat alle Intellectual Property rights door Puri Safe worden overgedragen aan Indsun. In de Recitals wordt verwezen naar Annex 1, dat de Registration certificates van de merkrechten bevat.
2.5.
Op 18 januari 2024 is er bij het BOIP een verzoek tot wijziging
van merkhouder ingediend, te weten het verzoek de merkrechten op naam van Puri Safe te registreren op naam van Indsun als ‘New Holder’.
Bij brief van 5 februari 2024 heeft het BOIP aan ACA Legal Advice, de gemachtigde van Idsun, met betrekking tot de merkrechten laten weten:
“Your request for modification has been handled and processed in our register.
Transferred to: Indsun (…)”
2.6.
Indsun beroept zich in deze procedure op een schriftelijk stuk (hierna: de koopovereenkomst) dat voor beide partijen is ondertekend door [naam] en dat voor zover in dit geding van belang als volgt luidt:
“AGREEMENT FOR THE SALE AND TRANSFER OF INTELLECTUAL PROPERTY RIGHTS
This Agreement is made and entered into on this 17th day of January 2024, by and between:
Indsun Holdings B.V. (…)
AND
Puri Safe Pharmaceuticals B.V.
RECITALS
• WHEREAS, Puri Safe Pharmaceuticals BV. is the rightful owner of all registered and
unregistered Intellectual Property rights as outlined in Annex 1 to this Agreement.
• WHEREAS, the shareholders of Indsun Holdings B.V. provided various loans to Puri Safe Pharmaceuticals B.V. since its formation, which accumulated to € 250,000.
• WHEREAS, the shareholders of Indsun Holdings B .V. have decided that the repayment of these loans shall be paid through Indsun Holdings B.V. as a short-term loan to be paid in 12 months from the date Puri Safe Pharmaceuticals B.V. commences its online sales.
• WHEREAS. the shareholders of Indsun Holdings B.V. have agreed that € 60,000 shall be deducted from the total loan amount of € 250,000 as payment for the transfer of all IP rights from Puri Safe Pharmaceuticals B.V. to Indsun Holdings B.V., (…)
NOW, THEREFORE, in consideration of the mutual covenants and promises herein contained, the
Parties hereby agree as follows:
ARTICLE 1- SALE AND TRANSFER OF INTELLECTUAL PROPERTY RIGHTS
1.1
Transfer of IP Rights:
Puri Safe Pharmaceuticals B.V. hereby sells, transfers, and assigns to Indsun Holdings B.V. all of its rights, title, and interest in and to the Intellectual Property rights, unconditionally and unencumbered. This transfer shall be effective upon the date of signing this Agreement and shall be valid indefinitely.
(…)
ARTICLE 2- COMPENSATION AND LOAN SETTLEMENT
2.1
Consideration for IP Rights:
The Parties agree that the value of the IP rights transferred is € 60 ,000. This amount shall be deducted from the total loan amount of € 250,000 previously provided by the shareholders of Indsun Holdings B.V. to Puri Safe Pharmaceuticals B.V.”
2.7.
De Curator heeft op 19 juni 2024 bij brief aan [naam] de akte van overdracht die ziet op het overdragen van de intellectuele eigendomsrechten van Puri Safe aan Indsun buitengerechtelijk vernietigd op grond van artikel 42 Faillissementswet Pro (Fw).
2.8.
Vanaf het mailadres [e-mailadres] en ondertekend door Puri Safe Pharmaceuticals is de onder 2.7 genoemde buitengerechtelijke vernietiging betwist in e-mailberichten van 25 juni 2024 en 12 augustus 2024.
2.9.
De curator heeft op 8 oktober 2024 de activa van Puri Safe overgedragen aan
TransHeroes, voor een koopsom van € 5.400,00 exclusief btw (€ 6.534,00 inclusief btw).
Bij akte van 12 december 2024 is tussen de curator en TransHeroes vastgelegd dat de curator de overdracht van de merkrechten van Puri Safe aan Indsun buitengerechtelijk heeft vernietigd en dat de curator deze aan TransHeroes heeft overgedragen voor zover Puri Safe daarvan houder was.
“Daarbij heeft de curator expliciet opgemerkt dat de vernietiging door Indsun wordt betwist.”
2.10.
Op 18 december 2024 heeft BOIP in haar systeem een aantekening van de overdracht van de merkrechten aan TransHeroes opgenomen, met als omschrijving van de status:
“In behandeling onderzoeker, in afwachting van reactie gemachtigde/deposant.”
2.11.
