Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
bijlage IIacht de rechtbank bewezen dat verdachte het in zaak A onder 1 tenlastegelegde feit heeft gepleegd. Gelet op de standpunten van de officier van justitie en van de verdediging behoeft dit oordeel geen nadere motivering.
Ik schiet iedereen van [bedrijf] dood”. Hij herkende deze man als de ex van oud collega [persoon 2] . De man had een aantal maanden geleden ook bedreigingen geuit naar een collega en een medewerker van het hotel.
Kut bedrijf, kut [aangever] , ik ga [aangever] neersteken”. De man verklaarde dat hij [verdachte] heette en de ex van [persoon 2] was. Later zei de man: ´
Ik ga [aangever] neersteken en zeg tegen [aangever] dat hij [persoon 2] weer moet aannemen, anders ga ik hem neersteken”. Toen [getuige 2] aangaf dat hij daar niks mee te maken had en dat hij [aangever] zelf moest bellen, zei de man: ´
Ik geef jou 10.000 euro, geef mij nu zijn nummer’. Hij heeft hierna [aangever] gebeld, waarna [aangever] aangifte heeft gedaan. Later is door getuige [getuige 2] bevestigd dat dit op 12 mei 2025 heeft plaatsgevonden.. Ter onderbouwing heeft hij een whatsapp-bericht van 12 mei 2025 naar de politie toegestuurd waarin hij [aangever] heeft bericht dat een man hem de groeten deed en dat hij [persoon 2] weer moest aannemen.
“ik schiet iedereen van [bedrijf] dood”. Daarnaast acht de rechtbank bewezen dat verdachte [aangever] heeft bedreigd door tegen [getuige 2] te zeggen: “
Ik ga [aangever] neersteken”en “
Ik geef jou 10.000 euro, geef mij nu zijn nummer”. De rechtbank is van oordeel dat het hier gaat om woorden van een gelijke aard en strekking als de bewoordingen die tenlaste zijn gelegd. Het is niet nodig dat de uitlatingen woordelijk overeenstemmen met hetgeen is tenlastegelegd. Dat de aangifte van [aangever] in belangrijke mate overeenkomt met de taakrapportage is logisch, nu de bedreigingen niet rechtstreeks aan [aangever] zijn geuit, maar hij deze heeft gehoord van zijn collega’s. De rechtbank zal verdachte van het overige partieel vrijspreken.
bijlage IIvervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:
5.De strafbaarheid van de feiten en van verdachte
6.Motivering van de straf
7.Beslag
8.Vordering van de benadeelde partij [aangever]
9.De vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling 23/001569-24
10.De vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling 13/308611-24
11.De vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling 23/001939-24
12.Toepasselijke wettelijke voorschriften
13.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvoor de duur van
9 (negen) maanden.
6 (zes) maanden, van deze gevangenisstraf niet
2 (twee) jarenvast.
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht. bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht.