Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3923

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 maart 2026
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
13/286817-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 6, eerste lid, OLWArt. 7 OLWArt. 11 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering opgeëiste persoon naar België ondanks detentieomstandigheden

De rechtbank Amsterdam behandelde een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen voor de overlevering van een persoon uit Angola, woonachtig in Nederland. De procedure kende meerdere zittingen en verlengingen vanwege vragen over de detentieomstandigheden in de Belgische gevangenis van Mechelen.

De verdediging voerde aan dat de detentieomstandigheden onmenselijk waren, onder meer vanwege overbevolking en het fenomeen van grondslapers, en dat de opgeëiste persoon mogelijk op de grond zou moeten slapen. De rechtbank onderzocht deze zorgen aan de hand van een detentiegarantie van 24 november 2025 en aanvullende antwoorden van Belgische autoriteiten, die stelden dat de opgeëiste persoon in een cel met maximaal één andere persoon en afgescheiden sanitair zou worden geplaatst.

De rechtbank concludeerde dat de individuele detentiegarantie het algemene gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling wegneemt. De overbevolking en aanwezigheid van grondslapers in de gevangenis doen hieraan niet af. Er zijn geen weigeringsgronden voor overlevering en het EAB voldoet aan de wettelijke eisen. Daarom wordt de overlevering toegestaan.

De uitspraak is gedaan door mr. B.M. Vroom-Cramer, voorzitter, en mrs. E.M. de Bie en C.M.S. Loven, rechters, op 26 maart 2026. Tegen deze beslissing is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon naar België toe omdat de individuele detentiegarantie het algemene gevaar van onmenselijke detentie wegneemt.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/286817-25
Datum uitspraak: 26 maart 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 14 november 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 6 augustus 2025 door de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, afdeling Mechelen, België (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Angola) op [geboortedag] 2000,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] ,
gedetineerd in [detentieadres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

Zitting 14 januari 2026
De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 14 januari 2026, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. K. Celebi, advocaat in ’s-Gravenhage.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.
Tussenuitspraak 28 januari 2026 [3]
In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend en gelijktijdig geschorst voor onbepaalde tijd zodat partijen zich – in het kader van de beoordeling van de detentieomstandigheden in de gevangenis van Mechelen - ter zitting kunnen uitlaten over een televisie-interview van VMT NIEUWS (België) van 16 december 2025 [4] , waarmee de rechtbank ambtshalve bekend is geworden in een andere zaak.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de OLW uitspraak moet doen met 30 dagen verlengd op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW onder gelijktijdige verlenging van de overleveringsdetentie op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
Zitting 24 februari 2026
Op deze zitting heeft de rechtbank – met instemming van partijen – de behandeling van het EAB in gewijzigde samenstelling voortgezet in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie.
De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. K. Celebi.
De rechtbank heeft de behandeling van de zaak aangehouden om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit nadere vragen te stellen ten aanzien van de detentieomstandigheden in de penitentiaire instelling in Mechelen.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de OLW uitspraak moet doen nogmaals met 30 dagen verlengd op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW onder gelijktijdige verlenging van de overleveringsdetentie op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
Zitting 12 maart 2026
De behandeling van het EAB is in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 12 maart 2026, in aanwezigheid van mr. E.M. Meppelink, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman mr. K. Celebi.
Voorafgaand aan de voortzetting van het onderzoek ter zitting heeft de officier van justitie ingestemd met de behandeling van het EAB in gewijzigde samenstelling. De raadsman heeft zich kritisch uitgelaten over de herhaalde wijziging van de samenstelling van de rechtbank omdat dit er naar zijn indruk toe geleid heeft dat de procedure al maanden duurt (gedurende welke periode zijn cliënt zich in overleveringsdetentie bevindt). Uiteindelijk heeft hij evenwel ingestemd met de voortzetting: hij heeft geen consequenties aan zijn bezwaren verbonden. De rechtbank heeft hierna het onderzoek hervat in de stand waarin het zich bevond op het tijdstip van de schorsing ter zitting op 24 februari 2026.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Tussenuitspraak van 28 januari 2026

In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank al geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB, de strafbaarheid van de feiten en de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW. Die overwegingen moeten als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.

