Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3760

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
16 april 2026
Publicatiedatum
15 april 2026
Zaaknummer
784852
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:162 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedwongen ontruiming woning wegens ernstige woonoverlast en veiligheidsrisico's

Eigen Haard heeft een huurovereenkomst gesloten met de huurder voor een woning, waarna vanaf mei 2024 diverse meldingen van ernstige overlast zijn ontvangen. De overlast bestond uit hard bonken, schreeuwen, verdachte situaties zoals lachgashandel en woninginbraken, waardoor omwonenden zich onveilig voelden en sommigen overwegen te verhuizen.

De gemeente en politie zijn betrokken geraakt, met onder meer een alarm op locatie en agressiecode. Ondanks meerdere gesprekken en een aanbod tot verhuizing onder voorwaarden, weigerde de huurder mee te werken. Politieverklaringen tonen aan dat lachgasgebruik en overlast aanhielden, en dat de huurder verslaafd is aan lachgas.

De voorzieningenrechter oordeelt dat de ontruiming passend en geboden is, gezien de langdurige en ernstige overlast, het falen van oplossingsgerichte pogingen en het belang van de buurtbewoners en openbare orde. De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen 48 uur, betaling van ontruimingskosten en proceskosten, met machtiging voor gedwongen ontruiming.

Uitkomst: De voorzieningenrechter veroordeelt de huurder tot ontruiming van de woning binnen 48 uur wegens ernstige en langdurige woonoverlast.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer: C/13/784852 / KG ZA 26-187 WM/GR
Vonnis in kort geding van 16 april 2026
in de zaak van
WONINGSTICHTING EIGEN HAARD,
te Amsterdam,
eisende partij bij dagvaarding van 25 maart 2026
hierna te noemen: Eigen Haard,
advocaat: mr. M.G. Blokziel,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. B. Mous.

