Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3736

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
14 april 2026
Publicatiedatum
15 april 2026
Zaaknummer
11661329 \ CV EXPL 25-6211
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:225 BWArt. 6:119 BWArt. 6:96 lid 2 onder c BWArt. 242 RvArt. 3:4 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing herstelkosten en gederfde huur na beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimte

HMG huurde een bedrijfsruimte van Dutch Logistics, later Prologis, met een huurovereenkomst van twee jaar die op 31 oktober 2023 eindigde. Na beëindiging leverde HMG het gehuurde niet volledig conform de opleveringsverplichtingen op, wat leidde tot herstelkosten die Prologis op HMG verhaalde.

Prologis vorderde betaling van herstelkosten, gederfde huurinkomsten over de periode dat het gehuurde niet beschikbaar was voor de opvolgende huurder, en buitengerechtelijke incassokosten. HMG betwistte onder meer de omvang van de herstelkosten, het opleverrapport en de hoogte van de buitengerechtelijke kosten.

De rechtbank oordeelde dat HMG gehouden was het gehuurde in de oorspronkelijke staat op te leveren, dat het opleverrapport aanvang huur als uitgangspunt geldt, en dat Prologis gerechtigd was de herstelwerkzaamheden zelf uit te voeren en kosten te verhalen. De gevorderde herstelkosten en gederfde huurinkomsten werden grotendeels toegewezen, terwijl de buitengerechtelijke kosten werden gematigd tot een redelijk bedrag. De proceskosten werden aan HMG opgelegd.

Uitkomst: HMG wordt veroordeeld tot betaling van herstelkosten, gederfde huurinkomsten en gematigde buitengerechtelijke kosten aan Prologis.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11661329 \ CV EXPL 25-6211
Vonnis van 14 april 2026
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
PROLOGIS NETHERLANDS XXXV (C) S.À.R.L.,
gevestigd te Luxemburg,
eisende partij,
hierna te noemen: Prologis,
gemachtigde: mr. B.N. Cammelbeeck en mr. M.A.C. Blom,
tegen
H.M.G. BEDTEXTIEL B.V.,
gevestigd te Eindhoven,
gedaagde partij,
hierna te noemen: HMG,
gemachtigde: mr. E. Hermsen

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 8 juli 2025,
- de akte overlegging nadere producties van 29 augustus 2025 van de zijde van Prologis,
- de op 28 augustus 2025 ingekomen nadere producties van de zijde van HMG,
- de op 8 september 2025 ingekomen nadere productie van de zijde van HMG,
Op 11 september 2025 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Namens Prologis zijn verschenen [naam 7] (bedrijfsjurist), [naam 1] ( [functie 1] ), bijgestaan door de gemachtigden. Namens HMG zijn verschenen [naam 2] ( [functie 2] ), [naam 3] ( [functie 3] ), [naam 4] ( [functie 4] ) en [naam 5] ( [functie 5] ), bijgestaan door de gemachtigde. Partijen hebben ter zitting hun standpunten nader toegelicht, de gemachtigden mede aan de hand van spreekaantekeningen, en vragen van de kantonrechter beantwoord.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
HMG is onderdeel van een concern waarvan ook Aktas Holding B.V., Aktas Vastgoed B.V. en Enjoy Company B.V. deel uitmaken (hierna: Aktas). HMG is een grote producent van textielproducten in de Benelux. Aktas heeft een nieuw bedrijfscomplex laten bouwen, waarnaar de bedrijfsactiviteiten van HMG zouden worden verplaatst. Aktas wilde in 2021 vooruitlopend daarop haar bestaande bedrijfscomplex verkopen en haar bedrijfsactiviteiten binnen twee jaar verplaatsen naar de nieuw te bouwen locatie.
2.2.
In oktober 2021 hebben Aktas en Dutch Logistics Propco 3 S.à.r.l. (hierna: Dutch Logistics) overeenstemming bereikt over de verkoop en lege oplevering van haar bedrijfscomplex, in welk complex twee ondernemingen uit het Aktas concern gevestigd waren, waaronder HMG.
2.3.
Op 26 oktober 2021 hebben Dutch Logistics en HMG een huurovereenkomst gesloten met betrekking tot een gedeelte van het bedrijfscomplex aan de [adres] (hierna: het gehuurde).
2.4.
Met betrekking tot de duur van de overeenkomst is het volgende bepaald:

3.Duration, renewal en termination
3.1.
This lease is entered into for a period of two (2) years, commencing on the date the Lessor acquires the ownership of the Leased Property (theLease Commencement Date) and ending two (2) years thereafter. The exact Lease Commencement Date shall be recorded by the Parties in a rider (allonge) to this Lease.
3.2
The Lease will terminate by operation of law after two (2) years, in a accordance with Clause 3.1, without any further notice being required.
2.5.
Op 1 november 2021 is het gehuurde door Aktas Vastgoed in eigendom overgedragen aan Dutch Logistics en is de ingangsdatum van de huurovereenkomst bepaald op 1 november 2021.
2.6.
Met betrekking tot de huurprijs is het volgende bepaald:

4. Rent, VAT, rent adjustment(…)
4.1.
On the Lease Commencement Date, the initial annual rent for the Leased Property amounts to EUR 361,500.-- (…) excluding VAT.
(…)
4.6.
The rent will be adjusted annually in accordance with clause 17.1 up to and including 17.3 of the General Conditions, for the first time one (1) year after the Lease Commencement Date. (…)
2.7.
Met betrekking tot de oplevering is het volgende bepaald:

11.Delivery at the end of the lease
11.1.
If the Lease is terminated, the Lessee shall reinstate the Leased Property in accordance with the state as it was at the beginning of the Lease as laid down in the delivery report (…), save for normal wear and tear. The Lessee shall deliver the Leased Property to the Lessor without the inventory and broom clean (bezemschoon) and without any damage.
11.2.
Unless instructed otherwise by the Lessor, the Lessee has to remove for its own risk and account all movable assets in, on or to the Leased Property at the end of the Lease, including the racking but excluding the mezzanine floors. (…)
11.3.
The Lessee shall ensure that after the removal of the movable assets (including the racking), the electricity installation of the Leased Property remain to function properly and adequately and remain to function in accordance with the relevant certification requirements for each type of installation. If after the removal of the movable assets the electricity installation no longer meets the certification requirements, the Lessee shall for its own risk and account (procure that) the installations are repaired and the relevant certifications are obtained.”
2.8.
In de huurovereenkomst zijn de Algemene bepalingen huurovereenkomst kantoorruimte en andere bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:230a BW (ROZ-model vastgesteld op 30-1-2015) van toepassing verklaard (hierna: algemene bepalingen).
Artikelen 22.7, 22.9 en 22.10 van de algemene bepalingen luiden als volgt:

Einde huurovereenkomst of gebruik
22.7
Tijdig voor het einde van de huurovereenkomst (…) dient het gehuurde door partijen gezamenlijk te worden geïnspecteerd. Van deze inspectie wordt door partijen een rapport opgemaakt (…).
(…)
22.9
Huurder is gehouden de door hem op basis van het inspectierapport uit te voeren werkzaamheden binnen de in het rapport vastgelegde (…) termijn op een deugdelijke wijze uit te voeren c.q. te doen uitvoeren. Indien Huurder geheel of gedeeltelijk nalatig blijft in de nakoming van zijn uit het rapport voortvloeiende verplichtingen, is Verhuurder gerechtigd zelf deze werkzaamheden te laten uitvoeren en de daaraan verbonden kosten op Huurder te verhalen onverminderd de aanspraak van Verhuurder op vergoeding van verdere schade en kosten.
22.1
Over die tijd die met het herstel is gemoeid, gerekend vanaf de datum van het einde van de huurovereenkomst, is Huurder aan Verhuurder een bedrag verschuldigd, berekend naar de laatst geldende huurprijs en vergoeding voor bijkomende levering van zaken en diensten, onverminderd Verhuurders aanspraak op vergoeding van verdere schade en redelijke kosten.
Artikel 28.1 van de algemene bepalingen luidt als volgt:

