Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Inleiding
(hierna: [medeverdachte 1] )aangehouden vanwege een verdenking op grond van de Opiumwet. Bij het uitlezen van zijn telefoon in het kader van die verdenking zijn afbeeldingen aangetroffen met daarop advertenties waarin Covid-19 vaccinatieregistraties te koop werden aangeboden. De resultaten van het onderzoek naar de telefoon van [medeverdachte 1] hebben naar [medeverdachte 2] (
hierna: [medeverdachte 2]), [medeverdachte 3] (
hierna: [medeverdachte 3]) en uiteindelijk ook naar [medeverdachte 4] (
hierna: [medeverdachte 4]) geleid.
hierna: [medeverdachte 5]) en [verdachte] (
hierna: [verdachte]). [verdachte] is de partner van [medeverdachte 3] . [medeverdachte 1] was destijds de partner van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] is de broer van [medeverdachte 4] . Met de vaccinatiebewijzen en negatieve testbewijzen kon een coronatoegangsbewijs worden verkregen. Middels de QR-code op dit bewijs werd toegang mogelijk tot horeacagelegenheden, evenementen, bioscopen en theaters. Een dergelijke QR-code was in een bepaalde periode gedurende de coronapandemie verplicht om naar het buitenland te mogen reizen.
3.Tenlastelegging
(feit 1)en het valselijk laten opmaken van Covid-19 testbewijzen
(feit 2).
4.Waardering van het bewijs
feit 1) en valse negatieve Covid-19 testresultaten (
feit 2) heeft opgemaakt. De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen het volgende vast. [3]
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
9.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
200 (tweehonderd) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van
100 (honderd) dagen.
niet-ontvankelijkin zijn vordering.