Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheidNIJSSEN JUNIOR B.V.,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
EJAKRO BEHEER B.V,
3.
[eiser 3],
BLISS FZE,
1.De procedure
Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht.
Bij de mondelinge behandeling waren aanwezig:
In verband met de spoedeisendheid is op 31 maart 2026 een zogenoemd ‘kopstaartvonnis’ gewezen. Het onderstaande vormt hiervan de uitwerking die op 14 april 2026 aan partijen is verstrekt.
2.De feiten
primaireen verklaring voor recht dat Nijssen c.s. onrechtmatig heeft gehandeld.
Subsidiairvordert Bliss een verklaring voor recht dat Nijssen wanprestatie heeft gepleegd jegens Bliss en dat Ejakro en [eiser 3] hiervan een ernstig verwijt treft. Bliss neemt in de dagvaarding het standpunt in dat zij op enig moment ontdekte dat Nijssen meer in rekening bracht dan de afgesproken commissie van 15%. Blijkens een nadien door Bliss ingediende akte eisvermeerdering vordert zij tevens betaling van een schadevergoeding van € 3.913.911,92. Bij die akte eisvermeerdering heeft Bliss aanvullende producties in het geding gebracht, waaronder een rapport/opinion paper dat in opdracht van Bliss is opgesteld door financieel advies-& consultancybureau Beekman & Verbeek B.V. In dit rapport is de schade van Bliss als gevolg van de ‘overfacturering’ becijferd op het genoemde bedrag van € 3.913.911,92.
Supreme Courtvan Dubai. Op 26 februari 2026 is dit cassatieberoep verworpen.
22. Daarbij komt dat Bliss gedurende de gehele samenwerking alle facturen van Nijssen heeft betaald, behoudens de facturen die zij heeft opgeschort nadat bleek dat sprake was van stelselmatige overfacturering. Deze niet-betaalde facturen (waarvan de incasso in Dubai nu plaatsvindt) dienen op dezelfde wijze te worden gecorrigeerd, omdat dezelfde
30. Nu Nijssen de uitspraak van de rechter in Dubai ten uitvoer legt, leidt dit ertoe dat Nijssen zich - ten koste van Bliss - nog verder verrijkt. Dit schaadt de verhaalspositie van Bliss ernstig en onherstelbaar. Conservatoir beslag is daarom noodzakelijk om te voorkomen dat Nijssen een executie-voordeel behaalt voordat de Nederlandse rechter zich over de vorderingen van Btiss heeft kunnen uitlaten.
3.Het geschil
I. om de door haar gelegde conservatoire (derden)beslagen, waaronder in het bijzonder de beslagen onder de diverse banken ten laste van Nijssen, Ejakro en [eiser 3] , binnen twee dagen na betekening van dit vonnis volledig op te heffen, althans een zodanige voorziening te treffen als de voorzieningenrechter in goede justitie vermeent te behoren, op straffe van een dwangsom van € 100.000,- per dag of gedeelte daarvan dat Bliss in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen, met een maximum van € 5.000.000,-, althans een
4.De beoordeling
omdat(in haar visie) sprake was van overfacturering. Dit blijkt in ieder geval uit het beslagrekest van Bliss waarin staat: “
Daarbij komt dat Bliss gedurende de gehele samenwerking alle facturen van Nijssen heeft betaald, behoudens de facturen die zij heeft opgeschort nadat bleek dat sprake was van stelselmatige overfacturering” (zie 2.8 van dit vonnis). Dat Bliss in de procedure in Dubai, waar zij werd bijgestaan door een advocaat, geen melding zou hebben gemaakt van de overfacturering, nota bene
dereden om de facturen niet te betalen (dan wel op te schorten), is moeilijk voor te stellen. Dat Bliss de claim ten aanzien van de overfacturering niet heeft doen gelden (“
No substantive claim was asserted on behalf of the Clients”, aldus de schriftelijke verklaring van de advocaat van Bliss in Dubai) betekent niet zonder meer dat die claim niet ter sprake is gekomen bij wijze van verweer tegen de vordering van Nijssen tot betaling van de facturen. Dit zou ook kunnen volgen uit het feit dat het rapport van de deskundige waarin de schade van Bliss is begroot op € 3.913.911,92 in de hogerberoepsprocedure in Dubai in het geding is gebracht, zoals de advocaat van Bliss op de mondelinge behandeling van dit kort geding heeft erkend na raadpleging van de advocaat in Dubai. Al met al zijn er aanwijzingen dat de overfacturering door de rechter in Dubai is meegewogen in zijn oordeel. Dit zou kunnen betekenen dat de vordering met betrekking tot de overfacturering niet (opnieuw) bij de rechter in Nederland kan worden ingediend, waardoor die vordering mogelijk summierlijk ondeugdelijk is in de zin van artikel 705 lid 2 Rv Pro. Dat de voorzieningenrechter hierover in dit kort geding (dat zich niet leent voor een nader onderzoek naar de feiten) geen definitief uitsluitsel kan geven, is niet doorslaggevend, nu het beslag op grond van een belangenafweging (zie hieronder) zal worden opgeheven.
5.De beslissing
5.3. veroordeelt Bliss tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,