Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3920

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 maart 2026
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
13/341756-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 13 OLWArt. 22 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor deelneming aan criminele organisatie en informaticacriminaliteit

De rechtbank Amsterdam heeft op 26 maart 2026 uitspraak gedaan over de vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Amtsgericht Bamberg in Duitsland. De opgeëiste persoon, geboren in 1988 en met de Israëlische nationaliteit, werd verdacht van deelneming aan een criminele organisatie, informaticacriminaliteit en oplichting, strafbare feiten volgens Duits recht.

Tijdens de zitting van 12 maart 2026 verscheen de opgeëiste persoon, bijgestaan door een advocaat en een tolk. De rechtbank verlengde de beslistermijn met 30 dagen en schorste de gevangenhouding tot de uitspraak. De rechtbank stelde vast dat het EAB voldeed aan de formele eisen en dat de strafbare feiten op de lijst van bijlage 1 bij de Overleveringswet stonden, waardoor een onderzoek naar dubbele strafbaarheid achterwege kon blijven.

De rechtbank verwierp het beroep op de weigeringsgrond van artikel 13, onderdeel b, OLW, omdat de feiten deels in Duitsland waren gepleegd en niet volledig buiten het grondgebied van de uitvaardigende staat en Nederland. Gezien het ontbreken van andere weigeringsgronden stond de rechtbank de overlevering toe. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toe op grond van het Europees aanhoudingsbevel.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/341756-25
Datum uitspraak: 26 maart 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 21 januari 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 3 december 2025 door het
Amtsgericht Bamberg, Duitsland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats] (voormalig Sovjet-Unie),
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[BRP-adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 12 maart 2026, in aanwezigheid van mr. E.M. Meppelink, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. S.J. van der Woude, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Hebreeuwse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Israëlische nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel van het
Amtsgericht Bambergvan 1 december 2025, met kenmerk 1 Gs 2915/25.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Duits recht strafbare feiten. Die feiten zijn omschreven in het EAB. [3]

4.Strafbaarheid; feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:
deelneming aan een criminele organisatie;
informaticacriminaliteit;
oplichting.
Uit het EAB volgt dat op deze lijstfeiten naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW Pro

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de weigeringsgrond van artikel 13, onderdeel b, OLW van toepassing is, omdat het feit deels in Israël is gepleegd, maar heeft de rechtbank verzocht af te zien van toepassing van deze weigeringsgrond. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank wijst erop dat onderdeel b van artikel 13 OLW Pro ziet op feiten die volledig buiten het grondgebied van de uitvaardigende staat én buiten Nederland zijn gepleegd. Hiervan is in het onderhavige geval geen sprake, nu uit de feitsomschrijving in het EAB blijkt dat het feit deels in Duitsland is gepleegd. De weigeringsgrond van artikel 13, onderdeel b, OLW is daarom niet aan de orde.

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan het
Amtsgericht Bamberg, Duitsland, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. B.M. Vroom-Cramer, voorzitter,
mrs. E.M. de Bie en C.M.S. Loven, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.F.A. Reuvekamp en E. Mulder, griffiers,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 26 maart 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.