Kosten, verzuim
28.1
In alle gevallen waarin (Ver)Huurder een sommatie, een ingebrekestelling of een exploot aan (Ver)Huurder doet uitbrengen, of in geval van procedures tegen (Ver)Huurder om deze tot nakoming van de huurovereenkomst of Huurder tot ontruiming te dwingen, is (Ver)Huurder verplicht alle daarvoor gemaakte kosten, zowel in als buiten rechte – met uitzondering van de ingevolge een definitieve rechterlijke beslissing door (Ver)Huurder te betalen proceskosten – aan (Ver)Huurder te voldoen. De gemaakte redelijke kosten worden tussen partijen bij voorbaat vastgesteld op een bedrag dat als volgt wordt berekend: 15% over de hoofdsom met een maximum van € 25.000 per geval exclusief de griffierechten. (…)
2.9.
Bij de huurovereenkomst is een demarcatielijst bijgevoegd, waarin is vastgelegd wie, verhuurder of huurder, verantwoordelijk is voor onderhoud, herstel, vernieuwing, schilderen, reinigen en keuring.
2.10.
Op 17 december 2021 heeft HMG een door Square Four B.V. (hierna: Square Four) als beheerder – op basis van een op 10 december 2021 verrichte oplevering – opgesteld ‘opleverformulier aanvang huur’ (hierna: opleverrapport aanvang huur) voor akkoord getekend.
2.11.
In 2022 heeft het Prologis concern de aandelen in Dutch Logistics verkregen en de statutaire naam gewijzigd in Prologis.
2.12.
Op 19 oktober 2022 heeft Prologis aan HMG een huurvoorstel gedaan met huurprijs van € 650.000,00 per jaar, en daarbij het volgende geschreven:

Op 31 oktober 2023 loopt de huidige huurovereenkomst af (van zowel HMD Bedtextiel als Enjoy Company) en dient het gehuurde op correcte wijze te zijn opgeleverd en verlaten. We hebben gesproken over jullie verzoek om langer te blijven i.v.m. jullie nieuwbouwproject in Eindhoven. De minimale huurperiode die we voor dit gebouw hanteren is 5 jaar. Echter hebben we in het huurvoorstel ons best gedaan om een verlenging van 3 jaar mogelijk te maken.
2.13.
Op 15 november 2022 heeft HMG het voorstel afgewezen en daarbij het tegenvoorstel gedaan de huur met een jaar te verlengen, met een huurprijs van € 450.000,00, waarbij zij aangeeft:

Zoals jou bekend heeft HMG een perceel gekocht waarop een nieuwe bedrijfsruimte wordt gerealiseerd. Dit pand is naar verwachting omstreeks 1 november 2024 gereed. HMG wenst de periode tot november 2024 te overbruggen nu een verhuizing (als gevolg van machines e.d.) feitelijk gezien geen gemakkelijke opgave is, aanzienlijke kosten met zich meebrengt en de nodige tijd in beslag neemt. Voortzetting van de huur is daarom ook wenselijk voor HMG. HMG is echter niet gebaat bij een huurovereenkomst van 3 of 5 jaar nu het nieuwe pand naar verwachting per 1 november 2024 in gebruik genomen zal worden. De voorgestelde 3 of 5 jaar is derhalve niet passend.
2.14.
Op 16 november 2022 heeft Prologis aan HMG laten weten niet akkoord te kunnen gaan met het tegenvoorstel en voorgesteld om in overleg te treden.
2.15.
Op 21 november 2022 heeft Prologis HMG nogmaals aangegeven dat het tegenvoorstel niet akkoord is en dat als er geen overeenstemming over haar voorstel bereikt kan worden Prologis op zoek zal gaan naar een nieuwe huurder. Daarop heeft HMG op 22 november 2022 laten weten dat als Prologis aan haar voorstel vasthoudt overleg niet zinvol lijkt.
2.16.
Op 25 november 2022 heeft Prologis bij aangetekende brief gewezen op het van rechtswege eindigen van de huurovereenkomst op 31 oktober 2023, de ontruiming aangezegd tegen 31 oktober 2023 en aangekondigd op zoek te gaan naar een nieuwe huurder.
2.17.
Op 13 februari 2023 heeft in het bijzijn van HMG een (eerste) vooroplevering plaatsgevonden, waarvan door Square Four een inspectierapport is opgemaakt. Dit inspectierapport is op 23 februari 2023 door Crossbay als asset manager van Prologis met HMG gedeeld, onder vermelding van:
“(…) Hierin worden beschreven welke zaken dienen te worden uitgevoerd voor oplevering van het pand.”
en waarbij tevens is gevraagd naar de planning voor de “
move out”, naar de planning voor de uitvoering van het preventief onderhoud in 2023 en om toezending van alle onderhoudsdocumentatie voor 2022.
2.18.
Op 27 februari / 3 maart 2023 heeft Prologis een huurovereenkomst met VDL Enabling Technologies Group Eindhoven B.V. (hierna: VDL) gesloten voor het gehele complex, waar het gehuurde deel van uitmaakt, voor 5 jaar, met ingang van 1 november 2023 tegen een jaarlijkse huurprijs van € 608.000,00, te vermeerderen met btw.
2.19.
Op 14 maart 2023 heeft HMG aan Prologis bericht dat het voor HMG niet mogelijk is om de machines tijdelijk te verplaatsen en dat HMG bereid is voor de verlenging tot 1 november 2024 een huurprijs van € 496.350,00 te betalen.
2.20.
Op 20 september 2023 heeft HMG nogmaals aangegeven dat het niet mogelijk is om haar bedrijfsvoering tijdelijk te verplaatsen en aangeboden om het hele bedrijfscomplex (met inbegrip van het gedeelte dat Enjoy Company huurt) tot 1 november 2024 te huren voor € 525.000,00.
2.21.
Op 29 september 2023 heeft Prologis het voorstel afgewezen, aangegeven dat er per 1 november 2023 een nieuwe huurder van het bedrijfscomplex is en dat HMG aansprakelijk wordt gehouden voor alle schade als niet tijdig ontruimd wordt.
2.22.
Op 31 oktober 2023 is de huurovereenkomst geëindigd.
2.23.
Op 2 november 2023 heeft de gemachtigde van Prologis HMG gesommeerd het gehuurde uiterlijk 6 november 2023 te ontruimen.
2.24.
Op 21 december 2023 heeft HMG een verzoekschrift tot verlenging van de ontruimingstermijn ex artikel 7:230a BW ingediend bij de rechtbank Oost-Brabant.
2.25.
Bij beschikking van 13 maart 2024 heeft de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant het verzoek van HMG tot verlenging van de ontruimingstermijn afgewezen en het tijdstip van ontruiming van het gehuurde bepaald op 13 mei 2024.
2.26.
Op 17 april 2024 heeft een gezamenlijke inspectie van het gehuurde plaatsgevonden, waarvan door Square Four een rapportage is opgesteld (hierna: het inspectierapport).
2.27.
Per e-mail van 26 april 2024 heeft HMG op het inspectierapport gereageerd:

Wij hebben kennisgenomen van (…) inzake de vooroplevering. Graag wijzen wij jou in dat kader op het gestelde in art. 10 (Delivery ‘as is’) als ook in artikel 11 (Delivery at the end of the lease) van de vigerende lease agreement. Wij zullen het pand derhalve opleveren in dezelfde staat zoals het pand ons op aanvangsdatum huurperiode ter beschikking is gesteld.
2.28.
Op 13 mei 2024 heeft HMG het gehuurde opgeleverd. Op 1 juni 2024 heeft Prologis het gehuurde aan VDL ter beschikking gesteld.
2.29.
Op 24 juni 2024 heeft Prologis aan HMG onder meer het volgende bericht:

HMG heeft over de periode 1 november 2023 tot en met 29 februari 2024 een bedrag gelijk aan de laatst betaalde huurprijs betaaldzonder indexatieen over de periode 1 maart 2024 tot 13 mei jl. geen enkele vergoeding betaald. Geheel onverplicht is Prologis bereid om slechts de laatst betaalde huurprijsplus indexatieover de periode 1 november 2023 tot 13 mei jl. aan HMG in rekening te brengen,onder de uitdrukkelijke voorwaardedat HMG dit bedrag, zijnde een bedrag van EUR 108.972,45 (…)binnen 14 dagen na hedenvolledig aan Prologis heeft voldaan.
(…)
Partijen hebben 13 mei jl. gezamenlijk vastgesteld dat HMG niet aan deze opleveringsverplichting heeft voldaan, kort gezegd, omdat het gehuurde niet bezemschoon is, schades niet zijn hersteld en er achterstallig onderhoud is. Afgesproken is dat Prologis een opleveringsrapport zal laten opstellen waaruit volgt aan welke verplichtingen HMG niet heeft voldaan en dat Prologis deze punten voor rekening van HMG zal laten herstellen. Hierbij zend ik u het door Square Four opgestelde opleveringsrapport d.d. 13 juni 2024. De kosten van herstel zijn nog niet inzichtelijk, omdat herstel momenteel nog plaatsvindt. (…) Het is de verwachting deze kosten het bedrag van de waarborgsom zullen overstijgen.
2.30.
Op 15 juli 2024 heeft HMG aan Prologis onder meer bericht:

Schadevergoeding ex artikel 7:225 BW Pro
Cliënte kan akkoord gaan met een vaststelling van dit bedrag op € 108.972,45, tegen finale kwijting. (…) Het bedrag van € 108.972,45 kunt u verrekenen met de door cliënte verstrekte zekerheid (…).
Opleveringsplicht
(…) Cliënte betwist niet dat er een aantal opleveringspunten zijn, maar betwist wel grotendeels het door Square Four opgemaakte opleveringsrapport d.d. 13 juni 2024. (…)
Cliënte wenst uitdrukkelijk in de gelegenheid te worden gesteld, om desgewenst een contra-expertise te laten uitvoeren (…). In zoverre wordt ook verzocht om nog niet tot herstel over te gaan.
2.31.
Op 17 december 2024 heeft Prologis HMG gesommeerd om binnen 14 dagen een bedrag van € 537.209,41 te vermeerderen met btw te betalen, ter zake van herstelkosten en gederfde huurinkomsten. Betaling daarvan is uitgebleven.

