Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van haar arbeidsongeschiktheid door het UWV, die per 10 oktober 2023 is vastgesteld op 30,57%, wat onder de grens ligt voor recht op een WIA-uitkering. De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld of het UWV terecht is uitgegaan van de rapporten van de verzekeringsarts bezwaar & beroep en de arbeidsdeskundige.
De rechtbank stelt dat het UWV haar besluiten mag baseren op zorgvuldige, consistente en logisch onderbouwde rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen. Eiseres voerde aan dat zij meer beperkingen ervaart dan vastgesteld, waaronder problemen met zicht, concentratie, geheugen en tintelingen in de handen. De rechtbank oordeelt echter dat deze klachten onvoldoende objectief medisch zijn onderbouwd als gevolg van ziekte of gebrek.
De verzekeringsarts bezwaar & beroep heeft de medische gegevens zorgvuldig betrokken en gemotiveerd waarom bepaalde beperkingen niet zijn aangenomen. De rechtbank volgt dit standpunt en concludeert dat het beroep ongegrond is. Het UWV-besluit blijft ongewijzigd, eiseres behoudt de eerder toegekende uitkering tot 9 juni 2025, maar krijgt geen nieuwe WIA-uitkering toegekend. Ook wordt het griffierecht niet teruggegeven en worden geen proceskosten vergoed.