ECLI:NL:RBAMS:2026:3710
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering VOG taxichauffeur wegens verkeersovertredingen
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) voor een chauffeurskaart, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen vanwege meerdere verkeersovertredingen binnen de terugkijktermijn.
Verzoeker verzocht om een voorlopige voorziening omdat hij zijn werkzaamheden als taxichauffeur niet kan verrichten en daardoor geen inkomen heeft, met dreigend faillissement als gevolg. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat er geen sprake is van een acute financiële noodsituatie en dat verzoeker onvoldoende heeft onderbouwd dat hij geen ander werk kan vinden of dat zijn vaste lasten en vermogen zodanig zijn dat spoedeisend belang bestaat.
Daarnaast is het besluit niet evident onrechtmatig. Hoewel verzoeker is vrijgesproken van het meest recente strafbare feit, blijven andere strafbare feiten binnen de terugkijktermijn relevant. De staatssecretaris moet in de bezwaarprocedure beoordelen welke invloed de vrijspraak heeft op de VOG-aanvraag.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en benadrukt dat deze uitspraak een voorlopig karakter heeft en niet bindend is voor een eventueel bodemgeding.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van de VOG wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en geen evident onrechtmatig besluit.