3.Het geschil

3.1.
Prologis vordert – samengevat – HMG te veroordelen tot betaling van (a) € 403.415,16 te vermeerderen met btw aan door Prologis gemaakte kosten voor de uitvoering van door HMG niet nagekomen opleveringswerkzaamheden, (b) € 104.677,69 te vermeerderen met btw aan gederfde huurinkomsten en (c) € 25.000,00 aan buitengerechtelijke kosten, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente en met veroordeling van HMG in de proceskosten, eveneens vermeerderd met de wettelijke rente.
3.2.
Prologis legt aan de vordering – samengevat – het volgende ten grondslag:
(a) Herstelkosten
Volgens artikel 11.1 van de huurovereenkomst moet HMG het gehuurde bij het einde van de huur terugbrengen in de staat zoals die bij aanvang van de huur was, zoals vastgelegd in het opleverrapport aanvang huur. Op grond van artikel 11.2 van de huurovereenkomst en artikel 22.2 van de algemene voorwaarden is HMG verplicht op eigen kosten bij einde huur alle roerende zaken te verwijderen en zaken die door HMG in, aan of op het gehuurde zijn aangebracht te verwijderen. In het inspectierapport van 17 april 2024 staat aan welke verplichtingen HMG voor een juiste oplevering moet voldoen. Uit het door Square Four – op basis van een op 13 mei 2024 verrichte oplevering – opgestelde ‘opleverformulier einde huur’ (hierna: opleverrapport einde huur) volgt welke van deze opleveringsverplichtingen HMG niet is nagekomen en welke gebreken er nog zijn die voor rekening van HMG komen. Op grond van artikel 22.9 van de algemene bepalingen is Prologis, indien HMG geheel of gedeeltelijk nalatig blijft in de nakoming van haar uit het opleverrapport einde huur voortvloeiende verplichtingen, gerechtigd de herstelwerkzaamheden zelf te laten uitvoeren en de daaraan verbonden kosten op HMG te verhalen.
(b) Gederfde huurovereenkomsten
Prologis heeft met VDL een huurovereenkomst gesloten met ingang van 1 november 2023. Omdat HMG op 13 mei 2024 niet aan haar opleververplichting had voldaan heeft Prologis tijd nodig gehad om herstelwerkzaamheden aan het gehuurde zelf uit te (laten) voeren en kon het gehuurde pas op 1 juni 2024 aan VDL ter beschikking worden gesteld. Prologis heeft derhalve huur gederfd over de periode 1 november 2023 tot en met 31 mei 2024. Op grond van artikel 7:225 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) in combinatie met artikel 22.10 van de algemene bepalingen kan Prologis het verschil vorderen tussen de door HMG betaalde gebruiksvergoeding (€ 249.989,00 te vermeerderen met btw) en de hogere huur die VDL zou betalen (€ 354.669,69 te vermeerderen met btw) over die periode, zijnde € 104.677,69 te vermeerderen met btw.
(c) Buitengerechtelijke kosten
Op grond van artikel 28.1 van de algemene bepalingen is HMG gehouden om buitengerechtelijke kosten te vergoeden. Het daaruit voortvloeiende bedrag van € 25.000,00 voldoet aan de dubbele redelijkheidstoets.
3.3.
HMG voert verweer. HMG concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Prologis, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Prologis, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Prologis in de kosten van deze procedure.
3.4.
HMG voert – samengevat – het volgende aan:
(a) Herstelkosten
HMG betwist dat op 13 mei 2024 gezamenlijk is vastgesteld dat HMG het gehuurde niet in overeenstemming met haar opleveringsverplichting heeft opgeleverd. Het opleverrapport einde huur wordt betwist. Het opleverrapport aanvang huur heeft een ander doel gehad dan waarvoor het nu gebruikt wordt. Hooguit kan gesproken worden over een paar kleine opleverpunten. Alle schades en gebreken zijn hersteld.
(b) Gederfde huurovereenkomsten
HMG heeft het op 24 juni 2024 gedane aanbod van Prologis aanvaard en het bedrag met de waarborgsom verrekend.
(c) Buitengerechtelijke kosten
HMG betwist dat buitengerechtelijke kosten zijn gemaakt, althans voert aan dat een beroep op artikel 28.1 van de algemene bepalingen in strijd is met de redelijkheid en billijkheid, en dat als buitengerechtelijke kosten zijn gemaakt een bedrag van € 25.000,00 de dubbele redelijkheidstoets niet kan doorstaan en aansluiting gevonden moet worden bij de staffel buitengerechtelijke kosten.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

