6.3.Oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen
geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals
daarvan ter terechtzitting is gebleken.
De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de
vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging van zijn echtgenote en dochter. Dit rekent de rechtbank verdachte aan, nu zijn echtgenote zich juist in een relatie veilig en geborgen zou moeten voelen. Daar komt bij dat de bedreiging heeft plaatsgevonden in hun eigen woning, een plek waar zijn echtgenote en dochter zich juist veilig zouden moeten voelen. Daarnaast heeft verdachte zijn voormalig werkgever en een beveiliger, werkzaam bij datzelfde bedrijf, bedreigd. Het handelen van verdachte getuigt van een gebrek aan respect voor de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers en hij heeft hun vrees aangejaagd. Tot slot heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan vernieling van een deurbel. Verdachte heeft hiermee blijk gegeven van een gebrek van respect voor de eigendommen van een ander.
De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad)
van verdachte van 26 november 2025, waaruit blijkt dat verdachte eerder meermaals is veroordeeld voor soortgelijke feiten.
De rechtbank heeft daarnaast kennisgenomen van het rapport van GGZ Reclassering Inforsa van 9 maart 2026, opgemaakt door [reclasseringswerker] . Dit rapport houdt – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende in.
Verdachte heeft een uitgebreid justitieel verleden, dat met name bestaat uit vermogensdelicten en agressie- en geweldsgerelateerde delicten. Omdat verdachte ontkent, kan er geen verband worden gelegd tussen criminogene factoren en het ten laste gelegde. Wel kan gesproken worden van problemen op verschillende leefgebieden, die het risico op delictgedrag kunnen verhogen.
Er is in ieder geval sprake van alcohol- en mogelijk ook van cocaïnegebruik. Uit eerdere reclasseringsrapportages blijkt dat verdachte geneigd is om (middelen)problematiek te bagatelliseren of te externaliseren. Verdachte lijkt tot het inzicht te zijn gekomen dat zijn middelengebruik leidt tot problematisch gedrag en hij staat derhalve open voor een langdurige klinische behandeling. Indien verdachte geen klinische behandeling
ondergaat, schat de reclassering in dat er een ernstig risico bestaat voor de veiligheid van personen zowel binnen als buiten de huiselijke sfeer.
Hoewel verdachte een nieuwe relatie heeft, recent gehuwd is en beschikt over werk en een woning, na een periode dakloos te zijn geweest, blijkt dit bij bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten onvoldoende beschermend te hebben gewerkt tegen recidive.
Verdachte is aangemeld bij de Forensisch Ambulante Zorg (FAZ) van Inforsa en heeft in dat kader een intakegesprek gehad. De behandeling was echter nog in de opstartfase op het moment dat verdachte gedetineerd raakte waardoor het recidiverisico als onverminderd hoog wordt ingeschat.
Er is vaker, middels bijzondere voorwaarden, geprobeerd betrokkene ambulant te behandelen. Dit heeft echter niet geleid tot gedragsverandering en afname van het recidive- en/of gevarenrisico vanwege ofwel een onvoldoende meewerkende houding ofwel voortijdige beëindiging van de behandeling wegens recidive. Daarom acht de reclassering een langdurige klinische opname met als doel diagnostiek en behandeling geïndiceerd om meer zicht te krijgen op het middelengebruik en het psychosociaal functioneren van betrokkene. Tegelijkertijd twijfelt de reclassering over de haalbaarheid daarvan, aangezien verdachte ontkennend is, beperkt openheid lijkt te geven over zijn middelengebruik, beperkt probleeminzicht heeft en hij bang is zijn woning en baan te verliezen door een lange detentie of klinische opname.
De reclassering adviseert bij een veroordeling een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen en daarbij de volgende bijzondere voorwaarden te stellen: meldplicht bij de reclassering, opname in een zorginstelling, ambulante behandeling, contactverbod (ten aanzien van [persoon 1] en [aangever] ) en beheersing middelengebruik. Daarbij wordt geadviseerd deze voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren.
De deskundige, [reclasseringswerker] , heeft voornoemd advies op de terechtzitting bevestigd en daarbij verzocht om naast de eerder genoemde bijzondere voorwaarden ook de volgende bijzondere voorwaarden op te leggen: locatieverbod (ten aanzien van de woning van [persoon 1] ) en een alcohol- en drugsverbod.
Straf
Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de
straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. In vergelijkbare zaken wordt, omdat
de ernst van de feiten en de gevolgen daarvan voor de slachtoffers vanuit het oogpunt van
vergelding en normbevestiging dat rechtvaardigen, doorgaans een onvoorwaardelijke
gevangenisstraf opgelegd.
De rechtbank heeft in strafverzwarende zin rekening gehouden met het feit dat er sprake is
van veelvuldige recidive. Naar het oordeel van de rechtbank is er ten aanzien van de bedreigingen sprake van een zorgwekkend patroon. De rechtbank acht een flinke stok achter de deur noodzakelijk, zodat verdachte zich houdt aan de bijzondere voorwaarden en in de toekomst niet nog eens in de fout zal gaan.
De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden aanleiding bestaat om bij de straftoemeting af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd.
Alles afwegend vindt de rechtbank dat een gevangenisstraf moet worden opgelegd van negen maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.
Aan het voorwaardelijk strafdeel worden de door de reclassering geadviseerde bijzondere
voorwaarden verbonden, met uitzondering van het locatieverbod en de middelencontrole. De rechtbank acht het locatieverbod, gelet op het ernst van het feit en het tijdsverloop niet proportioneel. De aparte bijzondere voorwaarde middelencontrole is niet nodig, nu deze middelencontrole al bij de voorwaarde van het alcohol- en drugsverbod wordt voorgeschreven.
Dadelijke uitvoerbaarheid bijzondere voorwaarden
De rechtbank zal verder bepalen dat de bijzondere voorwaarden en het uit te oefenen
toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn, nu ernstig rekening moet worden gehouden met de
mogelijkheid dat verdachte — zonder de juiste behandeling en begeleiding — opnieuw een
strafbaar feit zal plegen dat is gericht tegen, of gevaar oplevert, voor de onaantastbaarheid
van liet lichaam van een of meer personen.