Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3604

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
8 april 2026
Publicatiedatum
10 april 2026
Zaaknummer
25/4336
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11.5 Wsf 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot terugbetaling van volledig afgeloste studieschuld wegens medische omstandigheden

Eiseres heeft een studieschuld van €8.322,86 opgebouwd en volledig afgelost binnen tien jaar. Tijdens haar studie werd bij haar de ernstige ziekte Systemische Lupus Erythematodes vastgesteld, wat leidde tot volledige blindheid en het voortijdig beëindigen van haar studie. Zij verzocht om kwijtschelding van haar schuld met terugwerkende kracht en terugbetaling van het reeds betaalde bedrag.

De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) wees dit verzoek af omdat er geen openstaande schuld meer was en kwijtschelding niet met terugwerkende kracht kan worden verleend. De rechtbank erkent de schrijnende situatie van eiseres, maar benadrukt dat de wet en het beleid geen ruimte bieden om een volledig afgeloste schuld terug te draaien. Ook een medisch onderzoek door verweerder is niet verplicht.

De rechtbank overweegt dat het verzoek neerkomt op het terugdraaien van een rechtsgeldige situatie, wat alleen kan bij een evident onjuiste eerdere beslissing, wat hier niet het geval is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek wegens niet tijdig beslissen op bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.

Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot terugbetaling van de volledig afgeloste studieschuld wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/4336

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 april 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO),verweerder
(gemachtigde: mr. H. Bouhuys).

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar verzoek om terugbetaling van de door haar al afbetaalde studieschuld ter hoogte van € 8.322,86.
Verweerder heeft dit verzoek met het primaire besluit van 4 april 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 18 juli 2025 is verweerder bij de afwijzing van het verzoek gebleven.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 februari 2026. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar broer, die tevens haar gemachtigde is. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Totstandkoming van het besluit

1. Eiseres ontving tot 31 januari 2011 studiefinanciering en bouwde daarbij een maximale studieschuld van € 8.322,86 op. Tijdens de studieperiode is bij eiseres de zeldzame auto-immuunziekte Systemische Lupus Erythematodes (SLE) vastgesteld, een ziekte die bij haar uiteindelijk heeft geleid tot volledige blindheid. Door deze medische aandoening was eiseres genoodzaakt haar studie te beëindigen, waarna zij ook haar studiefinanciering heeft gestopt. Vanaf 1 januari 2014 heeft eiseres haar studieschuld binnen een periode van tien jaar volledig afgelost. Gedurende de eerste jaren werd een bedrag zonder dat haar familie daarvan bewust was van haar rekening geïncasseerd. In de laatste jaren is meer afgelost dan strikt noodzakelijk was om de studieschuld vervroegd af te lossen. Op 27 maart 2025 is namens eiseres een verzoek ingediend om haar studieschuld met terugwerkende kracht kwijt te schelden vanwege haar medische omstandigheden, alsmede om terugbetaling van het bedrag dat zij reeds had afgelost.
2. Met het primaire besluit heeft verweerder het verzoek van eiseres afgewezen. Verweerder heeft toegelicht dat hij alleen een medisch onderzoek voor kwijtschelding instelt als er nog openstaande schulden zijn. Bij eiseres zijn geen openstaande schulden meer aanwezig, waardoor zij niet onder het kwijtscheldingsbeleid valt. Met het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiseres afgewezen. Een verzoek tot kwijtschelding gaat in op de eerste dag van de maand na de datum van de aanvraag tot kwijtschelding. Een dergelijk verzoek kan volgens verweerder niet met terugwerkende kracht worden ingediend. Omdat eiseres haar studieschuld al volledig heeft afgelost, komt zij niet in aanmerking voor kwijtschelding.
3. Ter zitting is door de broer van eiseres toegelicht dat eiseres zich in een moeilijke situatie bevindt. Daarnaast is naar voren gebracht dat haar moeder en broer nauw betrokken zijn bij haar situatie en inmiddels meebeslissen over keuzes die betrekking hebben op haar financiën. De broer van eiseres heeft aangegeven dat hij van mening is dat het terug te betalen bedrag voor eiseres van groot belang is voor haar toekomst. Dit speelt mede doordat het inkomen van het gezin de afgelopen jaren is teruggelopen.

