Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3633

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
17 maart 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
11834718 \ CV EXPL 25-11044
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:74 BWArt. 6:193c BWArt. 6:193d BWArt. 6:228 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid vordering terugbetaling geannuleerd vliegticket wegens verkeerde gedaagde

Eiser kocht via Expedia.nl een vliegticket voor een vlucht uitgevoerd door Scandinavian Airlines (SAS). Na een acute ziekenhuisopname van een familielid annuleerde eiser de vlucht via Expedia en ontving een voucher ter waarde van het ticketbedrag. Omdat zij de voucher niet kon gebruiken, verzocht zij Expedia om terugbetaling. Expedia diende een verzoek in bij SAS, die slechts de belasting op het ticket terugbetaalde.

Eiser stelde dat Expedia onjuiste informatie had verstrekt over volledige terugbetaling bij annulering en vorderde vergoeding van het resterende bedrag. Expedia voerde verweer dat zij slechts als bemiddelaar optrad en dat het restitutiegeschil zich tussen eiser en SAS afspeelt. Tevens stelde Expedia dat eiser de verkeerde rechtspersoon had gedagvaard, namelijk Expedia.nl B.V. in plaats van Expedia, Inc.

De rechtbank oordeelde dat eiser niet-ontvankelijk is omdat zij de verkeerde partij heeft gedagvaard. Daarnaast is het geschil over restitutie niet binnen de bemiddelingsovereenkomst met Expedia, Inc. te plaatsen, maar betreft het een rechtsverhouding tussen eiser en SAS. Expedia heeft haar verplichtingen als bemiddelaar nagekomen en geen onjuiste informatie verstrekt. Eiser moet zich tot SAS wenden voor haar klachten. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat zij de verkeerde partij heeft gedagvaard en het restitutiegeschil zich afspeelt tussen eiser en de luchtvaartmaatschappij.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11834718 \ CV EXPL 25-11044
Vonnis van 17 maart 2026
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
EXPEDIA.NL B.V.,
te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Expedia,
gemachtigde: mr. R.E. van Schaik.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 20 juni 2025, met producties
- de conclusie van antwoord, met producties
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eiser] heeft op 21 juni 2024 via www.expedia.nl een vliegticket gekocht voor een vlucht [vlucht] op 11 juli 2024, voor een bedrag van € 3.036,80. De vlucht zou worden uitgevoerd door Scandinavian Airlines (SAS). De kosten van het ticket heeft [eiser] betaald aan SAS.
2.2.
Op 6 juli 2024 werd de overgrootmoeder van [eiser] acuut opgenomen op de intensive care. [eiser] heeft diezelfde dag de vlucht geannuleerd via het annuleringssysteem op de website van Expedia. Naar aanleiding hiervan ontving [eiser] van Expedia een voucher ter waarde van het aankoopbedrag van het vliegticket. De voucher was te gebruiken tot 6 juli 2025.
2.3.
Omdat [eiser] geen mogelijkheid vond om binnen de geldigheidsduur van de voucher te reizen, heeft zij contact gezocht met de klantenservice van Expedia. Op 19 maart 2025 heeft Expedia aangegeven een terugbetalingsverzoek in te dienen bij SAS. Op 24 maart 2025 heeft SAS de belasting op het vliegticket, een bedrag van € 128,94, terugbetaald aan [eiser] .

