Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.De procedure
mr. Geradts. Namens ABN zijn verschenen [naam 1] ( [functie] ) en [naam 2] (jurist in dienst van ABN) met mr. Wijnstekers en mr. Van Engelenburg. [eiser] heeft de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding toegelicht aan de hand van een pleitnota. ABN heeft verweer gevoerd, mede aan de hand van een vooraf ingediende conclusie van antwoord en een pleitnota. Beide partijen hebben producties ingediend.Vonnis is bepaald op vandaag.
2.De feiten
3.Het geschil
[eiser] heeft de door ABN gevraagde informatie steeds verstrekt. Hij heeft zelfs nog aangekondigd het een en ander aan te vullen. Dat hij een box 3-verdeling (CSV-bestand) is vergeten toe te zenden, heeft ermee te maken dat hij sinds november 2025 in een depressie verkeert. ABN heeft hem daar ook niet meer aan herinnerd. ABN pleegt wanprestatie nu zij [eiser] de toegang tot de rekeningen ontzegt.
4.De beoordeling
€ 180.000,00 aan contant geld en cryptovaluta is aangetroffen en de burgemeester van Utrecht heeft het bedrijfspand van [eiser] voor een periode van twaalf maanden gesloten. ABN heeft [eiser] met deze omstandigheden geconfronteerd en hem vervolgens verzocht om informatie te verschaffen over onder meer de verdenking en de herkomst van de in beslag genomen middelen. ABN heeft bij het uitblijven van een reactie haar verzoeken herhaald bij brieven van 19 september 2025 en 6 oktober 2025. Steeds heeft zij daarbij gewaarschuwd: als [eiser] de vragen niet beantwoordt kan de bank de relatie beëindigen. Per e-mail van 7 oktober 2025 bevestigde [eiser] enkel dat de verdenking witwassen betrof en stuurde hij ABN zijn aangifte inkomstenbelasting toe. Op de overige gestelde vragen antwoordde hij dat hij geen inhoudelijke mededelingen kon verstrekken omdat de strafzaak nog liep. [eiser] liet na om ABN in staat te stellen de herkomst en het doel van de transacties vast te stellen, zo ook met betrekking tot de € 143.500,95 aan stortingen afkomstig van cryptoplatform Coinbase. ABN ontving in dat verband uiteindelijk slechts een niet-controleerbare uitsplitsing van ontvangsten van omzet in kas en bank en een leeg CSV-bestand (waarin cryptoverschrijvingen inzichtelijk en herleidbaar zouden moeten zijn). [eiser] heeft gezegd een ingevuld CSV-bestand te zullen nasturen, maar heeft dit nagelaten. Nu [eiser] bij de bestaande verdenking niet de vereiste informatie heeft verstrekt (zoals in artikel 3 Wwft Pro is bepaald), was ABN op grond van artikel 5 lid 3 Wwft Pro verplicht om tot opzegging over te gaan.