Bij brief van 27 januari 2025 heeft BOIP Indsun en TransHeroes gezamenlijk aangeschreven. Deze brief luidt voor zover hier van belang als volgt:
“Het door Vasquez [1] op 18 december 2024 ingediende verzoek tot aantekening van de overdracht aan TransHeroes is door ons ingevoerd in onze systemen. Deze overdracht is nog niet aangetekend, wij hebben hierover nadere vragen gesteld. Uit de ingediende akte blijkt de overdracht niet zonder meer,
Alberto [2] verzoekt ons het verzoek tot aantekening van de overdracht aan TransHeroes uit onze systemen te verwijderen. Zij meent dat Indsun wordt benadeeld door dit verzoek.
Op basis van het voorgaande stellen wij vast dat er tussen partijen, Indsun, TransHeroes en (de boedel van) PSP een verschil van mening bestaat over de vraag wie rechthebbende is op de twee merken “Puri Safe” en/of de rechtmatigheid van het ingediende wijzigingsverzoek. Het is niet aan BOIP om dit geschil op te lossen, Partijen zullen dit onderling moeten doen en, als zij daar niet in slagen, hun conflict voor moeten leggen aan de rechter. BOIP is hierin geen partij.
Gezien deze omstandigheden zullen wij thans:
1) Het verzoek tot aantekening van de overdracht aan TransHeroes in onze systemen
handhaven.
2) Eventuele andere verzoeken tot wijziging van het register eveneens invoeren in onze
systemen, mits deze aan alle eisen voldoen.
3) Geen enkel verzoek met betrekking tot deze merken effectueren tenzij;
a. Partijen ons gezamenlijk verzoeken een bepaalde wijziging aan te tekenen, of
b. Partijen, of één daarvan, een in kracht van gewijsde rechterlijke beslissing ter
zake indient.
In afwachting hiervan zullen wij alle verdere verzoeken aanhouden.”

3.Het geschil

in conventie
vordering jegens de curator
3.1.
Indsun vordert om in een bij voorraad uitvoerbaar te verklaren vonnis:
I. Te verklaren voor recht dat de Curator de transactie die ziet op de overdracht van de
Merkrechten van Puri Safe aan Indsun niet rechtsgeldig buitengerechtelijk heeft vernietigd;
II. Te verklaren voor recht dat de eigendomsrechten van de Merkrechten bij Indsun liggen;
III. De Curator en TransHeroes te gebieden alle noodzakelijke medewerking te verlenen bij
het overdragen van de Merkrechten aan Indsun en het (laten) registeren van Indsun als rechtmatige merkhouder zonder beperkingen in het (Benelux en Europees) merkenregister;
IV. De Curator q.q. en pro se te veroordelen in de betaling van alle door Indsun geleden schade, nader op te maken bij staat;
V. De Curator q.q. en pro se en TransHeroes hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten, de nakosten daaronder begrepen.
3.2.
Indsun legt aan de vordering jegens de curator het volgende ten grondslag. Indsun betwist de rechtsgeldigheid van de onder 2.7 genoemde buitengerechtelijke vernietiging die de curator heeft ingeroepen met betrekking tot de overdracht van de merkrechten van Puri Safe aan Indsun. Volgens Indsun was de curator bovendien niet bevoegd om deze merkrechten over te dragen aan TransHeroes, omdat het eigendom van de merkrechten bij Indsun rust.
3.3.
De curator concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Indsun, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Indsun, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Indsun in de kosten van deze procedure.
Volgens hem is de overdracht van de merkrechten terecht vernietigd op grond van artikel 42 althans Pro artikel 47 Fw Pro.
vordering jegens TransHeroes
3.4.
Indsun legt aan de vordering jegens TransHeroes ten grondslag dat zij rechthebbende is van de merkrechten en dat TransHeroes geen derdenbescherming toekomt, omdat de Curator niet beschikkingsbevoegd was om de Merkrechten aan TransHeroes over te dragen en TransHeroes hiermee bekend was, althans daarmee bekend had moeten zijn.
3.5.
TransHeroes sluit zich voornamelijk aan bij het standpunt van de curator. Voor zover TransHeroes een eigen standpunt inneemt zal dat worden vermeld.
reconventie – vordering van de curator
3.6.
De curator vordert in reconventie - samengevat - om, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. primair voor recht te verklaren dat Indsun nooit rechthebbende is geweest van de merkrechten en subsidiair voor recht te verklaren dat de Curator de overdracht van de merkrechten van Puri Safe aan Indsun rechtsgeldig buitengerechtelijk heeft vernietigd, primair op grond van artikel 42 Fw Pro, subsidiair op grond van artikel 47 Fw Pro; en
II. ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers van Puri Safe voor recht te verklaren
dat Indsun onrechtmatig heeft gehandeld jegens de boedel van Puri Safe en Indsun te
veroordelen tot vergoeding van schade voor een bedrag van € 9.839, althans een
bedrag dat Uw rechtbank in goede justitie geraden acht, te vermeerderen met de
wettelijke rente vanaf primair 23 juni 2024 dan wel subsidiair vanaf 1 oktober 2025,
met veroordeling van Indsun in de volledige proceskosten en de wettelijke rente daarover.