Beoordeling door de rechtbank

4. Het kernargument van verweerder (de schuld is al afgelost) komt kil en koud over, ook bij de rechtbank. Eiseres lijdt aan een rotziekte met een dramatisch gevolg, haar blindheid. Dat is verschrikkelijk. Als de rechtbank daaraan iets zou kunnen doen, zou zij dat doen, maar dat kan zij niet. Ook verweerder kan dat niet, ook al zou hij het willen.
5. Eiseres verzoekt in dit geschil officieel via een kwijtscheldingsverzoek om terugbetaling van de door haar reeds afbetaalde studieschuld.
6. De rechtbank begrijpt dat eiseres graag de geschiedenis terug wil draaien voor zover dat kan, maar juist het feit dat die schuld al is afbetaald, maakt kwijtschelding ervan niet (meer) mogelijk.
7. Duidelijk is dat eiseres het bedrag van € 8.322,86 graag zou willen gebruiken voor haar toekomst. Tegelijk merkt de rechtbank op dat de ontvangst daarvan slechts tijdelijk verlichting zou bieden, terwijl bovendien het chronische karakter van haar aandoening juist wijst op een noodzaak van langdurige hulp. Daarom heeft de rechtbank tijdens de zitting met de broer van eiseres ook gesproken over andere vormen van ondersteuning, niet via DUO, maar bijvoorbeeld via de gemeente.
8. Verweerder heeft ook nog gewezen op bijzondere wetsbepalingen zoals de hardheidsclausule, neergelegd in artikel 11.5 van de Wsf 2000. Verweerder kan in bijzondere gevallen de terugbetalingsverplichting buiten toepassing laten of hiervan afwijken, voor zover de toepassing ervan, gezien het belang dat de wet beoogt te beschermen, zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Het beleid van verweerder biedt geen mogelijkheid tot kwijtschelding met terugwerkende kracht, en dat past in het wettelijk systeem zoals dat hiervoor is weergegeven. Tijdens de zitting heeft de gemachtigde van verweerder bovendien aangegeven dat zij geen kennis heeft van eerdere vergelijkbare verzoeken die zijn toegekend. De rechtbank ziet ook geen reden om daaraan te twijfelen.
9. Eiseres verzoekt in feite om een situatie die in rechte is komen vast te staan (de aflossing van haar studieschuld) terug te draaien. Zoals tijdens de zitting met partijen is besproken, heeft de Centrale Raad van Beroep (de hogerberoepsrechter in zaken als deze) in socialezekerheidsrechtszaken geoordeeld dat in een dergelijk geval, slechts sprake kan zijn van een juridische verplichting om die eerdere beslissing terug te draaien als die eerdere beslissing evident (overduidelijk) onjuist was.
10. Naar het oordeel van de rechtbank is in dit geval daarvan geen sprake. Eiseres heeft een studieschuld opgebouwd die zij in principe diende terug te betalen en die zij ook heeft terugbetaald. Dat zij dat niet gedaan zou hebben als zij toen wist van haar ziekte, hangt samen met een wetenschap van nu van eiseres, en niet met de situatie destijds.
11. Een (nader) medisch onderzoek aan de zijde van verweerder kan daarin ook niets veranderen. Verweerder hoefde daar dan ook niet toe over te gaan.
12. Verweerder was en is dan ook niet verplicht om het verzoek van eiseres in te willigen.
13. Eiseres heeft verder aangevoerd dat verweerder niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar. De rechtbank overweegt dat het door eiseres ingediende verzoek niet-ontvankelijk is, nu verweerder al vóór het instellen van het beroep een beslissing op het bezwaar heeft genomen.
14. Tijdens de zitting heeft verweerder zijn excuses aangeboden voor het feit dat deze beslissing pas na de ingebrekestelling is uitgebracht. Voor zover eiseres meent recht te hebben op een dwangsom, overweegt de rechtbank dat verweerder terecht heeft opgemerkt dat hij binnen de wettelijke termijn van twee weken na de ingebrekestelling heeft beslist. Voor de toekenning van een dwangsom bestaat daardoor geen aanleiding.

Conclusie en gevolgen

15. Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard. Verweerder heeft op goede gronden besloten dat de door eiseres reeds afbetaalde studieschuld niet aan haar wordt terugbetaald. Voor zover eiseres een beroep heeft ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar, verklaart de rechtbank dit verzoek niet-ontvankelijk.
16. Nu het beroep ongegrond is, bestaat er geen aanleiding voor vergoeding van het griffierecht of voor een veroordeling in de proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het inhoudelijke beroep ongegrond;
  • verklaart het beroep niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Tijselink, rechter, in aanwezigheid van
mr. N.J.A. van Eck, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.