ECLI:NL:RBAMS:2026:3738
Rechtbank Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beklag tegen inbeslagname en conservatoir beslag op auto in strafrechtelijk onderzoek
Op 12 mei 2025 werd een personenauto van klager in beslag genomen in een strafrechtelijk onderzoek. Op 14 oktober 2025 werd conservatoir beslag op dezelfde auto gelegd. Klager verzocht om teruggave van de auto, stellende dat deze rechtmatig was verkregen en dat het beslag onevenredige financiële gevolgen had. Hij voerde aan dat het wederrechtelijk verkregen voordeel onvoldoende was onderbouwd en dat de auto geen instrumentum delicti was.
Het Openbaar Ministerie stelde zich op het standpunt dat het voortduren van het beslag gerechtvaardigd was omdat klager wordt verdacht van ernstige strafbare feiten, waaronder computervredebreuk, omkoping en medeplichtigheid aan 95 geweldsincidenten. De auto zou gebruikt zijn bij het plegen van strafbare feiten en het is niet onwaarschijnlijk dat de strafrechter de auto zal verbeurd verklaren.
De rechtbank oordeelde dat het onderzoek naar het beklag summier van aard is, maar dat het belang van strafvordering het voortduren van het beslag rechtvaardigt. Zowel het klassieke beslag als het conservatoire beslag mogen blijven bestaan omdat het niet onwaarschijnlijk is dat de auto zal worden verbeurd verklaard en dat ontnemingsmaatregelen zullen volgen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beklag ongegrond. Klager kan tegen deze beslissing beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad binnen veertien dagen na betekening.
Uitkomst: Het beklag tegen het klassieke en conservatoire beslag op de auto wordt ongegrond verklaard en het beslag blijft gehandhaafd.