Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
Bob-Dogivan het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) [4] is uitgemaakt dat voor vervolgingsoverlevering vereist is dat een (van het EAB onderscheiden) separaat nationaal aanhoudingsbevel bestaat, dat is uitgevaardigd door een rechterlijke autoriteit; het EAB kan niet ook als nationaal aanhoudingsbevel fungeren. Daarnaast volgt uit het arrest
Bob-Dogi, samengevat, dat aan een EAB geen gevolg dient te worden gegeven als daarin geen melding wordt gemaakt van een nationaal aanhoudingsbevel en nadere verzoeken tot informatieverschaffing hierover er niet toe hebben geleid dat de uitvoerende justitiële autoriteit kan vaststellen dat er daadwerkelijk een nationaal aanhoudingsbevel is uitgevaardigd dat zich onderscheidt van het EAB.
Having considered the request submitted by the Amsterdam Public Prosecutor’s Office, and following the verification carried out by this Court, the Amsterdam Prosecuting Authority is hereby informed of the following:
Bob-Dogiis onder 64 en 65 vermeld dat de uitvoerende rechterlijke autoriteit, alvorens te beslissen geen uitvoering te geven aan het EAB, aan de rechterlijke autoriteit van de uitvaardigende lidstaat moet verzoeken om alle aanvullende gegevens te verstrekken die zij nodig heeft om te kunnen onderzoeken of het ontbreken van een nationaal aanhoudingsbevel in het EAB wordt verklaard door het feit dat een dergelijk nationaal aanhoudingsbevel inderdaad niet bestaat of dat een dergelijk bevel bestaat maar niet is vermeld. De rechtbank ziet hiertoe echter geen aanleiding, nu deze vraag al door het IRC is gesteld en hierop door de uitvaardigende justitiële autoriteit ondubbelzinnig is geantwoord dat een separaat nationaal aanhoudingsbevel niet bestaat. De rechtbank zal daarom geen gevolg geven aan het EAB en de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.