3.7.
Indsun voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de curator, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van de curator, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van de curator in de kosten van deze procedure.
reconventie – vordering van TransHeroes
3.8.
TransHeroes vordert - samengevat - voor zover mogelijk bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
1. voor recht te verklaren dat TransHeroes rechthebbende en houder is van de merkrechten;
2. Indsun te veroordelen om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis haar onvoorwaardelijke en volledige medewerking te verlenen aan de inschrijving van TransHeroes als merkhouder in het register van het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom ten aanzien van de merkrechten;
3. te bepalen dat, indien Indsun nalaat die medewerking te verlenen, het vonnis op de voet van artikel 3:300 BW Pro in de plaats zal treden van de tot medewerking vereiste rechtshandelingen;
met veroordeling van Indsun in de kosten in reconventie.
3.9.
TransHeroes sluit zich aan bij het standpunt van de curator en voor het geval de rechtbank zou oordelen dat de curator niet beschikkingsbevoegd was beroept zij zich op derdenbescherming.
3.10.
Indsun voert verweer. Indsun concludeert tot niet-ontvankelijkheid van TransHeroes, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van TransHeroes, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van TransHeroes in de kosten van deze procedure.
in conventie en reconventie
3.11.
Op de stellingen van partijen in conventie en reconventie wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

in conventie
4.1.
Volgens Indsun hebben de aandeelhouders van Puri Safe in 2021 een lening aan de vennootschap verstrekt van € 250.000,00, waarbij mondeling is afgesproken dat de rechten van intellectuele eigendom, waaronder de merkrechten zouden worden ondergebracht in een (toen nog op te richten) afzonderlijke vennootschap. Deze mondelinge overeenkomst is later schriftelijk vastgelegd in de leningsovereenkomst, gedateerd 9 juli 2021. In de leningsovereenkomst is bepaald dat een bedrag van € 60.000,00 zal worden gebruikt om de intellectuele eigendomsrechten van Indsun aan te kopen. Na de oprichting van Indsun is op 17 januari 2024 tussen Indsun en Puri Safe een koopovereenkomst gesloten, waarin is vastgelegd dat de lening van € 250.000,00, verstrekt door de Aandeelhouders aan Puri Safe, door Puri Safe aan Indsun moet worden terugbetaald. Op dit terug te betalen bedrag wordt € 60.000,00 in mindering gebracht als betaling voor de overdracht van de Merkrechten van Puri Safe aan Indsun. Op dezelfde dag is ook tussen dezelfde partijen een Akte van Overdracht opgemaakt, waarin is bepaald dat Puri Safe de Merkrechten overdraagt aan Indsun. Deze akte is ter inschrijving aangeboden aan het BOIP, waarna de merkrechten op naam van Indsun zijn gesteld.
De gedachte achter deze transactie was dat op de aan Puri Safe verstrekte lening gedeeltelijk kon worden ingelost zonder daarvoor direct de eerste omzet c.q. winst te hoeven aanwenden. Indsun zou Puri Safe op haar beurt een licentie verlenen voor het gebruiken van de merkrechten.
4.2.
Indsun stelt dat zij door de hiervoor genoemde overdracht rechthebbende van de merkrechten is geworden, dat de curator ten onrechte een beroep heeft gedaan op de actio Pauliana (art. 42 en Pro 47 Fw) en dat de curator daarom zowel q.q. als pro se aansprakelijk is voor de door Idsun geleden schade.
4.3.
De curator stelt zich op het standpunt:
a. dat Indsun nooit rechthebbende is geweest van de Merkrechten omdat de overdracht nooit heeft plaatsgevonden;
b. dat voor zover de overdracht van de Merkrechten heeft plaatsgevonden, hij rechtsgeldig is overgegaan tot buitengerechtelijke vernietiging op grond van artikel 42 Fw Pro dan wel artikel 47 Fw Pro;
c. dat hij de merkrechten niet onbevoegd heeft overgedragen aan TransHeroes; en
d. dat er geen grond bestaat voor aansprakelijkheid van de Curator q.q. dan wel pro se bij gebrek aan onrechtmatig handelen door de Curator en (voor
zover relevant) bij gebrek aan schade aan de zijde van Indsun.
Geldigheid van de overdracht van de merkrechten van Puri Safe aan Indsun
4.4.