1.De procedure

1.1.
Tijdens de mondelinge behandeling van dit kort geding op 2 april 2026 heeft Eigen Haard de dagvaarding toegelicht. [gedaagde] heeft producties in het geding gebracht en verweer gevoerd. Bij de mondelinge behandeling waren aanwezig:
aan de zijde van Eigen Haard: mevrouw [naam 1] ( [functie 1] ) en de heer [naam 2] ( [functie 2] ), met mr. Blokziel die deelnam via een videoverbinding,
aan de zijde van [gedaagde] : [gedaagde] met mr. Mous.
1.2.
Na verder debat is vonnis bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Op 29 februari 2024 heeft Eigen Haard met [gedaagde] een huurovereenkomst gesloten, die betrekking heeft op de woning staande en gelegen te [adres] (hierna: de woning).
2.2.
Vanaf mei 2024 heeft Eigen Haard diverse overlastmeldingen van omwonenden van [gedaagde] ontvangen. De overlast zou bestaan uit hard bonken op de deur, schreeuwen, verdachte situaties in en rondom de woning (snelle scooteracties en handel in lachgas) en meerdere woninginbraken. Omwonenden laten weten zich onveilig te voelen in hun woonomgeving.
2.3.
Eigen Haard heeft het ‘Meldpunt Zorg en Woonoverlast’ (MZWO) van de [gemeente] ingeschakeld, waarna besloten is de situatie rondom de woning te monitoren.
2.4.
In januari 2025 is er bij Eigen Haard melding van gedaan dat de ex-partner van [gedaagde] de woning zou zijn binnengedrongen en [gedaagde] daar zodanig heeft mishandeld dat zij per ambulance is afgevoerd. Door de politie is vervolgens een alarm op locatie (AOL) alsmede een agressiecode op de woning geplaatst.
2.5.
Bij e-mailbericht van 1 augustus 2025 heeft het ‘Actiecentrum Veiligheid en Zorg’ van de [gemeente] (AcVZ) aan [gedaagde] het volgende geschreven:
Verhuizen onder voorwaarden
Vanuit het Actiecentrum Veiligheid en Zorg vinden wij het belangrijk dat de woonsituatie voor álle bewoners van de [straat] veilig is. Dat is nu niet het geval. Wij zoeken samen met Eigen Haard naar een oplossing om de veiligheid te verbeteren. Wij willen met Eigen Haard onderzoeken óf een verhuizing met maatwerk voor u mogelijk is, en welke afspraken en voorwaarden daarvoor nodig zijn. Daarbij is uw medewerking [is] een voorwaarde.
Vertrouwen
De basis voor het maken van afspraken is wederzijds vertrouwen. U geeft aan géén vertrouwen te hebben in de betrokken professionals, waaronder wij het AcVZ. […]
Geen medewerking, geen afspraken.
Zonder uw vertrouwen en medewerking kunnen wij met u geen afspraken maken over een eventuele verhuizing onder voorwaarden. Dat is jammer. De kans bestaat dat de woningbouwvereniging juridische stappen zet om te komen tot een ontbinding en ontruiming van de woning. Wij gaan hier niet over, die beslissing neemt Eigen Haard. […]
In een vier gesprek kunnen we de mogelijkheden bespreken. Dit kan u vertrouwen geven over een samenwerking voor een verhuizing onder voorwaarden. Vandaag heeft u ons laten weten dat u hier niet voor open staat. Wij vragen u goed na te denken over dit voorstel. Mocht u van gedachte veranderen dan plannen wij graag een nieuwe afspraak na uw vakantie.
2.6.
Bij e-mailbericht van 14 augustus 2025 heeft AcVZ aan Eigen Haard het volgende geschreven:
Wij hebben [ [gedaagde] ] twee keer gesproken in bijzijn van [naam 3] (politie) op het bureau in [stadsdeel] . Wij hebben met [ [gedaagde] ] gesproken over een maatwerk optie. Wij hebben uitgebreid de opties en consequenties met haar besproken. [ [gedaagde] ] wil niet meewerken. Ze staat nergens voor open. […]
Geen afspraken mogelijk
Voor ons is het duidelijk dat wij met [ [gedaagde] ] geen afspraken kunnen maken. Zij geeft geen openheid van zaken en ze accepteert geen hulp. Ze ontkent dat er sprake is van overlast op de woning door toedoen.
2.7.
Op 22 december 2025 is de politie in de woning ter plaatse geweest; in het proces-verbaal van plaatsopneming valt het volgende te lezen:
Veelvuldig gebruik lachgas, strafbaar onder lijst II van de opiumwet. Hierdoor overlast voor de buurt. In de woning vele lege maar ook in ieder geval één volle fles aangetroffen. Bewoonster [ [gedaagde] ] verklaarde naar eigen woorden dat het lachgas van haar was, en vroeg aan verbalisanten of wij dit mee konden nemen omdat de flessen leeg waren.
2.8.
Op 14 februari 2026 is de politie de woning binnengetreden. De dienstdoende verbalisant verklaart daarover het volgende:
Nadat we nogmaals kenbaar hadden gemaakt dat we van de politie waren en dat we de deur er uit zouden halen als er niet open werd gedaan, hebben wij de deur met behulp van een bonk geforceerd. [naam 4] kwam naar buiten gelopen en is daar geëtaleerd. [gedaagde] bleef in de woning zitten en reageerde niet meteen op onze aanwijzingen. Zij was erg versuft. Uiteindelijk is ook zij buiten geëtaleerd. Hierna hebben we de woning geschoond en troffen wij uiteindelijk 12 lege lachgastanks aan. [gedaagde] vertelde ons dat zij eerder ruzie had gehad met een vriendin maar deze was al weg. Beide dames gaven aan verslaafd te zijn aan de lachgas. ze gaven aan dat ze beide een afspraak hebben staan voor afkicken.
2.9.
In een op 29 maart 2026 opgemaakt proces-verbaal van een hoofdagent van de politie Eenheid Amsterdam valt te lezen:
Op zaterdag 21 maart 2026 omstreeks 04.20 uur kwamen wij, de politie, ter plaatste bij de woning. Na meermaals hard aankloppen werd de deur voor ons geopend door [gedaagde] . Wij hoorden [gedaagde] zeggen dat [naam 5] in de woonkamer zat. Wij betraden vervolgens, met toestemming van [gedaagde] , de woning. Wij liepen naar de woonkamer en zagen daar op de bank [naam 5] zitten. Wij zagen dat de woonkamer niet opgeruimd was. Wij zagen dat een laptop openstond en dat daarvandaan geluid vandaag kwam. Wij hoorden, met hard geluid, dat er in het Arabisch de Quran werd gereciteerd. Wij zagen nabij de bank drie dozen liggen die wij herkenden als de verpakking van lachgas. Wij zagen dat daarbij ook drie lachgasflessen lagen die bevroren waren. Het was ons bekend dat dit betekende dat de lachgasflessen kort daarvoor gebruikt waren. Wij zagen ook meerdere verpakkingen met daarin zwart kleurige ballonnen. Naar aanleiding van dit incident hebben wij [naam 5] aangehouden ter zake bezit van lachgas. In de woning troffen wij geen andere personen aan dan [naam 5] en [gedaagde] .