(a) Herstelkosten
4.1.
Niet in geschil is dat HMG het gehuurde bij einde huur moet opleveren zonder gebreken, zonder achterstallig onderhoud, zonder enige schade, behoudens normale slijtage en veroudering, zonder inventaris en andere roerende zaken en bezemschoon.
Opleverrapporten
4.2.
Het meest verstrekkende verweer van HMG is dat het ‘summiere’ opleverrapport aanvang huur niet als uitgangspunt kan gelden voor de opleveringsverplichtingen van HMG. Het doel van dit rapport zou slechts zijn geweest om de huursituatie ‘globaal’ vast te leggen en de toen reeds bestaande gebruikssporen, die in dat rapport niet als gebrek of schade aangeduid zijn, worden in het opleverrapport einde huur wel als gebrek of schade gekwalificeerd, aldus HMG. Anders dan door HMG is aangevoerd kan zij echter niet beschouwd worden als een leek en dient aangenomen te worden dat zij op de hoogte was van de strekking en het belang van het opleverrapport aanvang huur. Zoals door Prologis is gesteld is HMG een professionele partij die deel uitmaakt van een concern, waaronder een onderneming die onroerend goed verhuurt. Het rapport diende er toe – zoals volgt uit artikel 11.1 van de huurovereenkomst – om de aanvangssituatie vast te leggen. Het gaat daarbij om een verhuurrelatie met een niet tot het concern waarvan HMG deel uitmaakt behorende verhuurder, zodat geen sprake is van een situatie waarin HMG zou kunnen denken dat aan het opleverrapport een andere, meer informele, status kon worden toegedicht. Dat Square Four, die beide opleverrapporten heeft opgesteld, hierbij een dubieuze rol heeft gespeeld en met het opleverrapport einde huur haar opdrachtgever Prologis heeft willen bevoordelen is door HMG niet aangetoond en is evenmin anderszins aannemelijk geworden. Zo heeft HMG bijvoorbeeld geen foto’s overgelegd van de situatie van vóór 10 december 2021 (de inspectiedatum aanvang huur) waaruit zou volgen dat van een situatie die in het opleverrapport einde huur als gebrek is aangeduid, bij aanvang huur al sprake was. Het opleverrapport aanvang huur omvat 17 pagina’s en 66 foto’s en is wat vorm en inhoud betreft gebruikelijk. Dat het opleverrapport einde huur uitgebreider is valt te verklaren doordat er sprake is van gebreken en de omstandigheid dat van deze gebreken omschrijvingen en foto’s zijn opgenomen. De kantonrechter zal beide opleverrapporten dan ook als uitgangspunt nemen.
Contra-expertise
4.3.
Voorts heeft HMG aangevoerd dat de vorderingen van Prologis, voor zover niet erkend door HMG, alleen al moeten worden afgewezen omdat Prologis niet heeft meegewerkt aan het verzoek van HMG om een contra-expertise. Prologis heeft de opleverpunten uit het opleverrapport einde huur van Square Four zonder toestemming of goedkeuring van HMG laten herstellen. Hierdoor kan niet meer worden vastgesteld of deze reëel zijn, aldus HMG. Daartegen is door Prologis aangevoerd dat op 17 april 2024 een voorinspectie heeft plaatsgevonden waarvan een inspectierapport is opgemaakt, en dat HMG daarmee in staat is gesteld om tijdig de geconstateerde opleverpunten te herstellen. Omdat HMG nalatig bleef in de uitvoering daarvan, heeft Prologis in overeenstemming met artikel 22.9 van de algemene bepalingen de nodige herstelwerkzaamheden zelf laten uitvoeren. Hierin kan Prologis worden gevolgd. Daarbij komt dat HMG pas op 15 juli 2024, twee maanden na de oplevering, heeft gesproken over een mogelijk (“
desgewenst”) verzoek tot een contra-expertise. Uit de aard van de opleverpunten vloeit voort dat dit in beginsel punten zijn die vóór de terbeschikkingstelling op 1 juni 2024 aan de opvolgend huurder hersteld zouden moeten zijn. Dat bij de herstelwerkzaamheden door Prologis op kosten van HMG eerst een offerte ter goedkeuring aan HMG zou moeten worden voorgelegd, zoals door HMG is aangevoerd, volgt niet uit artikel 22.9 van de algemene bepalingen en dit kan redelijkerwijs ook niet gevergd worden. Immers, HMG heeft op basis van het inspectierapport de mogelijkheid gehad om opleverpunten zelf uit te voeren. Na de oplevering moest het gehuurde – ter beperking van de schade – zo snel mogelijk aan de opvolgend huurder ter beschikking worden gesteld, zodat nader overleg met HMG over de aan de uitvoering verbonden kosten redelijkerwijs van Prologis niet meer gevergd kon worden. Dit verweer van HMG slaagt dan ook niet. Wel volgt uit een aantal door Prologis overgelegde facturen dat bepaalde opleverwerkzaamheden kennelijk ruim na terbeschikkingstelling aan VDL zijn uitgevoerd, in welk geval nader overleg met HMG mogelijk was geweest. De kantonrechter zal dit in zijn overwegingen mee kunnen nemen.
Gebreken
4.4.
In het opleverrapport aanvang huur is vastgelegd dat er geen sprake is van gebreken. In het inspectierapport is aangegeven welke de opleveringsverplichtingen voor HMG waren. In het opleverrapport einde huur staan de op 13 mei 2024 door HMG nog niet (geheel) verrichte werkzaamheden als gebrek vermeld. In beginsel kunnen derhalve alle in het opleverrapport einde huur geconstateerde gebreken op grond van artikel 22.9 van de algemene bepalingen op kosten van HMG hersteld worden. Per gebrek is door HMG verweer gevoerd tegen de gebreken en/of de herstelkosten daarvan, die hierna zullen worden besproken.
Onkruid en afval verwijderen rondom het pand € 4.904,02
Inzet shovel met klembak € 1.169,18
Afvoeren van volumineus afval (dons e.d. wat op terrein lag) € 1.134,67
Afvoer van bouw en sloopafval € 679,81
Inzet van vrachtwagen met container t.b.v. afvoer afval € 1.117,68
2e keer onkruid bestrijden en verwijderen en spuitwerk € 2.027,17
4.4.1.
HMG heeft primair aangevoerd dat zij na 13 mei 2024 niet in de gelegenheid is gesteld deze opleverpunten alsnog uit te voeren. Subsidiair worden de kosten betwist als onnodig en buitensporig hoog. Door Prologis is gesteld dat HMG nalatig geweest is om deze in het inspectierapport genoemde opleverpunten (“
Verwijderen van alle losse spullen op het buitenterrein (pallets en overige materialen)”) uit te voeren en dat Prologis op grond van artikel 22.9 van de algemene bepalingen het recht heeft deze punten op kosten van HMG zelf te laten uitvoeren. Dit heeft zij onderbouwd met een op 31 mei 2024 genomen foto waarop een grote berg op het bedrijfsterrein achtergelaten afval te zien is, waaronder pallets en een stapel zakken met daarin iets dat dons kan zijn. Van de noodzaak en hoogte van de kosten heeft Prologis een nadere onderbouwing gegeven die door HMG niet gemotiveerd is weersproken, met uitzondering van het verwijderen van onkruid. HMG heeft een offerte van 22 februari 2023 overgelegd van een hoveniersbedrijf voor “
Onkruid verwijderen Buitenterrein” voor € 150,00 (ex btw). Prologis heeft verwezen naar het inspectierapport en opleverrapport einde huur waarin op foto’s metershoge begroeiing en welig tierend onkruid zichtbaar is, waarvan naar het oordeel van de kantonrechter niet aannemelijk is dat dit voor het gehele bedrijfsterrein voor € 150,00 had kunnen worden verwijderd. Voor wat betreft het verwijderen van onkruid heeft HMG aangevoerd dat de tweede factuur ad € 2.027,17 onterecht in rekening is gebracht. Door Prologis is gesteld dat het verwijderen van onkruid in twee delen heeft plaatsgevonden, maar zij heeft de facturen daarvan niet overgelegd. Uit de door Prologis gegeven omschrijving valt op te maken dat de tweede factuur mede ziet op bestrijding en spuitwerk. Zulke preventief te achten maatregelen vallen buiten de opleveringsverplichting om bestaand onkruid/begroeiing te verwijderen. Nu door Prologis niet inzichtelijk is gemaakt welke bedragen voor welke werkzaamheden in rekening zijn gebracht, wordt deze post afgewezen. Voor het overige zijn de opleverpunten en kosten niet door HMG betwist. De gevorderde bedragen worden dan ook, met uitzondering van de factuur ad € 2.027,17, toegewezen.
Bestrating links van het pand herstellen € 8.152,50
Laadkuil herstellen € 10.673,85
Reparaties incl. stenen nalopen waar varkensruggen hebben gelegen € 2.109,35
4.4.2.
HMG betwist dat sprake is van schade en voert tevens aan dat de verzakkingen al bestonden bij aanvang huur en dat deze ook nooit kunnen zijn ontstaan tijdens de huurperiode. Prologis betwist gemotiveerd, onder verwijzing naar het opleverrapport aanvang huur, dat deze opleverpunten bij aanvang huur al bestonden. Tevens voert Prologis onweersproken aan dat de door HMG ter onderbouwing van haar stellingen overgelegde foto’s een ander deel van de bestrating betreffen dan waarop de opleverpunten zien. In het inspectierapport is als opleveringsverplichting opgenomen “