De curator betwist de authenticiteit van de leningsovereenkomst en de koopovereenkomst op de volgende gronden:
i. De Curator heeft in eerste instantie in reactie op diverse kritische vragen noch de Koopovereenkomst noch de Leningsovereenkomst van de juridisch adviseur ontvangen die heeft geadviseerd over de overdracht van de Merkrechten.
ii. In de Leningsovereenkomst wordt financieringsruimte beschikbaar gesteld tot 5 mei 2024. Toevalligerwijs is dit drie dagen voordat het faillissement van Puri Safe is uitgesproken.
iii. Uit de metadata van de digitale documenten (pdf-bestanden) volgt dat de documenten zijn aangemaakt op de dag waarop de Curator deze heeft ontvangen van [naam] . Uit de metadata van de digitale Koopovereenkomst blijkt dat het document is aangemaakt op 2 juni 2024, de dag waarop de Curator dit digitale document heeft ontvangen van [naam] .
Uit de metadata van de Leningsovereenkomst volgt dat het document is ‘Gemaakt’ en ‘Laatst gewijzigd’ op 5 juli 2024 om 18:39 uur, enkele minuten voordat de Curator deze per e-mail ontving.
iv. De Leningsovereenkomst verwijst naar een vennootschap die nog opgericht moest worden (Indsun). Indsun werd pas op 27 december 2023 opgericht, ruim twee jaar na de in de Leningsovereenkomst vermelde datum. Daarnaast wordt in de Leningsovereenkomst kennelijk al verwezen naar de Koopovereenkomst, die dateert van 17 januari 2024, bijna drie jaar later. [naam] heeft verklaard dat de overeenkomsten een schriftelijke vastlegging zijn van eerder mondeling gemaakte afspraken tussen Puri Safe en haar aandeelhouders. De curator heeft gevraagd naar de originele akten of correspondentie die de overeenkomsten in de betreffende periode plaatsen. [naam] heeft deze informatie en stukken ondanks herhaalde verzoeken niet verstrekt.
v. Uit de boekhouding van Puri Safe blijkt geen lening van € 250.000 van de aandeelhouders van Puri Safe of Indsun aan Puri Safe. Ook is uit de boekhouding niet af te leiden dat Puri Safe op andere wijze zou zijn gecompenseerd voor de overdracht van de merkrechten.
4.5.
Volgens de curator zijn de overeenkomsten waar Indsun een beroep op doet en waar de titel voor de overdracht uit zou moeten volgen geantedateerd en bestonden deze niet op het tijdstip van de levering. Daarom ontbrak ten tijde van de overdracht een geldige titel en is Indsun geen rechthebbende geworden van de merkrechten.
Bovendien betwist de curator op bovenstaande gronden dat de leningsovereenkomst en de koopovereenkomst dateren van voor faillissement, zodat beschikkingsbevoegdheid bij Puri Safe ontbrak.
De curator voert verder aan dat de over te dragen intellectuele eigendomsrechten in de koopovereenkomst onvoldoende zijn bepaald.
4.6.
Indsun heeft als volgt op het betoog van de curator gereageerd. Indsun betwist dat de overeenkomsten geantedateerd zijn. De opgemaakte overeenkomsten zijn een uitwerking van de mondelinge afspraken die de aandeelhouders van Indsun al in april 2021 met elkaar hebben gemaakt. Indsun biedt aan de aandeelhouders als getuige te horen.
De metadata van een document tonen slechts aan wanneer het digitale bestand is gecreëerd, niet wanneer de rechtshandeling tot stand is gekomen.
Indsun beroept zich erop dat ook mondelinge overeenkomsten geldig zijn.
De verwijzing naar de later opgemaakte koopovereenkomst in de leningsovereenkomst is volgens Indsun te verklaren doordat partijen deze constructie in 2021 al op het oog hadden, en dus ook in die vorm hebben vastgelegd in de leningsovereenkomst.
De financieringstermijn tot 5 mei 2024 kan worden verklaard omdat de aandeelhouders begin april 2021 bespraken dat er ongeveer drie jaar nodig zou zijn voor Puri Safe voor het voltooien van de opstartfase, om het product te ontwikkelen en op de markt te brengen. Op 5 mei 2021 kwamen partijen vervolgens fysiek samen om de details te bespreken. Dat is de reden dat er een termijn is gegeven van om en nabij drie jaar voor de terugbetaling van de lening, te weten tot 5 mei 2024.
Indsun betwist dat de te leveren intellectuele eigendomsrechten onvoldoende bepaald zijn in de leningsovereenkomst en de koopovereenkomst. In de leningsovereenkomst konden de merkrechten nog niet nader worden gespecificeerd, omdat deze pas in 2023 zijn gedeponeerd. In de akte van overdracht van 17 januari 2024 wordt in de considerans verwezen naar annex 1, waarin de merkrechten zijn omschreven. De leveringsakte is een uitwerking van de koopovereenkomst. Beide overeenkomsten zijn op dezelfde dag ondertekend, als onderdeel van één gecoördineerde transactie. De koopovereenkomst verwijst ook naar een annex, maar deze ontbreekt onverhoopt.
4.7.
