Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3796

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
16 april 2026
Zaaknummer
13/352176-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 45 SrArt. 302 SrArt. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel ondanks betwisting gemachtigde advocaat

De rechtbank Amsterdam behandelde op 1 april 2026 de vordering tot overlevering van een persoon aan Polen op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd op 28 november 2025. De opgeëiste persoon betwistte dat hij een advocaat had gemachtigd en dat hij bij de procedure aanwezig was geweest, terwijl de uitvaardigende autoriteit dit tegenover de rechtbank had bevestigd.

De rechtbank stelde vast dat het EAB en aanvullende informatie van 6 maart 2026 aangaven dat de opgeëiste persoon een advocaat schriftelijk had gemachtigd, dat deze advocaat namens hem hoger beroep had ingesteld en dat de persoon op de hoogte was van de procedure. Gelet op het vertrouwensbeginsel ging de rechtbank uit van de juistheid van deze informatie en verwierp het verweer van de raadsman.

De rechtbank concludeerde dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro niet van toepassing was en dat aan de voorwaarden voor overlevering was voldaan, waaronder de dubbele strafbaarheid van het feit (poging tot zware mishandeling). De overlevering werd toegestaan zonder dat er een gewoon rechtsmiddel openstond tegen deze uitspraak.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Polen toe voor de uitvoering van de resterende vrijheidsstraf.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/352176-25
Datum uitspraak: 15 april 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 13 februari 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 28 november 2025 door
the Regional Court in [geboorteplaats], Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1986 in [geboorteplaats] (Polen),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
nu gedetineerd in het [detentieadres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 1 april 2026, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.W. Ebbink, advocaat in Haarlem, en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een
valid and final judgment of the District Court in Gdánsk-North in Gdánskvan 25 oktober 2013 met kenmerk II K 1480/12.
Uit aanvullende informatie van 6 maart 2026 van de uitvaardigende justitiële autoriteit blijkt dat sprake is geweest van een procedure in hoger beroep die geleid heeft tot een arrest van
the Regional Court in Gdańskvan 26 juni 2014.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van een jaar en zes maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog een jaar, vijf maanden en 29 dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde arrest van 26 juni 2014.
Dit arrest betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB. [3]