3.Het geschil

3.1.
Eigen Haard vordert – samengevat – [gedaagde] te veroordelen de woning binnen 48 uur na betekening van het vonnis geheel leeg en ontruimd aan Eigen Haard ter beschikking te stellen en met alle daarin aanwezige personen en goederen te hebben verlaten en ontruimd. Indien [gedaagde] niet vrijwillig aan deze veroordeling voldoet, en Eigen Haard de ontruiming met inschakeling van een gerechtsdeurwaarder dient te bewerkstelligen, dient [gedaagde] voorts de kosten van ontruiming (conform de specificatie van die kosten in het proces-verbaal van ontruiming) aan Eigen Haard te voldoen. Tot slot vordert Eigen Haard [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten.
3.2.
Eigen Haard legt aan de vordering ten grondslag dat zij vreest voor verdere escalatie van de situatie. Eigen Haard heeft als verhuurder de verplichting om aan haar huurders het ongestoord woongenot te verschaffen. Eigen Haard stelt zich in dat verband op het standpunt dat [gedaagde] tekortschiet in haar wettelijke en contractuele verplichtingen jegens Eigen Haard; de gedragingen van [gedaagde] (en de derden om haar heen) bestempelt Eigen Haard als onrechtmatig in de zin van artikel 6:162 BW Pro. De overlast die het huurderschap van [gedaagde] teweegbrengt is dermate ernstig dat haar belang om in de woning te kunnen blijven wonen moet wijken voor het belang van de andere huurders van Eigen Haard, althans omwonenden, bij een ongestoord woongenot en een rustige woonomgeving; temeer nu in de directe woonomgeving een groot gevoel van onrust en onveiligheid heerst.
3.3.
[gedaagde] voert verweer.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De gevraagde ontruiming wordt toegewezen als voorshands voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter de ontbinding van de huurovereenkomst zal uitspreken en als van eiseres (Eigen Haard) niet gevergd kan worden dat zij die uitspraak in een bodemprocedure afwacht. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van een afweging van de belangen die spelen.
4.2.
Hoewel ontruiming een maatregel is die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van [gedaagde] , en bij de beoordeling van een dergelijke vordering – volgens vaste jurisprudentie – grote terughoudendheid moet worden betracht, zal de vordering tot ontruiming worden toegewezen. De voorzieningenrechter begrijpt dat de gevolgen hiervan voor [gedaagde] groot (kunnen) zijn, maar de belangen van Eigen Haard, haar andere huurders en overige buurtbewoners wegen zwaarder. Daartoe is het volgende redengevend.
4.3.
Het betreft hier een langlopende kwestie. De situatie rondom de woning is al geruime tijd in het vizier van de politie en AcVZ; de eerste overlastmeldingen dateren van mei 2024, relatief kort na [gedaagde] ’s intrek in de woning. Dat de overlastklachten reëel zijn en omwonenden vanwege gevoelens van angst overwegen te verhuizen althans hun woning tijdelijk te verlaten – of dat al gedaan hebben – acht de voorzieningenrechter aannemelijk.
Het door Eigen Haard overgelegde (leefbaarheids)dossier geeft daar duidelijk blijk van.
4.4.
Het dossier geeft er bovendien blijk van dat de overlast nu al bijna twee jaar plaatsvindt en in die periode niet is verminderd, maar juist lijkt te zijn toegenomen, met nog een relatief recent incident in de nacht van 21 maart 2026 (zie 2.9). Blijkens de verschillende door de politie opgemaakte verklaringen (2.7 tot en met 2.9) erkent [gedaagde] zelf verslaafd te zijn aan lachgas en heeft zij eerder ook aan de politie verklaard dat aangetroffen lachgasflessen van haar zijn. Dat [gedaagde] ter gelegenheid van de mondelinge behandeling aanvoert dat zij al een jaar geen lachgas gebruikt, acht de voorzieningenrechter gelet daarop onaannemelijk.
4.5.
Verder wordt in aanmerking genomen dat Eigen Haard en AcVZ een hoge mate van oplossingsgerichtheid aan de dag hebben gelegd, waaronder het aanbod tot vervangende woonruimte voor [gedaagde] , en om te beginnen met een schone lei. [gedaagde] heeft dat aanbod afgeslagen met de enkele overweging dat zij geen vertrouwen heeft in de betrokken professionals en dat zij zich door hen onder druk gezet voelt, wat zij (onder invloed van morfine) als onprettig ervaart. Zij kan onder invloed van morfine ook geen besluiten nemen, aldus [gedaagde] ter zitting. Een gedwongen ontruiming wordt bij deze stand van zaken passend en geboden bevonden. Daarbij heeft de voorzieningenrechter ook de belangen van derden (buurtbewoners) en de openbare orde in de nabije woonomgeving op het oog. Voor zover al juist is dat [gedaagde] er allemaal niets aan kan doen, zoals zij stelt, wegen die belangen in dit geval zwaarder.
4.6.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen.
Voor een afwijking van de hoofdregel dat de in het ongelijk gestelde partij de proceskosten van de wederpartij dient te vergoeden, bestaat in dit geval geen aanleiding. [gedaagde] wordt niet gevolgd in haar standpunt dat zij rauwelijks zou zijn gedagvaard, dan wel op een onredelijk korte termijn. Rechtsmaatregelen zijn (door verschillende partijen) meermaals aangekondigd. De proceskosten van Eigen Haard worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
151,94
- griffierecht
735,00
- salaris advocaat
1.177,00
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.252,94
4.7.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis de woning aan [adres] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Eigen Haard zijn, en de sleutels af te geven aan Eigen Haard, en met machtiging aan Eigen Haard om de ontruiming zo nodig te doen bewerkstelligen met behulp van de sterke arm,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] , indien zij niet vrijwillig aan de onder 5.1 opgenomen veroordeling voldoet en Eigen Haard de ontruiming bewerkstelligt door inschakeling van een gerechtsdeurwaarder, aan Eigen Haard de kosten van ontruiming te voldoen op vertoning van en conform de specificatie van die kosten in het proces-verbaal van ontruiming,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.252,94, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Messer, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. G.P. Raats, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 16 april 2026.
Coll: MV