TransHeroes sluit zich aan bij het betoog van de curator. Verder heeft zij nog gesteld dat Indsun geen vordering op Puri Safe had en dat het onmogelijk zou zijn de koopprijs voor de merkrechten te verrekenen met een lening van een derde (de aandeelhouders van Puri Safe) zonder formele akte van cessie of schuldoverneming.
4.8.
De rechtbank onderzoekt nu eerst de stelling van de curator dat Indsun nooit rechthebbende van de merkrechten is geworden. De curator betwist niet dat de onder 2.4 bedoelde akte van overdracht juist is gedateerd. Dat blijkt ook wel uit het feit dat daags na de ondertekening de akte is ingediend bij het BOIP met het daarop gebaseerde verzoek tot wijziging van merkhouder.
Wel betwist de curator dat de leningsovereenkomst en de koopovereenkomst zijn gesloten op de daarin vermelde data.
Als de koopovereenkomst niet bestond ten tijde van de ondertekening van de akte van overdracht, zou dat betekenen dat een geldige titel voor de overdracht zoals wordt vereist in artikel 3:84 lid 1 Burgerlijk Pro wetboek (BW) ontbrak. In dat geval is de overdracht niet geldig en zijn de merkrechten deel uit blijven maken van het vermogen van Puri Safe.
4.9.
De koopovereenkomst en de leningsovereenkomst hangen volgens Indsun samen (zie onder 4.1) en de curator stelt dat deze beide zijn geantedateerd.
Wat de leningsovereenkomst betreft geldt dat deze 9 juli 2021 als datum van ondertekening vermeldt, maar dat Indsun in dit geding niet stelt dat de leningsovereenkomst toen is ondertekend, maar dat dit een latere vastlegging is van een in april 2021 gesloten mondelinge overeenkomst. De in de leningsovereenkomst genoemde datum is dus in ieder geval niet de datum waarop de overeenkomst is gesloten en evenmin de datum waarop deze is ondertekend. Wanneer de leningsovereenkomst is ondertekend, is niet duidelijk.
Wat de koopovereenkomst betreft stelt Indsun dat die op 17 januari 2024, tegelijk met de akte van overdracht is gesloten.
4.10.
De door de curator genoemde omstandigheden i, ii en iii passen weliswaar in het door de curator gestelde scenario dat de leningsovereenkomst en de koopovereenkomst geantedateerd zijn, maar naar Indsun terecht heeft aangevoerd kan uit deze omstandigheden niet zonder meer worden afgeleid dat deze stukken zijn opgesteld en ondertekend na de akte van overdracht.
4.11.
Wat de door de curator genoemde omstandigheden iv en v betreft overweegt de rechtbank als volgt.
4.12.
De curator heeft op de zitting verklaard dat de boekhouding boekingen bevat tot kort voor het faillissement. Indsun heeft dat niet betwist. Ter zitting is Indsun gevraagd hoe kan worden verklaard dat de leningsovereenkomst en de koopovereenkomst niet in de boekhouding van Puri Safe voorkomen. Indsun heeft daarop geen antwoord kunnen geven. Daarbij moet worden opgemerkt dat Indsun en Puri Safe dezelfde bestuurder hadden, die ter zitting aanwezig was.
De rechtbank acht het ontbreken van ieder spoor van de gestelde leningsovereenkomst en de koopovereenkomst in de administratie van Puri Safe reeds doorslaggevend. Als de lening daadwerkelijk zou zijn verstrekt, kan het immers niet anders dan dat deze in de boekhouding van Puri Safe zou zijn verwerkt. Datzelfde geldt voor de bedongen koopprijs voor de overdracht van de merkrechten, die dan immers in mindering op het saldo van de lening had moeten worden gebracht. Omdat ieder spoor van de uitvoering van de geldleenovereenkomst in de administratie van Puri Safe ontbreekt, is het uitgangspunt dat niet kan worden aangenomen dat deze overeenkomsten op welke manier dan ook (mondeling of schriftelijk of beide) daadwerkelijk zijn gesloten. Dat zou alleen anders kunnen zijn als Indsun een aannemelijke verklaring zou kunnen geven voor het niet verwerken van de gestelde overeenkomsten in de boekhouding, maar die ontbreekt.
Dit leidt (mede gezien de gestelde samenhang tussen de geldleenovereenkomst en de koopovereenkomst) tot de conclusie dat de curator kan worden gevolgd in het standpunt dat de koopovereenkomst geantedateerd is en dus niet bestond ten tijde van de akte van overdracht, zodat ten tijde van de overdracht van de merkrechten een geldige titel voor overdracht ontbrak. De onder 4.10 genoemde omstandigheden i-iii ondersteunen deze conclusie.
Dat betekent dat de gestelde overdracht niet heeft plaatsgevonden, omdat een geldige titel ontbrak. Als gevolg daarvan is Puri Safe rechthebbende gebleven en vielen de merkrechten in de boedel. De curator was dus bevoegd de merkrechten aan TransHeroes over te dragen en TransHeroes is nu de rechthebbende.