4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro

4.1
Inleiding
Naar aanleiding van vragen van het openbaar ministerie van 24 februari 2026 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit op 6 maart 2026 de volgende informatie verstrekt:
"Re. 1: judgement of the Regional Court in Gdánsk of 26/06/2014 which examined the appeal from the judgement of the District Court Gdánsk-North in Gdánsk is a ruling of a court of the second instance; no ordinary measures of appeal apply with respect to this judgement, which is a decision finally resolving the merits of the case, as construed in the case ref. C 397/22 of the Court of Justice of the European Union of 21/12/2023;
Re. 2: the second-instance judgement was issued by the Regional Court in Gdánsk which is the court competent to examine appeals from the judgements issued by other courts, the District Court Gdánsk-North in Gdánsk included. The judgment of the court of the second instance was issued on 26/06/2014;
Re. 3: [de opgeëiste persoon] gave his residence address, [adres] , already when he was arrested by Police officers on 29/04/2012. On 30/04/2012, on the other hand, before being interviewed as a suspect he confirmed receiving the caution of his rights and duties as a suspect by placing his own signature. The caution included information on the obligation to notify the authority in charge of the proceedings of any change of his residence address or place of stay lasting longer than 7 days and of the consequences of any failure to comply with this obligation. On the same day [de opgeëiste persoon] was interrogated as a suspect and repeated the address, where he was registered as residing permanently and at which he resided, as well as an address for service of documents in Poland: [adres] . The said caution did not contain any clause limiting the obligation in time or restricting its application only to a specific phase of the proceedings. It means that the obligation remains valid until the closure of the proceedings and covers the pre-trial proceedings, the proceedings before the court, appellate proceedings included, and the enforcement proceedings (concerning execution of the judgment). [de opgeëiste persoon] participated in a number of trial sessions in person, i.e. on the session on 12/04/2013, 23/05/2013, and 26/07/2013, so he was fully aware of the proceedings conducted against him;
Re. 4: [de opgeëiste persoon] appointed a defence counsel of his own choice, i.e. Lawyer Lukasz Hass - page 225 of the case files contains the letter written by the suspect, conferring power of attorney on the lawyer authorizing him to defend him before courts of any instances. The defence counsel appointed by [de opgeëiste persoon] lodged an extensive appeal from the judgement of the court of the first instance, defending [de opgeëiste persoon] in the appellate proceedings."
4.2
Standpunt van de raadsman
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de overlevering op grond van artikel 12 OLW Pro moet worden geweigerd. In tegenstelling tot wat er in het EAB en de aanvullende informatie van 6 maart 2026 staat vermeld, betwist de opgeëiste persoon dat hij een advocaat heeft gemachtigd en dat hij in de procedure in eerste aanleg op meerdere zittingen aanwezig is geweest. De raadsman heeft subsidiair verzocht om aan de uitvaardigende justitiële autoriteit aanvullende vragen te stellen over het proces in hoger beroep en om te vragen de machtigingsbrief te verstrekken die zou zijn ondertekend door de opgeëiste persoon.
4.3
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro niet van toepassing is. Het EAB en de aanvullende informatie van 6 maart 2026 vermelden namelijk dat de opgeëiste persoon een advocaat schriftelijk heeft gemachtigd voor de volledige procedure en deze machtiging heeft ondertekend, dat deze advocaat namens hem hoger beroep heeft ingesteld en dat de opgeëiste persoon op de zitting in hoger beroep is verdedigd door deze gemachtigde advocaat. Hierdoor is sprake van de situatie zoals bedoeld in artikel 12, onder b, OLW. Gelet op het vertrouwensbeginsel moet worden vertrouwd op de door de uitvaardigende justitiële autoriteit verstrekte informatie. De enkele ontkenning door de opgeëiste persoon maakt dat niet anders. De overlevering kan worden toegestaan.
4.4
Oordeel van de rechtbank
Als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dan is de laatste van die beslissingen relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis Pro, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW Pro, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan. [4]
Op grond van het EAB en de aanvullende informatie van 6 maart 2026 stelt de rechtbank vast dat het arrest van
the Regional Court in Gdańskvan 26 juni 2014 moet worden getoetst aan artikel 12 OLW Pro.
De rechtbank is van oordeel dat sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 12, onder b, OLW. Op grond van de informatie uit het EAB en de aanvullende informatie van 6 maart 2026 stelt de rechtbank vast dat de opgeëiste persoon een zelfgekozen advocaat schriftelijk heeft gemachtigd om zijn verdediging te voeren “
before courts of any instances”. De opgeëiste persoon heeft deze schriftelijke machtiging ondertekend. Uit de stukken blijkt daarnaast dat de gemachtigde advocaat namens de opgeëiste persoon hoger beroep heeft ingesteld en dat hij daadwerkelijk de verdediging van de opgeëiste persoon heeft gevoerd tijdens het proces in hoger beroep. Ook blijkt uit de aanvullende informatie van 6 maart 2026 dat de opgeëiste persoon op de hoogte was van de procedure.
Gelet op het vertrouwensbeginsel gaat de rechtbank uit van de juistheid van de voornoemde informatie. Er zijn geen objectieve stukken overgelegd waaruit zou blijken dat deze informatie in het EAB onjuist is. De enkele ontkenning van de opgeëiste persoon is daartoe niet voldoende.
De weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro is dus niet van toepassing. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding tot het stellen van aanvullende vragen of, gelet op het vertrouwensbeginsel, het opvragen van de machtigingsbrief bij de uitvaardigende justitiële autoriteit. Het verweer van de raadsman wordt verworpen.

5.Strafbaarheid: feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Het feit levert naar Nederlands recht op:
poging tot zware mishandeling, meermalen gepleegd.

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 45 en 302 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[de opgeëiste persoon]aan
the Regional Court in [geboorteplaats], Polen, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. D.L.S. Ceulen, voorzitter,
mrs. M.C.M. Hamer en E. van den Brink, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. G.S. Haas en E. Mulder, griffiers,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 15 april 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 OLW Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Hof van Justitie van de Europese Unie, 21 december 2023, C-397/22, LM, (