Herstellen van straatwerk inclusief verzakkingen.” Daarmee is voldoende aannemelijk dat sprake is van meer dan gebruikssporen en zijn de gevorderde bedragen, waarvan de hoogte niet is betwist, toewijsbaar. Voor het overige zijn de opleverpunten en kosten niet door HMG betwist.
Hekwerk naast looppoort herstellen (nu spanband) € 1.424,50
4.4.3.
Prologis is akkoord om deze herstelkosten niet in rekening te brengen bij HMG.
Gevelherstel kantoor, schade herstel door vervanging en spuitwerk € 4.109,12
Gevelherstel magazijnen d.m.v. zetwerken, nieuwe platen buitenzijde en binnenzijde € 46.416,63
Gevel schoonmaken/reinigen incl. deuren € 10.440,45
Glasbewassing buitenzijde € 2.712,02
4.4.4.
HMG heeft hiertegen aangevoerd dat onderhoud, herstel en vernieuwing van de gevels conform de demarcatielijst voor rekening van de verhuurder komen, en verder dat slechts sprake is van gebruikssporen bij een pand dat meer dan 20 jaar oud is. Met betrekking tot de bewassing heeft HMG een factuur overgelegd van 29 maart 2001 voor “
Glasbewassing kantoren, kantine, en showroom aan binnen en buitenzijde” voor € 433,85 (ex btw), en gesteld dat Prologis vier keer zoveel in rekening brengt en er kennelijk op uit is om HMG een poot uit draaien.
4.4.5.
Prologis heeft weersproken dat sprake is van normale gebruikssporen, en dat HMG – los van de demarcatielijst – het gehuurde zonder schade op moet leveren. In het inspectierapport staat als opleverpunt “
Gevel herstellen waar beschadigingen aanwezig zijn”. Uit de in het inspectierapport en opleverrapport einde huur opgenomen foto’s volgt dat sprake is van gaten en deuken in de ijzeren beplating, die naar het oordeel van de kantonrechter meer zijn dan gebruikssporen. Voorts verwijst Prologis naar de in het opleverrapport einde huur geconstateerde gebreken aan de gevels (zowel binnen als buiten), zoals gaten in de wanden, aangereden doorgangen en tussenwanden en beschadigde kappen en deuren. Ook dit zijn meer dan gebruikssporen. HMG had derhalve tot herstel van de schade moeten overgaan en bij gebreke daarvan dient zij de daartoe gemaakte kosten, waarvan de hoogte niet is betwist, aan Prologis te vergoeden. Wat betreft de glasbewassing is één factuur die dateert van vóór de huurperiode niet maatgevend voor de in redelijkheid daarvoor in rekening te brengen kosten. Niet weersproken is dat HMG tot glasbewassing gehouden was en dit nagelaten had. Ook deze kosten zijn toewijsbaar. Zoals door Prologis gesteld blijkt uit de demarcatielijst dat gevelreiniging voor rekening van huurder is. Uit het opleverrapport einde huur volgt dat HMG in deze onderhoudsverplichting nalatig is geweest, waardoor sprake is van een gebrek en HMG de kosten daarvan, waarvan de hoogte niet gemotiveerd door HMG betwist is, moet dragen.
Schuifdeur entrée mechaniek vervangen i.v.m. niet werkende sloten € 7.220,00
4.4.6.
Onder verwijzing naar de demarcatielijst heeft HMG aangevoerd dat deze post valt onder toegang systeem binnen en buiten, en voor rekening van de verhuurder komt. Daartegen heeft Prologis ingebracht dat vervanging noodzakelijk is geworden als gevolg van het niet nakomen door HMG van de verplichting van de huurder tot onderhoud en periodiek keuren van de toegangssystemen. Door Prologis is onweersproken gesteld dat herhaaldelijk verzocht is om de onderhoudsrapportages van de schuifdeuren, en dat deze nooit verstrekt zijn omdat is gebleken dat HMG nooit onderhoud heeft laten uitvoeren. Door HMG is weliswaar aangevoerd dat rapportages niet verstrekt zijn omdat deze in het kader van de koop van het complex in 2021 al in het bezit zouden zijn geweest van Square Four, maar het verzoek op 2 februari 2023 betreft de onderhoudsdocumentatie over 2022, zodat dit verweer niet kan slagen. Gelet hierop is voldoende aannemelijk dat de gevorderde bedragen, waarvan de hoogte niet is betwist, samenhangen met het niet verrichten van onderhoud door HMG en als schade toewijsbaar zijn. In het inspectierapport is als opleveringsverplichting opgenomen “
Aanleveren van onderhoudsrapportages van de technische installaties.” Op grond van artikel 22.9 van de algemene bepalingen kon Prologis, nu dit niet is gebeurd, de onderhouds- en daarmee samenhangende herstelwerkzaamheden zelf laten uitvoeren voor rekening van HMG. De vordering is daarom toewijsbaar.
Brandmeldinstallatie nulstatus bepalen en onvolkomenheden herstellen € 939,35
NEN 3140 keuring uitvoeren en herstelpunten oplossen € 16.424,00
4.4.7.
HMG heeft zich beroepen op een inspectierapport van 24 januari 2022 van [bedrijf] en een e-mail van 16 april 2025 van de betrokken inspecteur [naam 6] waarin deze aangeeft dat alle in dat rapport genoemde gebreken zijn hersteld, en dat het rapport geldig is tot 24 januari 2025. De kosten zouden volgens HMG dan ook nodeloos gemaakt zijn. Prologis voert daartegen allereerst aan dat [bedrijf] slechts een advies gegeven heeft om de inspectie eens per drie jaar te herhalen, wat HMG niet van haar onderhoudsverplichting ontslaat, en verder dat uit het rapport van 12 juni 2024 van de door Inspectie Groep Nederland (IGN) verrichte inspectie volgt dat sprake is van gebreken als gevolg van achterstallig onderhoud en de verhuizing. Zoals Prologis terecht aanvoert zegt het advies van [bedrijf] om eens per drie jaar een inspectie te doen niets over de situatie bij einde huur en kunnen er na 24 januari 2022 door gebrekkig onderhoud of bij de verhuizing gebreken zijn ontstaan. Niet door HMG weersproken is dat onderhoud en periodiek keuren van nagenoeg alle installaties ingevolge de demarcatielijst volledig voor rekening en risico van HMG zijn en tevens dat artikel 11.3 van de huurovereenkomst meebrengt dat zij gebreken ontstaan tijdens of als gevolg van haar verhuizing moet herstellen. Prologis wijst er tevens op dat [bedrijf] in een reactie op 4 september 2025 aangeeft dat het IGN rapport constateringen bevat die in 2022 niet aanwezig waren, die dus later zijn ontstaan. In de reactie van 4 september 2025 wordt per constatering van IGN de bevinding van [bedrijf] gegeven. Zoals door Prologis is aangegeven, wordt met betrekking tot een reeks aan constateringen [1] door IGN door [bedrijf] aangegeven dat deze onder regulier onderhoud vallen, zoals bijvoorbeeld vervuiling en ontbrekende schroeven, welke volgens de demarcatielijst voor rekening van huurder komen. Voorts wijst Prologis erop dat voor andere constateringen [2] door [bedrijf] is aangegeven dat deze vermoedelijk zijn ontstaan tijdens de verhuizing, en het herstel dus voor rekening van HMG komt. Dit is niet gemotiveerd weersproken, evenmin als de hoogte van de bedragen, zodat de gevorderde bedragen toewijsbaar zijn.
4.4.8.
HMG heeft nog aangevoerd dat, samengevat, de door IGN verrichte inspectie is gedaan op basis van een niet wettelijk verplichte norm (NEN 3140) en dat de uitkomst daarvan niet representatief is voor een pand waaruit alle machines zijn verwijderd en de technische installaties niet in gebruik zijn. Dit maakt het oordeel niet anders. Ook zonder op de technische installaties aangesloten machines kan een technische installatie gekeurd worden. Niet gesteld of gebleken is dat de technische installaties niet meer onder spanning stonden. De keuring vond ook plaats met het oog op de ingebruikname door de opvolgend huurder. Niet weersproken is dat NEN 3140 geen wettelijk verplichte norm is en is ontwikkeld om werkgevers te ondersteunen bij het naleven van de zorgplicht vanuit de Arbowet. Uit het inspectierapport van [bedrijf] in 2022 volgt dat haar inspectie eveneens is gedaan op basis van NEN 3140 (en NEN 1010). De kantonrechter neemt op basis daarvan aan dat een dergelijke keuring – met de daaruit voortvloeiende onderhoudsverplichtingen – behoort tot de keuringen zoals bedoeld op de demarcatielijst, die de verantwoordelijkheid zijn van de huurder.
Brandwerende afdichtingen herstellen/uitvoeren conform rapport € 25.282,80
4.4.9.
HMG heeft aangevoerd dat deze gebreken al bestonden ten tijde van aanvang huur. Prologis heeft hier tegenin gebracht dat dit in het opleverrapport aanvang huur niet is vermeld. In het inspectierapport staat als opleverpunt “