4.13.
Wat betreft het door TransHeroes opgemerkte onder 4.7 inzake de onmogelijkheid van verrekening van de koopsom oordeelt de rechtbank als volgt. Indsum heeft in dit geding gesteld dat de aandeelhouders van Puri Safe aan Puri Safe een bedrag van € 250.000 hebben geleend. De rechtbank stelt vast dat in de koopovereenkomst staat dat de lening door de aandeelhouders van Indsun zou zijn verstrekt. Op dit punt wijkt de koopovereenkomst dus af van de in dit geding gestelde gang van zaken (zie onder 4.1).
Echter of nu van de koopovereenkomst wordt uitgegaan (een lening van de aandeelhouders van Indsun) of van de in dit geding gestelde gang van zaken (een lening van de aandeelhouders van Puri Safe), in beide gevallen geldt dat de koopovereenkomst is gesloten tussen Puri Safe en Indsun; de aandeelhouders (van Puri Safe of van Indsun) zijn hierbij geen partij.
Dat betekent dat ook als zou worden aangenomen dat de leningsovereenkomst tussen aandeelhouders en Puri Safe tot stand is gekomen, een overeenkomst tussen Puri Safe en Indsun niet kan bewerkstelligen dat Puri Safe het van aandeelhouders geleende geld moet terugbetalen aan Indsun in plaats van aan de aandeelhouders. Daarvoor is immers nodig dat de vordering van de aandeelhouders aan Indsun zou zijn overgedragen en dat vereist volgens artikel 6:94 lid 1 BW Pro een tussen de aandeelhouders en Indsun opgemaakte cessieakte en mededeling daarvan aan de schuldenaar. Dat een dergelijke akte is opgemaakt en dat daarvan mededeling is gedaan aan Puri Safe is echter niet gesteld of gebleken. Ook is niet gesteld of gebleken dat de aandeelhouders (van Indsun of Puri Safe) ingestemd hebben met betaling aan een derde (Indsun). Dat betekent dat Puri Safe niet verplicht was de lening terug te betalen aan Indsun en dat van verrekening van de koopsom met die terugbetalingsverplichting dan ook geen sprake kan zijn. Puri Safe en Indsun waren immers niet over en weer elkaars schuldeiser en schuldenaar. Gevolg daarvan is dat van een tegenprestatie voor de gestelde verkoop van de merkrechten geen sprake is geweest. Een geldige titel voor de overdracht ontbreekt en dus is de overdracht niet geldig.
Omdat de leningsovereenkomst niet leidt tot een vorderingsrecht van Indsun, is de vraag of en wanneer de leningsovereenkomst tot stand is gekomen in deze zaak verder niet relevant. Het aanbod van Indsun om het bestaan daarvan met behulp van getuigen te bewijzen wordt daarom gepasseerd.
4.14.
De constatering dat de gestelde verrekening juridisch niet mogelijk was, doet niet af aan hetgeen is overwogen onder 4.12 over de vraag of de koopovereenkomst op het gestelde tijdstip tot stand is gekomen. Immers als Indsun en Puri Safe van het onjuiste standpunt zouden zijn uitgegaan dat de koopsom van de merkrechten met de aandeelhouderslening verrekend kon worden, zou in ieder geval zowel de verplichting tot terugbetaling van de geldlening als de verrekening van de koopsom voor de merkrechten met die terugbetalingsverplichting in de administratie zijn terug te vinden, hetgeen niet het geval is.
4.15.
Omdat Indsun nooit rechthebbende is geworden van de merkrechten (zie het slot van 4.12), wordt het gevorderde onder II afgewezen. Dat Puri Safe rechthebbende is gebleven betekent dat het subsidiaire beroep van de curator op buitengerechtelijke vernietiging op grond van artikel 42 Fw Pro dan wel artikel 47 Fw Pro niet behoeft te worden besproken. De door Indsun gevorderde verklaring voor recht is dus ook niet relevant en wordt afgewezen, omdat Indsun daarbij geen belang heeft.
4.16.
Omdat de curator bevoegd was de merkrechten aan TransHeroes over te dragen en TransHeroes daarvan nu rechthebbende is, wordt ook het gevorderde onder III afgewezen. Hieruit vloeit ook voort dat de curator jegens Indsun niet onrechtmatig heeft gehandeld, zodat ook het gevorderde onder IV en V wordt afgewezen.
in reconventie – de vorderingen van de curator
4.17.
Uit de beslissing in conventie vloeit voort dat de primaire vordering onder I van de curator kan worden toegewezen, namelijk primair om voor recht te verklaren dat Indsun nooit rechthebbende is geweest van de merkrechten.
4.18.