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert - samengevat – een verklaring voor recht dat Expedia aansprakelijk is voor de door haar geleden schade en een veroordeling van Expedia tot betaling van een bedrag van € 2.2.907,86 dan wel tot het beschikbaar stellen van een voucher.
3.2.
[eiser] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Door medewerkers van Expedia is aan [eiser] meegedeeld dat bij telefonische annulering het volledige ticketbedrag zou zijn terugbetaald. Door deze informatie niet mee te delen heeft [eiser] niet de keuze kunnen maken die voor haar het meest gunstig zou zijn, namelijk volledige terugbetaling in plaats van een voucher. Vervolgens heeft zij slechts een deel van het ticket terugbetaald gekregen van SAS. Daarmee is haar de mogelijkheid ontnomen om alsnog een andere vlucht te boeken. Expedia had haar dit mee moeten delen. Doordat Expedia onjuiste en onvolledige informatie heeft verstrekt, is sprake van een oneerlijke handelspraktijk (artikel 6:193 c en 193d BW), dan wel van dwaling (artikel 6:228 BW Pro), dan wel van een tekortkoming (artikel 6:74 BW Pro). [eiser] heeft schade geleden die Expedia moet vergoeden.
3.3.
Expedia voert verweer. Expedia voert aan dat [eiser] zich dient te wenden tot SAS, omdat Expedia alleen heeft bemiddeld bij het tot stand komen van de reisovereenkomst tussen [eiser] en SAS. Verder stelt Expedia dat [eiser] zich tot de verkeerde entiteit richt: de bemiddelingsovereenkomst is gesloten met Expedia, Inc. en niet met Expedia.nl B.V. Inhoudelijk voert Expedia aan dat er geen sprake is van een oneerlijke handelspraktijk, dwaling of wanprestatie aangezien geen onjuiste of misleidende informatie is gegeven. Expedia concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Het meest verstrekkende verweer van Expedia ziet erop dat [eiser] de verkeerde partij heeft gedagvaard. Daarom zal dit verweer eerst worden besproken.
4.2.
Expedia heeft aangevoerd dat de bemiddelingsovereenkomst is gesloten met Expedia, Inc. en niet met Expedia.nl B.V. In dat verband heeft Expedia verwezen naar de Gebruiksvoorwaarden die op de overeenkomst van toepassing zijn en naar de website, waar vermeld staat dat Expedia, Inc. de website www.expedia.nl exploiteert. Expedia heeft gemotiveerd toegelicht dat beide entiteiten verschillende activiteiten verrichten en dat het twee separate rechtspersonen zijn. Naar het oordeel van de kantonrechter had [eiser] dan ook Expedia, Inc. moeten dagvaarden, omdat dat de rechtspersoon is waarmee zij de bemiddelingsovereenkomst heeft gesloten waarop zij haar vorderingen baseert. De stelling van [eiser] dat Expedia.nl B.V. onderdeel uitmaakt van de Expedia-groep en als verlengstuk optreedt van Expedia, Inc., is niet nader onderbouwd en wordt gemotiveerd betwist door Expedia. Dat beide entiteiten in concernverband met elkaar verbonden zijn, is op zichzelf ook niet voldoende om te kunnen concluderen dat [eiser] ook jegens Expedia.nl B.V. een mogelijke vordering heeft. Daar komt bij dat [eiser] wordt bijgestaan door een professionele gemachtigde van wie verwacht kan worden dat hij de registers van de Kamer van Koophandel raadpleegt, zodat de juiste rechtspersoon wordt gedagvaard. [eiser] zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vorderingen.
4.3.
Gelet op de uitgebreid gevoerde inhoudelijke discussie tussen partijen ziet de kantonrechter toch aanleiding om nog het volgende te overwegen.
4.4.
Van belang is dat hier sprake is van twee overeenkomsten: de bemiddelingsovereenkomst tussen [eiser] en Expedia, Inc. en de vervoersovereenkomst tussen [eiser] en SAS. Het onderhavige geschil draait om restitutie van een door [eiser] geannuleerd vliegticket. Terecht stelt Expedia dat dit geschil niet onder de reikwijdte van de bemiddelingsovereenkomst valt, maar dat dit zich afspeelt in de rechtsverhouding tussen [eiser] en SAS. Dat annuleren met volledige terugbetaling van de ticketprijs volgens de voorwaarden van SAS niet mogelijk bleek, is geen tekortkoming aan de zijde van Expedia.
4.5.
Expedia heeft gedaan wat zij op grond van de bemiddelingsovereenkomst heeft moeten doen, namelijk het op naam van [eiser] boeken van een vliegticket voor de vlucht [vlucht] . Onder bemiddelen valt ook het wijzen op belangrijke voorwaarden van de vervoerder SAS, zoals haar annuleringsvoorwaarden. Uit de overgelegde stukken waaruit het doorlopen bestelproces volgt en waarbij deze verwijzingen naar de annuleringsvoorwaarden duidelijk volgen, blijkt dat dit ook door Expedia is gedaan.
4.6.
Dat medewerkers van Expedia hebben gezegd dat bij telefonische annulering het volledige ticketbedrag terugbetaald zou worden, wordt betwist door Expedia. Maar zelfs als een dergelijke mededeling is gedaan is deze, zoals Expedia terecht aanvoert, hersteld door de mededeling van 19 maart 2025. Hierbij wordt immers door een medewerker van Expedia aangegeven
‘if the airline approves of your refund request’, een duidelijk voorbehoud dus. En in de bevestiging van de aanvraag voor terugbetaling maakt Expedia nogmaals het duidelijke voorbehoud dat een restitutieverzoek
‘solely at the airlines’discretion’is, en afhangt van de restitutieregeling van de vliegmaatschappij.
4.7.
Op basis van het doorlopen bestelproces en de nadien gedane mededelingen door Expedia wist of behoorde [eiser] te weten dat het door haar gekozen ticket mogelijk niet te annuleren was. Dat annuleren met volledige terugbetaling van de ticketprijs volgens de voorwaarden van SAS niet mogelijk bleek, is geen tekortkoming aan de zijde van Expedia. Ook is niet gebleken dat Expedia hierover onjuiste mededelingen heeft gedaan of informatie hierover achterwege heeft gelaten. Van een oneerlijke handelspraktijk, dwaling of een tekortkoming aan de zijde van Expedia is dan ook geen sprake. [eiser] zal zich met haar klachten moeten wenden tot SAS.
4.8.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Expedia worden begroot op:
- salaris gemachtigde
506,00
(2 punten × € 253,00)
- nakosten
126,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
632,50

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in haar vordering,
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 632,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.T. Beuving en in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier, mr. D.C. Vink.
57327