Gaten die aanwezig zijn in de wanden van de brandcompartimenten dienen brandwerend gedicht te worden”. Zoals hierboven al overwogen is HMG dan gehouden tot herstel en kan Prologis bij gebreke daarvan de werkzaamheden op kosten van HMG laten uitvoeren. Dat de kosten buitensporig zijn is door Prologis gemotiveerd weersproken, onder overlegging van de desbetreffende facturen van Gerco Brandpreventie B.V. en het logboek van de door Gerco verrichte werkzaamheden. De vordering is toewijsbaar.
Plafondplaten in entréegebied vervangen. Raster wordt gehandhaafd oude platen eruit halen en nieuwe plaatsen € 3.069,02
4.4.10.
HMG heeft aangevoerd alle beschadigde plafondplaten te hebben hersteld. Als zij er drie gemist heeft kan vervanging daarvan nooit zoveel kosten. De platen kosten gemiddeld € 6,00 per stuk. Ter onderbouwing van haar verweer heeft HMG enkele foto’s overgelegd. Prologis heeft daartegen aangevoerd dat dit gebrek in het opleverrapport geconstateerd wordt (“
op diverse plaatsen beschadigde plafondplaten”), dat de foto’s van HMG geen sluitend bewijs vormen en dat HMG geen factuur van het door HMG uitgevoerde herstel heeft overgelegd. In het inspectierapport zijn geen foto’s opgenomen. In het opleverrapport einde huur is een drietal foto’s opgenomen van plafondplaten. De beschadiging op één van de foto’s is minimaal. Gelet op de gemotiveerde betwisting door HMG van zowel het gebrek als de hoogte van de kosten had het op de weg van Prologis gelegen om deze post nader te onderbouwen. Bij gebreke daarvan wordt de vordering slechts tot het erkende bedrag van € 18,00 toegewezen.
Wanden volledig nalopen, repareren en sauswerk uitvoeren (begane grond) € 21.830,94
4.4.11.
HMG voert aan dat de wanden en plafonds in een goede staat verkeerden, en dat het opleveren van compleet nieuwe wanden voor de opvolgend huurder niet van HMG verwacht mag worden. Op het zestal door HMG overgelegde foto’s zijn geen beschadigingen zichtbaar. Prologis wijst er op dat onduidelijk is waar deze foto’s van slechte kwaliteit gemaakt zijn en verwijst naar het opleverrapport einde huur waarin foto’s zijn opgenomen van wanden in het kantoorgedeelte waar bij oplevering nog gaten in zaten. In het opleverrapport einde huur zijn vijf foto’s opgenomen met als omschrijving van het gebrek van de voor rekening van huurder uit te voeren werkzaamheden: “
Dicht maken van de gaten in de wanden van het kantoorgedeelte” en “
Dicht maken van gaten in tegelwanden”. Vaststaat derhalve dat er nog gebreken waren. Voorts geldt dat het gehuurde met normale gebruikssporen mag worden opgeleverd, en niet gesteld of gebleken is dat bij oplevering het gehuurde nieuw gesausd moet worden opgeleverd. HMG heeft ook de hoogte van de vordering betwist. Het had op de weg van Prologis gelegen om haar vordering nader te onderbouwen met een factuur en opgave van de verrichte werkzaamheden. Nu Prologis dat niet gedaan heeft is een inschatting van het voor het herstel van de gebreken aan HMG toerekenbare gedeelte van het gevorderde bedrag niet mogelijk. Immers, het dichten van de gaten op foto’s van het opleverrapport einde huur rechtvaardigt de hoogte van de kosten niet en door Prologis is niet inzichtelijk gemaakt dat het gebrek omvangrijker was dan op de foto’s te zien is. De vordering zal worden afgewezen.
Verlichting uitvoeren in ledverlichting (had HMG al moeten doen voor EML) € 98.404,14
4.4.12.
Prologis heeft aangegeven dat de gevorderde kosten zien op het vervangen van defecte lichtbronnen en het vervangen van de verlichting door LED-verlichting, conform de Erkende Maatregelenlijst energiebesparing (ELM) als bedoeld in de Omgevingsregeling, onder verwijzing naar het opleverrapport einde huur en met overlegging van een aantal facturen van Signify Netherlands B.V. (hierna: Signify). HMG heeft niet betwist dat zij gehouden was tot vervanging door LED-verlichting, maar zij heeft aangevoerd dat deze werkzaamheden in 2022 en 2023 zijn uitgevoerd. Daartoe verwijst HMG naar het inspectierapport van 24 januari 2022 van [bedrijf] . Daarin is de noodverlichtingsinstallatie goedgekeurd en is de LED-verlichting installatie nog niet helemaal goedgekeurd omdat er nog een aantal TL-ballasten verwijderd moesten worden en sommige armaturen nog moesten worden aangepast van TL-buizen naar LED-buizen. In het [bedrijf] rapport staat dat in 2021 diverse LED-verlichtingen zijn aangebracht en onder werkzaamheden die in 2022 nog uitgevoerd moeten worden is vermeld: “
aanpassen en omzetten van de TL-armaturen naar LED”. In een door [naam 6] op 16 april 2025 verzonden e-mail bevestigt hij dat de in zijn rapport genoemde nog te verrichten werkzaamheden in 2022 en 2023 zijn uitgevoerd. In het inspectierapport van Square Four is slechts sprake van het vervangen van alle
defectelichtbronnen. Pas bij het opleverrapport einde huur is opgemerkt “
Verlichting niet vervangen door huurder naar LED conform de EML”. De kantonrechter overweegt dat uit de facturen die zijn overgelegd niet op te maken valt wat er door Signify gedaan is. Prologis heeft immers slechts een viertal facturen overgelegd met daarin als enige specificatie ‘warehouse armaturen’, ‘installation and commissioning’ en ‘project management’. Voorts overweegt de kantonrechter dat gelet op het verweer van HMG en de hoge kosten van deze post nader overleg niet had misstaan en dat, gelet op de factuurdata 16 juli en 28 oktober 2024, dit redelijkerwijs ook mogelijk moet zijn geweest.
4.4.13.
Bij gebreke van een nader op deze post toegespitst bewijsaanbod, ziet de kantonrechter geen aanleiding om Prologis ter zake toe te laten tot bewijs. Dit onderdeel van de vordering zal dan ook als onvoldoende gemotiveerd gehandhaafd worden afgewezen.
Legionella keuring uitvoeren € 5.072,47
4.4.14.
HMG heeft hiertegen aangevoerd dat op 2 maart 2022 een risico-inventarisatie preventie legionella heeft plaatsgevonden, en dat gezien deze recente keuring een nieuwe keuring niet nodig was en de gevorderde kosten niet verschuldigd zijn. Prologis heeft daartegen aangevoerd dat HMG, ondanks herhaalde verzoeken om de onderhouds- en keuringsrapportages van de leidingwerken te verstrekken, pas bij conclusie van antwoord het rapport van 2 maart 2022 heeft overgelegd. Uit de door Prologis overgelegde facturen van 15 oktober 2024 volgt dat de keuring toen al plaatsgevonden had. Voorts is niet gesteld of gebleken dat de in het rapport van 2 maart 2022 opgenomen herstelpunten zijn uitgevoerd. Evenmin is gesteld of gebleken dat de in het beheersplan opgenomen periodieke maatregelen zijn uitgevoerd. Gelet hierop kon Prologis terecht besluiten een keuring te laten uitvoeren en is het gevorderde bedrag, waarvan de hoogte niet is betwist, toewijsbaar.
Onderhoud en herstelkosten t.b.v. lift € 11.802,80
4.4.15.
Onder verwijzing naar de demarcatielijst heeft HMG aangevoerd dat herstelkosten voor rekening van de verhuurder komen, en tevens dat de lift ook gebruik wordt door de huurder op de tweede verdieping. Daartegen heeft Prologis ingebracht dat sprake is van onderhouds- en herstelwerkzaamheden als gevolg van het niet nakomen door HMG van de verplichting van de huurder tot onderhoud en periodiek keuren van de lift, onder verwijzing naar de demarcatielijst waarin onderhoud is opgenomen als een verplichting van de huurder. Nu deze onderhoudsverplichting in de bijlage bij huurovereenkomst als verplichting van HMG is opgenomen is de loutere omstandigheid dat een andere huurder van het complex de lift tevens gebruikt onvoldoende om aan te nemen dat deze verplichting voor HMG niet geldt of anders moet worden beoordeeld, temeer nu een nadere onderbouwing daarvoor ontbreekt. Mogelijk kan een deel van de kosten van onderhoud voor rekening zijn van deze andere huurder, maar daaromtrent is niets aangevoerd en bovendien zou dit – zonder andersluidende afspraken ter zake – leiden tot een vordering van HMG op deze huurder. Voorts is onweersproken gesteld dat herhaaldelijk verzocht is om de onderhoudsrapportages van de lift, en dat deze nooit verstrekt zijn omdat is gebleken dat HMG nooit onderhoud heeft laten uitvoeren. Gelet hierop is voldoende aannemelijk dat de gevorderde bedragen (waaronder ook herstelkosten), waarvan de hoogte niet is betwist, samenhangen met het niet verrichten van onderhoud door HMG. In het inspectierapport is als opleveringsverplichting opgenomen “