De curator vordert een schadevergoeding van € 9.839 ten behoeve van de schuldeisers. Idsun heeft volgens de curator onrechtmatig gehandeld doordat zij ondanks dat zij bekend was met de buitengerechtelijke vernietiging van de overdacht van de merkrechten door de Curator, heeft geweigerd haar medewerking te verlenen aan de ongedaanmaking van de registratie van de merkrechten op haar naam, terwijl zij op grond van artikel 51 Fw Pro hier wel toe was verplicht en dit haar herhaaldelijk was verzocht door de curator.
De voorraad was volgens [naam] € 15.239 waard op 7 september 2024 en is verkocht voor € 5.400 omdat de merkrechten op naam van Indsun stonden geregistreerd. Het verschil vordert de curator als schade.
4.19.
Indsun stelt dat zij haar rechtspositie als geregistreerd merkhouder mocht verdedigen. De verplichting tot medewerking ontstaat pas indien en nadat de vernietiging van de betrokken rechtshandeling rechtsgeldig heeft plaatsgevonden. Indsun heeft gesteld dat de lage verkoopopbrengst het gevolg is van de keuze die de curator heeft gemaakt om te verkopen ondanks het geschil over de merkrechten en dat dit haar niet kan worden toegerekend. Verder stelt Indsun dat de curator zelf heeft gekozen voor verkoop aan TransHeroes voor een bedrag van € 5.400,00, terwijl een investeerder (in een e-mail van 7 september 2024 van [naam] aan de curator) een hoger bod van € 15.239,00 had uitgebracht. Dat de curator deze mail niet zou hebben ontvangen, zoals hij stelt, betwist Indsun.
4.20.
De rechtbank heeft in conventie geoordeeld dat Indsun nooit rechthebbende van de merkrechten is geworden omdat moet worden aangenomen dat een titel voor overdracht ontbrak. Dat betekent dat Indsun gehoor had moeten geven aan het verzoek van de curator om er aan mee te werken dat registratie van de merkrechten op haar naam ongedaan werd gemaakt. Dat de curator zich daarbij baseerde op de door hem ingeroepen buitengerechtelijke vernietiging op grond van artikel 42 Fw Pro (en later ook 47 Fw), maakt dit niet anders. Zowel als een geldige overdracht nooit heeft plaatsgevonden als wanneer de overdracht op grond van artikel 42 of Pro 47 Fw is vernietigd, is het resultaat dat Indsun geen rechthebbende van de merkrechten is, zodat deze in de boedel vallen. Indsun is dan verplicht mee te werken aan de ongedaanmaking van de inschrijving van de (van aanvang af of na vernietiging) ongeldige overdracht. Omdat zij dat heeft geweigerd. heeft zij onrechtmatig gehandeld en dient zij de daardoor ontstane schade te vergoeden.
4.21.
Indsun heeft niet betwist dat op het menstruatieondergoed het merk Puri Safe was aangebracht, terwijl dat merk op naam van Indsun stond. Ook heeft Indsun de gestelde inkoopwaarde van $ 100.000 niet betwist en ook niet dat de opbrengst € 5.400 is geweest.
Van de curator kon niet worden verwacht dat hij met verkoop zou wachten tot het geschil over de merkrechten in zijn voordeel was beslecht, omdat het zeer de vraag zou zijn of de kosten van het voeren van een procedure daarover zouden kunnen worden gedekt uit een hogere opbrengst van de voorraad. Dat de curator te weinig verkoopinspanningen heeft verricht is onvoldoende onderbouwd, mede gezien de vereiste toestemming van de rechter-commissaris voor een verkoop van activa.
4.22.
Indsun heeft gesteld dat de boedel geen schade heeft geleden, omdat de curator de voorraad voor een hoger bedrag had kunnen verkopen, gezien het e-mailbericht van [naam] dat een hogere bieding bevatte van een investeerder.
4.23.
De curator stelt dat hij die mail niet heeft ontvangen en dat Indsun in strijd met art. 21 Rv Pro heeft nagelaten te vermelden dat zij daarover een klacht heeft ingediend bij de rechter-commissaris, die partijen in de gelegenheid heeft gesteld hun standpunt schriftelijk toe te lichten. [naam] is niet ingegaan op het voorstel van de rechter-commissaris om deze kwestie in persoon te bespreken. De rechter-commissaris heeft vervolgens geconcludeerd dat niet aannemelijk is dat de curator de bieding heeft ontvangen.
4.24.
Indsun heeft de door de curator gestelde gang van zaken niet betwist. De rechtbank gaat met de rechter-commissaris ervan uit dat de curator de genoemde e-mail niet heeft ontvangen. Omdat de omvang van de schade overigens niet is betwist, zal de rechtbank de gevorderde schade toewijzen. De gevorderde verklaring voor recht wordt afgewezen, omdat de curator daarbij geen zelfstandig belang heeft.
in reconventie – de vorderingen van TransHeroes
4.25.