4.Artikel 11 OLW Pro: Belgische detentieomstandigheden

De rechtbank verwijst in dit kader allereerst naar haar overwegingen in paragraaf 6 van de tussenuitspraak van 28 januari 2026. Die overwegingen moeten hier eveneens als herhaald en ingelast worden beschouwd.
Ten aanzien van de opgeëiste persoon is bij brief van 24 november 2025 een detentiegarantie afgegeven, waarin is opgenomen dat hij in de gevangenissen van Mechelen zal worden opgesloten.
Op 25 februari 2026 heeft het Directoraat-generaal Wetgeving, Fundamentele rechten en
Vrijheden, Dienst internationale samenwerking in strafzaken, Centrale autoriteit, de volgende antwoorden gegeven op de door het Internationaal Rechtshulp Centrum (IRC) gestelde vragen:
“1. In hoeverre heeft de in het interview van 16 december 2025 verstrekte informatie over de overbevolking en het niet afgescheiden sanitaire gevolgen voor de verstrekte garantie? Welke gevolgen zijn dat?
Het interview in het artikel van 16 december 2025 heeft geen gevolgen voor de verstrekte garantie. België garandeert dat de detentiegarantie van [de opgeëiste persoon] zal worden gerespecteerd.
2. Voor zover (nog steeds) wordt gegarandeerd dat de opgeëiste persoon na overlevering ten minste 3 m2 persoonlijke ruimte in de meerpersooncel (exclusief sanitaire voorzieningen) en met afgescheiden sanitair tot zijn beschikking zal hebben, hoe wordt dat feitelijk gerealiseerd gelet op de overbevolkingscijfers in de instelling?
België garandeert dat gedetineerden die worden overgebracht met detentiegaranties, worden geplaatst in cellen die aan de vereiste garanties tegemoet komen. Gedetineerden worden geplaatst in een cel met maximum 1 andere persoon met apart sanitair. Deze wordt expliciet gecommuniceerd aan de Directie voor Penitentiaire instellingen en aan de gevangenis in kwestie door het parket bij overbrenging van de persoon.
3. Mocht dit aanleiding geven om de opgeëiste persoon in een andere detentie-instelling te plaatsen na zijn overlevering, kunt u aangeven welke dat zal zijn en welke waarborgen worden gegarandeerd inzake de detentieomstandigheden in die detentie-instelling?
België behoudt de gevangenis van Mechelen daar alle detentiegaranties zullen worden nageleefd en er dus geen noodzaak is tot plaatsing in een andere instelling.”
Standpunt van de raadsman
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het antwoord van de Belgische autoriteiten
onvoldoende is om het risico weg te nemen dat de opgeëiste persoon na overlevering
onmenselijk of vernederend zal worden behandeld. Ter onderbouwing heeft de raadsman e-mailcorrespondentie van hemzelf met de gevangenisdirecteur van de penitentiaire instelling in Mechelen uit februari 2026 overgelegd, waarin naar aanleiding van door de raadsman gestelde vragen wordt meegedeeld dat op dat moment sprake is van vier zogenoemde grondslapers in de gevangenis in Mechelen. De raadsman heeft zich op basis hiervan op het standpunt gesteld dat niet gegarandeerd is dat de opgeëiste persoon niet op de grond zal moeten slapen. In de tweede plaats heeft de raadsman aangevoerd dat, ook indien de opgeëiste persoon een bed zou krijgen, de aanwezigheid van grondslapers meebrengt dat niet is uitgesloten dat een extra gedetineerde in zijn cel wordt geplaatst, met als gevolg dat de beschikbare ruimte per gedetineerde ontoereikend is. De verstrekte garanties zijn afkomstig van een directoraat-generaal op afstand: de gevangenisdirecteur zelf heeft meer wetenschap van de situatie in de gevangenis en uit zijn opmerkingen blijkt dat het niet in orde is, aldus de raadsman. De rechtbank dient de overlevering daarom te weigeren.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het antwoord van de Belgische autoriteiten van 25 februari 2026 afdoende is en de detentiegarantie van 24 november 2025 dus het algemene gevaar van schending van grondrechten voor de opgeëiste persoon wegneemt. De door de raadsman overgelegde informatie geeft geen aanleiding te twijfelen aan de naleving van de individuele detentiegarantie. Deze informatie bevestigt slechts de overbevolkingsproblematiek in België, waar het vastgestelde algemene gevaar betrekking op heeft. De Belgische detentieomstandigheden staan dus niet aan overlevering in de weg.
Oordeel van de rechtbank
Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt gaat de
rechtbank uit van de geboden zekerheid in de garantie van 24 november 2025. [5] De rechtbank vindt het antwoord van de Belgische autoriteiten van 25 februari 2026 volledig en acht
daarmee voldoende duidelijk dat de verstrekte detentiegarantie zal worden nagekomen. Door
de Belgische autoriteiten is toegelicht dat de in het interview met de Mechelse gevangenisdirecteur vermelde elementen niets wijzigen aan het naleven van de verstrekte detentiegaranties. Verder garanderen de Belgische autoriteiten
dat gedetineerden die worden overgebracht met detentiegaranties zullen worden geplaatst in een cel met maximaal één andere persoon, waarbij de sanitaire voorzieningen zijn afgescheiden. Deze garantie zal bovendien expliciet door de Belgische autoriteiten worden gecommuniceerd aan de Directie voor Penitentiaire instellingen en aan de detentie-instelling zelf op het moment dat de opgeëiste persoon wordt overgeleverd.
De rechtbank is gelet op de toezeggingen van de Belgische autoriteiten van oordeel dat het
vastgestelde algemene reële gevaar van onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden
voor de opgeëiste persoon is weggenomen. Het algemene gevaar dat de rechtbank heeft
aangenomen, wordt door de individuele garantie van 24 november 2025 namelijk uitgesloten ten aanzien van de opgeëiste persoon. Hierdoor kan worden vastgesteld dat de opgeëiste persoon wordt geplaatst in een instelling op een wijze die in overeenstemming is met de fundamentele
rechten en in het bijzonder relevante internationale standaarden (o.a. CPT standaarden).
De door de raadsman overgelegde e-mailcorrespondentie doet hier niet aan af. De omstandigheid dat in de penitentiaire inrichting in Mechelen sprake is van overbevolking en er in februari 2026 vier grondslapers waren, brengt niet met zich dat de garantie ten aanzien van de opgeëiste persoon niet zal worden nageleefd. Het verweer van de raadsman wordt dan ook verworpen.

5.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen
weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan
het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering
toe.

6.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[de opgeëiste persoon]aan de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, afdeling Mechelen, België, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel
e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. B.M. Vroom-Cramer, voorzitter,
mrs. E.M. de Bie en C.M.S. Loven, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.F.A. Reuvekamp en E. Mulder, griffiers,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 26 maart 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
4.Zie “Mechelse gevangenisdirecteur zwaar aangeslagen door overbevolking: "Situatie is onhoudbaar"”, 16
5.Hof van Justitie van de Europese Unie, 25juli 2018, ML, ECLI:EU:C:2018:589.