Aanleveren van onderhoudsrapportages van de technische installaties.” Op grond van artikel 22.9 van de algemene bepalingen kon Prologis, nu dit niet is gebeurd, de onderhouds- en daarmee samenhangende herstelwerkzaamheden zelf laten uitvoeren voor rekening van HMG. De vordering is daarom toewijsbaar.
Wanden nalopen, repareren en sauswerk uitvoeren (eerste verdieping) € 12.162,72
4.4.16.
Beide partijen verwijzen voor hun standpunt naar hetgeen hierboven onder 4.4.11 is weergegeven. De kantonrechter sluit aan bij de daarop gegeven beoordeling en wijst de vordering af.
Staalconstructie (rood) verwijderen € 2.323,02
4.4.17.
HMG voert aan dat deze staalconstructie een vast onderdeel van het gebouw is en er bij aanvang huur al was. Daartegen heeft Prologis aangevoerd dat sprake is van een constructie ten behoeve van de productie-installatie van HMG, dat deze door HMG is aangebracht en niet aard- en/of nagelvast verbonden is met het gebouw. Op grond van artikel 11.2 van de huurovereenkomst was HMG derhalve gehouden deze roerende zaak bij einde huur te verwijderen. HMG kan nagegeven worden dat de staalconstructie inderdaad zichtbaar is op de foto’s in het opleverrapport aanvang huur, maar de vraag die hier speelt is of de constructie valt onder de – op kosten van HMG – te verwijderen roerende zaken. Zowel in het inspectierapport als opleverrapport einde huur wordt het verwijderen van de rode staalconstructie als opleverpunt respectievelijk gebrek genoemd. Uit het inspectierapport volgt tevens dat sprake is van een “
aangelaste constructie” en dat door HMG aangetoond moet worden “
dat de constructie na lassen nog voldoet”. Hierin ligt naar het oordeel van de kantonrechter een indicatie dat gebouw en de staalconstructie mogelijk zodanig met elkaar verbonden zijn dat van een roerende zaak geen sprake is. Artikel 3:4 lid 1 BW Pro bepaalt dat al hetgeen volgens verkeersopvatting onderdeel van een zaak uitmaakt, bestanddeel van die zaak is. Voor het antwoord op de vraag of de staalconstructie naar verkeersopvattingen deel uitmaakt van de bedrijfshal als hoofdzaak – en dan niet roerend is – is van belang of de bedrijfshal en de staalconstructie in constructief opzicht op elkaar zijn afgestemd en of de bedrijfshal uit een oogpunt van geschiktheid als bedrijfshal bij het ontbreken van de staalconstructie als onvoltooid moet worden beschouwd. Uit de stukken volgt dat de staalconstructie specifiek was afgestemd op het productieproces van HMG en niet gesteld of gebleken is dat na verwijdering daarvan de bedrijfshal niet langer geschikt was als bedrijfshal. Voor zover het verweer van HMG inhoudt dat de staalconstructie op zodanige wijze met de bedrijfshal is verbonden dat deze niet zonder beschadiging van betekenis aan de bedrijfshal kan worden verwijderd, en op grond van artikel 3:4 lid 2 BW Pro als bestanddeel daarvan beschouwd moet worden, geldt dat dit gelet op de hoogte van de aan de verwijdering verbonden kosten gelet op de omvang van de bedrijfshal niet aannemelijk is. De vordering is dan ook toewijsbaar.
Volledig schoonmaken van alle hallen € 26.955,83
Stofvrij maken van de wanden, staalconstructies, dakliggers
Wanden nat afdoen
Ventilatoren aan het dak schoonmaken en reinigen
4.4.18.
HMG voert aan dat zij de hallen bezemschoon heeft opgeleverd, zodat zij aan haar verplichtingen heeft voldaan. Voorts betwist zij de hoogte van deze post als buitensporig. Prologis heeft daartegen aangevoerd dat de bedrijfsvoering van HMG – de productie van bedtextiel – een significante stoflaag in het gehuurde heeft veroorzaakt op de vloeren en op de hoger gelegen constructiedelen. In het inspectierapport is als opleverpunt opgenomen “
Stofvrij maken van alle hallen (ook op de hoger gelegen constructiedelen)”. In het opleverrapport einde huur staat als gebrek “
Reinigen van de hallen, verwijderen van stof op alle liggende delen wanden etc.”. Partijen zijn overeengekomen dat het gehuurde bezemschoon zou worden opgeleverd. Naar het oordeel van de kantonrechter houdt dit in dat het gehuurde stofvrij dient te worden opgeleverd. Voorts is niet weersproken dat het reinigen van de ventilatoren een verantwoordelijkheid is van huurder. Uit het opleverrapport einde huur volgt dat HMG hierin tekort is geschoten. Bezemschoon houdt echter niet in dat het gehuurde professioneel gereinigd moet worden. Nu er sprake is van “
volledig schoonmaken” is aannemelijk dat dit verder gaat dan bezemschoon maken. Prologis heeft geen factuur overgelegd van de gemaakte kosten, zodat niet inzichtelijk wie de werkzaamheden heeft verricht en welke kosten voor welke werkzaamheden in rekening zijn gebracht. De kantonrechter zal de schade naar redelijkheid vaststellen op (ongeveer) de helft van het gevorderde bedrag: € 13.450,00.
Alle wanden vrij maken van beugels en toebehoren die niet thuishoren € 2.683,53
incl. huur hoogwerker + transport
4.4.19.
HMG heeft aangevoerd dat het werkzaamheden van geringe aard betreft die het gevorderde bedrag nooit kunnen rechtvaardigen. In het inspectierapport en het opleverrapport einde huur is deze post niet opgenomen. Het had op de weg van Prologis gelegen om haar vordering nader te onderbouwen met een factuur en opgave van de werkzaamheden. Nu Prologis dat niet gedaan heeft zal de vordering worden afgewezen.
Projectmanager € 8.327,83
Voorman/projectcoördinator € 11.746,61
4.4.20.
HMG heeft aangegeven dat er geen grondslag is voor deze vordering en deze kosten nodeloos gemaakt zijn omdat alle opleverwerkzaamheden door HMG zijn verricht. Zoals hierboven is overwogen is dit laatste onjuist. In ieder geval een gedeelte van de opleverpunten is door HMG niet (goed) uitgevoerd. Prologis beroept zich ter zake op artikel 22.9 van de algemene bepalingen en stelt dat hier sprake is van aan de herstelwerkzaamheden verbonden kosten. Het had op de weg van Prologis gelegen om haar vordering nader te onderbouwen met een factuur en opgave van de verrichte werkzaamheden. Nu Prologis dat niet gedaan heeft is een inschatting van de aan het herstel van de gebreken aan HMG toerekenbare gedeelte van het gevorderde bedrag niet mogelijk. Prologis heeft aangevoerd dat zij er geen belang bij heeft om nodeloze kosten te maken, waaruit alleen al afgeleid kan worden dat deze redelijk en noodzakelijk zijn geweest. Dit kan echter niet zonder meer aangenomen worden omdat kosten ook – los van de kosten die voor rekening van HMG komen – gemaakt kunnen zijn in het kader van het door Prologis aan VDL op 1 juni 2024 opleveren van het gehuurde. De vordering zal worden afgewezen.
Onderhoud werktuigbouwkundige installaties door Van Dorp € 21.168,42
4.4.21.
HMG voert aan dat deze post pas later is toegevoegd. HMG heeft betwist dat het hier kosten betreft die voor haar rekening komen en voert aan dat een grondslag voor het aan HMG doorberekenen van deze kosten ontbreekt. Prologis stelt dat deze post onderhoud aan installaties betreft waarvan volgens de demarcatielijst het onderhoud voor rekening van huurder is. Prologis stelt op, onder meer, 2 februari 2023, 23 februari 2023 en 28 april 2023 om onderhouds- en keuringsrapportages te hebben verzocht maar nooit iets te hebben ontvangen, omdat gebleken is dat HMG geen onderhoud heeft verricht. Nu HMG niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij het onderhoud waartoe zij op grond van de huurovereenkomst gehouden was heeft verricht, is Prologis gerechtigd om dit op kosten van HMG te laten verrichten. De vordering, die is onderbouwd met een factuur van Van Dorp Installaties B.V., kan worden toegewezen.
Bewijsaanbod
4.5.
Ter zitting heeft HMG nog een bewijsaanbod gedaan dat zij haar onderhoudsverplichtingen is nagekomen, alsmede dat Dutch Logistics het gehuurde ‘as is’ heeft overgenomen van Aktas Vastgoed en ‘as is’ aan HMG heeft verhuurd. Prologis heeft daartegen aangevoerd dat HMG het bewijs van het bestaan van gebreken bij aanvang huur en van het door haar tijdens de huurperiode verrichte onderhoud bij conclusie van antwoord al had kunnen en moeten aanleveren. Prologis heeft de afgelopen jaren meerdere malen het standpunt naar voren gebracht dat er door HMG geen onderhoud gepleegd is en HMG gevraagd om onderhoudsrapportages. Daarop is nooit iets van HMG ontvangen. Prologis wijst erop dat voor einde huur tweemaal een zorgvuldige procedure is gevolgd: er is een voorinspectie gedaan tegen het einde van de overeengekomen huurperiode en nogmaals tegen het einde van de periode waarin HMG het pand onrechtmatig onder zich had gehouden. Op de bevindingen daarvan is volgens Prologis nooit inhoudelijk door HMG gereageerd. HMG heeft voldoende tijd gehad om haar stellingen te onderbouwen. Het bewijsaanbod dient als te laat te worden gepasseerd. Prologis kan hierin worden gevolgd, en HMG zal niet toegelaten worden tot bewijslevering. Zoals eerder overwogen, wordt het opleverrapport aanvang huur tot uitgangspunt genomen.