Gezien de beslissingen in conventie wordt de vordering onder 1 van TransHeroes om voor recht te verklaren dat zij rechthebbende en houder is van de Merkrechten toegewezen. Ook de daarmee verband houdende vorderingen 2 en 3, die erop zijn gericht dat TransHeroes als merkhouder in het register van het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom wordt ingeschreven, worden toegewezen.
in conventie en reconventie
gevorderde volledige proceskosten
4.26.
Volgens de curator en TransHeroes heeft Indsun misbruik gemaakt van het procesrecht door een procedure te starten en zich daarbij te beroepen op geantedateerde stukken, en heeft zij nodeloos proceskosten veroorzaakt door een kansloze procedure te voeren. Zij stellen dat dit moet leiden tot veroordeling van Indsun in de volledige proceskosten. Zowel de curator als TransHeroes leggen aan hun vordering ook ten grondslag dat art. 21 Rv Pro is geschonden. TransHeroes voert ook nog aan dat Indsun haar rauwelijks heeft gedagvaard.
4.27.
Idsun betwist dat de overeenkomsten geantedateerd zijn. Zij heeft verweer gevoerd tegen de gestelde schending van artikel 21 en Pro tegen het verwijt dat zij TransHeroes rauwelijks heeft gedagvaard.
4.28.
De rechtbank is tot de conclusie gekomen dat de leningsovereenkomst niet relevant is en dat moet worden aangenomen dat de koopovereenkomst niet tot stand is gekomen voorafgaand aan de akte van overdracht. Dat betekent dat Indsun zich heeft bediend van een bewijsstuk waarvan zij wist dat het daarin vermelde in strijd was met de waarheid. Dat zou in beginsel tot een veroordeling in de werkelijke proceskosten kunnen leiden. Omdat de curator en TransHeroes hun werkelijke proceskosten niet hebben gesteld en onderbouwd zal de rechtbank volstaan met een verdubbeling van het liquidatietarief.
in conventie
4.29.
Indsun is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de curator worden begroot op:
- griffierecht
331,00
- salaris advocaat
2.612,00
(2 punten × € 653,00) × 2)
- nakosten
148,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
3.091,00
De proceskosten van TransHeroes worden begroot op:
- griffierecht
714,00
- salaris advocaat
2.612,00
(2 punten × € 653,00) × 2)
- nakosten
148,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
3.474,00
in reconventie
4.30.
Indsun is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van zowel de curator als Transheroes worden begroot op:
- salaris advocaat
1.306,00
(2 punten × factor 0,5 × € 653,00) × 2)
- nakosten
148,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.454,00
4.31.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De rechtbank
in conventie
5.1.
wijst de vorderingen van Indsun af,
5.2.
veroordeelt Indsun in de proceskosten aan de kant van de curator van € 3.091,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
5.3.
veroordeelt Indsun in de proceskosten aan de kant van TransHeroes van € 3.474,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
in reconventie
de vorderingen van de curator
5.4.
verklaart voor recht dat Indsun nooit rechthebbende is geweest van de merkrechten,
5.5.
veroordeelt Indsun tot betaling aan de curator van € 9.839, te vermeerderen met de
wettelijke rente vanaf 23 juni 2024 tot aan de volledige betaling,
5.6.
veroordeelt Indsun in de proceskosten aan de kant van de curator van € 1.454,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
5.7.
veroordeelt Indsun tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten van de curator als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
de vorderingen van TransHeroes
5.8.
verklaart voor recht dat TransHeroes rechthebbende en houder is van de merkrechten,
5.9.
veroordeelt Indsun om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis haar onvoorwaardelijke en volledige medewerking te verlenen aan de inschrijving van TransHeroes als merkhouder in het register van het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom ten aanzien van de merkrechten,
5.10.
bepaalt dat als Indsun nalaat die medewerking te verlenen, dit vonnis op de voet van artikel 3:300 BW Pro in de plaats zal treden van de tot medewerking vereiste rechtshandelingen,
5.11.
veroordeelt Indsun in de proceskosten aan de kant van TransHeroes van € 1.454,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
in conventie en in reconventie
5.12.
veroordeelt Indsun tot betaling van € 98,00 plus de kosten van betekening als Indsun niet tijdig aan de veroordelingen jegens de curator voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.13.
veroordeelt Indsun tot betaling van € 98,00 plus de kosten van betekening als Indsun niet tijdig aan de veroordelingen jegens Transheroes voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.14.
verklaart dit vonnis, met uitzondering van de onder 5.1, 5.4 en 5.8 genoemde beslissingen, uitvoerbaar bij voorraad,
5.15.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.C. Jongeneel en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026.

Voetnoten

1.Vasquez had als advocaat van TransHeroes het BOIP aangeschreven.
2.Alberto had als advocaat van Indsun het BOIP aangeschreven.