Causaliteit
4.6.
HMG heeft voorts aangevoerd dat, voor zover vast zou staan dat door haar geen of onvoldoende onderhoud is gepleegd, Prologis niet aangetoond heeft dat als gevolg daarvan sprake is van gebreken en/of schade. Voor zover op grond van de demarcatielijst verhuurder gehouden is tot herstel of vernieuwing, kan HMG als huurder daar niet voor opdraaien. Een deel van de gevorderde bedragen betreft het verrichten van (achterstallig) onderhoud en keuringen, die volgens de demarcatielijst voor rekening van huurder komen. Waar de vordering tevens schade als gevolg van het niet verrichten van dit onderhoud betreft, is dat hierboven bij de desbetreffende post beoordeeld.
Niet betwiste bedragen
4.7.
Niet weersproken is dat een deel van de herstelkosten ten bedrage van € 30.929,74 niet door HMG is betwist. Dit bedrag zal dan ook worden toegewezen.
Conclusie
4.8.
Gelet op het voorgaande zal met betrekking tot de gevorderde herstelkosten een totaalbedrag van € 228.249,88 worden toegewezen. De daarover vanaf 1 januari 2025, zijnde 14 dagen na de sommatie van 17 december 2024, gevorderde wettelijke rente zal ook worden toegewezen.
(b) Gederfde huurinkomsten
4.9.
Niet in geschil is dat Prologis aanspraak heeft op gederfde huurinkomsten over de periode 1 november 2023 tot 13 mei 2024. Dat HMG het door Prologis op 24 juni 2024 gedane aanbod heeft aanvaard is door Prologis gemotiveerd weersproken. Dit aanbod is gedaan onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat betaling van het bedrag van € 108.972,45 binnen 14 dagen zou plaatsvinden, hetgeen niet is gebeurd. HMG heeft pas op 15 juli 2024, na afloop van de door Prologis gestelde termijn, aangegeven akkoord te zijn met het bedrag, en ter zake een beroep op verrekening gedaan. Prologis heeft HMG er op 23 juli 2024 op gewezen dat HMG niet aan de door Prologis gestelde voorwaarden heeft voldaan hetgeen betekent dat dit voorstel is komen te vervallen. Daarbij heeft Prologis opgemerkt dat het recht op verrekening in artikel 23.1 van de algemene voorwaarden is uitgesloten. Het aanbod dat een termijn voor de aanvaarding inhoudt vervalt door het verstrijken van die termijn. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat ter zake geen overeenstemming tot stand is gekomen.
4.10.
Artikel 7:225 BW Pro brengt mee dat Prologis over de periode na het einde van de huur vergoeding van de huurprijs kan vorderen van HMG, onverminderd het recht om, als de schade meer dan deze vergoeding betreft, het meerdere te vorderen. Vaststaat dat Prologis het complex met inbegrip van het gehuurde met ingang van 1 november 2023 heeft verhuurd aan VDL tegen een hogere huurprijs dan HMG voor het gehuurde betaalde. Tussen partijen bestaat geen discussie over het feit dat hoewel door het vertrek van Enjoy Company een gedeelte van het complex was vrijgekomen, dit niet meebracht dat VDL dat gedeelte alvast in gebruik kon nemen. Prologis heeft dan ook aanspraak op dit meerdere.
4.11.
Door HMG is – subsidiair – geen verweer gevoerd tegen de stellingen van Prologis dat als gevolg van de nodige herstelwerkzaamheden het gehuurde pas op 1 juni 2024 aan VDL opgeleverd kon worden en dat artikel 22.10 van de algemene bepalingen meebrengt dat ook over de periode vanaf einde huur tot aan deze datum de vergoeding als bedoeld in artikel 7:225 BW Pro verschuldigd is.
4.12.
Nu voorts de door Prologis op basis van het voorgaande gemaakte berekening van haar schade niet is betwist, zal het gevorderde bedrag van € 104.677,69, te vermeerderen met btw, worden toegewezen. De daarover vanaf 1 januari 2025, zijnde 14 dagen na de sommatie van 17 december 2024, gevorderde wettelijke rente zal dan ook kunnen worden toegewezen.
(c) Buitengerechtelijke incassokosten
4.13.
Prologis vordert vergoeding van buitengerechtelijke kosten, die volgens Prologis op grond van artikel 28.1 van de algemene bepalingen bij voorbaat zijn gesteld op € 25.000,00.
4.14.
HMG betwist dat deze kosten zijn gemaakt en dat, voor zover daarvan wel sprake zou zijn, aansluiting gezocht dient te worden bij de ‘staffel buitengerechtelijke kosten’. Het bedrag van € 25.000,00 kan de dubbele redelijkheidstoets niet doorstaan en een beroep op artikel 28.1 is in strijd met de redelijkheid en billijkheid, aldus HMG.
4.15.
Redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte komen als vermogensschade voor vergoeding in aanmerking. Voor handelstransacties kan afgeweken worden van de door HMG genoemde staffel uit het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). In artikel 28.1 van de algemene bepalingen zijn partijen overeengekomen dat “
15% over de hoofdsom met een maximum van € 25.000” als redelijk geldt.
4.16.
Op grond van artikel 242 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering (Rv) kan de kantonrechter bedragen die tussen partijen zijn overeengekomen ter vergoeding van buitengerechtelijke kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 onder Pro c BW ambtshalve matigen tot een, gelet op alle omstandigheden van het geval, redelijke schadeloosstelling. De vordering van Prologis ziet op zulke kosten en het is voldoende aannemelijk gemaakt dat de gemachtigde van Prologis werkzaamheden heeft verricht om voldoening buiten rechte te verkrijgen. De kantonrechter ziet, gelet op de omstandigheden van het geval, wel aanleiding om het bedrag te matigen tot het bedrag dat volgens het Besluit zou worden begroot. Het had op de weg van Prologis gelegen om, na de gemotiveerde betwisting door HMG, enig inzicht te verschaffen in wat de in dit kader voor haar rekening verrichte werkzaamheden zijn geweest en daarbij aannemelijk te maken dat de werkelijke kosten daarvan hoger zijn dan het redelijk te achten bedrag overeenkomstig de wettelijke staffel zoals vermeld in artikel 2 van Pro het Besluit, waaraan een maximum van € 6.775,00 is gesteld is. Prologis heeft haar vordering op geen enkele wijze onderbouwd en volstaan met een verwijzing naar de contractuele grondslag. Mede gezien de hoogte van het bedrag dat in deze procedure wordt toegewezen, zal een bedrag van € 6.775,00 als redelijke vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. Dat sprake is van strijd met de redelijkheid en billijkheid is door HMG niet onderbouwd.
4.17.
De vanaf de datum dagvaarding gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen.
Proceskosten
4.18.
HMG is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Prologis worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
119,40
- griffierecht
1.461,00
- salaris gemachtigde
2.712,00
(2 punten × € 1.356,00)
- nakosten
72,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
4.364,40
4.19.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt HMG tot betaling aan Prologis van een bedrag van € 228.249,88 aan herstelkosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 1 januari 2025 tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt HMG tot betaling aan Prologis van een bedrag van € 104.677,69 aan gederfde huurinkomsten, te vermeerderen met de btw en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 1 januari 2025 tot de dag van volledige betaling,
5.3.
veroordeelt HMG om aan Prologis te betalen een bedrag van € 6.775,00 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,
5.4.
veroordeelt HMG in de proceskosten van € 4.364,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als HMG niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.5.
veroordeelt HMG tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.6.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.P. Ploeger, kantonrechter, en in het bijzijn van de griffier in het openbaar uitgesproken op 14 april 2026.
60940

Voetnoten

1.Punten 6, 8, 9, 14, 19, 23, 30, 31, 34, 40, 41, 47, 48, 51, 57, 59, 64, 65, 66, 68, 76, 78, 81, 82 en 85.
2.Punten 2, 3, 11, 14, 23, 27, 28, 40, 44, 45, 57, 61, 62, 74, 76, 77, 78 en 79.