ECLI:NL:RBAMS:2026:350

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
9 januari 2026
Publicatiedatum
21 januari 2026
Zaaknummer
11807033 \ CV EXPL 25-9946
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
  • G.J. Boeve
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:43 BWArt. 6:44 BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding leaseovereenkomsten en vordering tot afgifte auto's wegens betalingsachterstand

Hiltermann Lease B.V. vordert ontbinding van twee leaseovereenkomsten met E&M Totaal Afbouw B.V. vanwege betalingsachterstanden. De overeenkomsten betreffen een Citroën C4 Cactus en een Peugeot Partner, waarbij E&M maandelijks leasetermijnen moest voldoen. E&M erkent een betalingsachterstand maar onderbouwt niet voldoende dat zij niet mocht betalen.

De rechtbank stelt vast dat E&M haar betalingsverplichtingen niet is nagekomen ondanks meerdere betalingsregelingen. Hiltermann heeft E&M in gebreke gesteld en de overeenkomsten ontbonden. E&M is verplicht de auto's af te geven en de resterende leasebedragen, inclusief rente en incassokosten, te betalen. De rechtbank wijst de vorderingen toe, vermindert de gevorderde rente en kosten waar nodig, en legt een dwangsom op voor niet-naleving van de afgifte.

De gevorderde kosten voor inname van de auto's worden toegewezen, maar de kosten voor aangifte van verduistering worden afgewezen wegens gebrek aan grondslag. E&M wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechtbank ontbindt de leaseovereenkomsten en veroordeelt E&M tot afgifte van de auto's en betaling van de achterstallige leasetermijnen, rente, incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11807033 \ CV EXPL 25-9946
Vonnis van 9 januari 2026
in de zaak van
HILTERMANN LEASE B.V.,
te Hoofddorp,
eisende partij,
hierna te noemen: Hiltermann,
gemachtigde: Janssen & Janssen c.s., [gemachtigde]
tegen
E&M TOTAAL AFBOUW B.V.,
te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: E&M,
vertegenwoordigd door [naam 1] .
De zaak in het kort
E&M heeft twee auto’s van Hiltermann geleased. Op beide leaseovereenkomsten is een betalingsachterstand ontstaan. In verband daarmee vordert Hiltermann een verklaring voor recht dat zij de overeenkomsten heeft ontbonden en vordert zij afgifte van de auto’s. Ook vordert zij betaling van de achterstand, rente en kosten. E&M heeft haar stelling dat zij (de achterstand) heeft betaald niet (voldoende) onderbouwd, noch nader toegelicht. Daarom worden de vorderingen van Hiltermann toegewezen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 11 september 2025;
- de mondelinge behandeling van 27 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
E&M was in de gelegenheid gesteld een aanvullend antwoord in te dienen, maar heeft dat niet gedaan. Tijdens de mondelinge behandeling is E&M niet verschenen. Voor Hiltermann zijn verschenen haar gemachtigde en de heer [naam 2] , [functie ] bij Hiltermann. Zij hebben vragen van de kantonrechter beantwoord. Hiltermann heeft haar eis verminderd, in die zin dat ten aanzien van de subsidiair gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom de zinsnede ‘over een bedrag van € 21.671,41’ (petitum onder c) komt te vervallen. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1.
Hiltermann is een leasebedrijf. De hoofdactiviteit van E&M is blijkens haar inschrijving bij de Kamer van Koophandel ‘Interieurreiniging van gebouwen’.
2.2.
Tussen onder meer Hiltermann en E&M is op 13 november 2023 een zogenoemde ‘Financiële lease (huurkoop) overeenkomst’ tot stand gekomen, op grond waarvan E&M een Citroën C4 Cactus met het kenteken [kenteken 1] (hierna: de Citroën) in gebruik kreeg, tegen betaling van 48 maandelijkse leasetermijnen van € 287,04 aan Hiltermann (hierna: de Citroën-overeenkomst). De laatste termijn zal worden vermeerderd met € 1,00. De totale leaseprijs voor deze Citroën is € 13.778,92.
2.3.
Tussen onder meer Hiltermann en E&M is op 30 januari 2024 nog een zogenoemde ‘Financiële lease (huurkoop) overeenkomst’ tot stand gekomen, op grond waarvan E&M een Peugeot Partner met het kenteken [kenteken 2] (hierna: de Peugeot) in gebruik kreeg, tegen betaling van 56 maandelijkse leasetermijnen van € 263,18 aan Hiltermann (hierna: de Peugeot-overeenkomst). De laatste termijn zal worden vermeerderd met € 1,00. De totale leaseprijs voor deze Peugeot is € 14.739,08.
2.4.
De leasetermijnen moeten per vooruitbetaling worden voldaan (artikel 2.3 (iii) van de overeenkomsten). De eigendom van de auto’s gaat over op E&M na betaling van de leaseprijs voor de betreffende auto (artikel 2.4 van de overeenkomsten). E&M zal de auto’s uitsluitend in de uitoefening van een bedrijf of zelfstandig uitgeoefend beroep gebruiken (artikel 2.7 van de overeenkomsten). Op elk van de overeenkomsten zijn de ‘Algemene voorwaarden financiële lease (Huurkoop) versie 01-12-2021’ van toepassing (artikel 5.2 van de overeenkomsten), waarin onder meer is bepaald:

Eigendom
3. Het Object is (…) eigendom (…) van de Leasemaatschappij en blijft eigendom van de Leasemaatschappij. De Eindgebruiker zal na aflevering (…) het Object voor de Leasemaatschappij houden, totdat de Eindgebruiker de Leasetermijnen (…) aan de Leasemaatschappij heeft voldaan. Op dat moment zal de Eindgebruiker de eigendom van het Object van rechtswege verwerven.
(…)
Betalingen
13. De Leasetermijnen (…) dienen stipt per vervaldatum, te weten per vooruitbetaling op de eerste werkdag van de kalendermaand, te worden voldaan (…).
(…)
15. Indien de Eindgebruiker in gebreke blijft met de tijdige betaling van een Leasetermijn, dan wel enig ander door hem uit hoofde van (…)
deze algemene voorwaarde verschuldigd bedrag, zal hij hierover een vertragingsrente verschuldigd zijn gelijk aan 1,5 % per maand (…), te rekenen vanaf de vervaldag tot en met de dag der betaling (…)
(…)
43. Indien de Eindgebruiker een op hem rustende verplichting jegens de Leasemaatschappij niet of niet tijdig nakomt (…):
(…)
dan is de Leasemaatschappij gerechtigd het nog niet betaalde deel van de Leaseprijs, na de Eindgebruiker in geval van de niet of niet tijdige nakoming van een (betalings)verplichting eerst schriftelijk in gebreke te hebben gesteld, onmiddellijk vervroegd op te eisen. Door de vervroegde opeising van de Leaseprijs eindigt de Overeenkomst en is de Eindgebruiker niet langer gerechtigd het Object te gebruiken (…)
44. Bij tussentijdse beëindiging van de Overeenkomst, dient de Eindgebruiker terstond bij het einde van de Overeenkomst voor eigen rekening en risico het Object compleet, gebruiksklaar en in goede staat van onderhoud en vrij van schade af te (doen) leveren op een door de Leasemaatschappij aangegeven adres in Nederland. Bij niet nakoming van deze verplichting door de Eindgebruiker is de Leasemaatschappij bevoegd om voor rekening van de Eindgebruiker het Object zelf weer in zijn macht te (doen) brengen. De daaraan verbonden kosten (waaronder kosten van transport en opslag) alsmede eventuele kosten van achterstallig onderhoud en/of herstel van schade zijn voor rekening van de Eindgebruiker. (…) Na afgifte of inname van het Object heeft de Eindgebruiker recht op vergoeding van de door de Leasemaatschappij naar redelijkheid vast te stellen verkoopwaarde van het Object, welke vergoeding kan worden verrekend met de vervroegd opgeëiste Leaseprijs.
(…)
Kosten
53. Alle kosten door de Leasemaatschappij gemaakt ter uitvoering en behoud van haar rechten, waaronder begrepen (…) kosten voor verwijdering, taxatie en transport, alsook (…) buitengerechtelijke invorderingskosten, zijn voor rekening van de Eindgebruiker. De buitengerechtelijke invorderingskosten worden gesteld op tien procent (10%) van het totale bedrag van de niet betaalde verschenen en nog niet verschenen termijnen, (…).”
2.5.
E&M heeft op beide overeenkomsten een betalingsachterstand laten ontstaan. Hiltermann heeft E&M meermaals tevergeefs aangemaand de achterstand te betalen. Bij deurwaardersexploot van 21 mei 2025 heeft Hiltermann de overeenkomsten ontbonden en onder andere betaling van de resterende totale leaseprijzen en afgifte van de auto’s verlangd.

3.Het geschil

3.1.
Samenvattend vordert Hiltermann dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, voor recht wordt verklaard dat de Citroën- en Peugeot-overeenkomst zijn ontbonden, dan wel worden ontbonden, en dat E&M wordt veroordeeld tot afgifte van de auto’s aan haar, dan wel een door haar aan te wijzen derde, op straffe van een dwangsom. Verder vordert Hiltermann veroordeling van E&M tot betaling aan haar van een totaalbedrag van € 23.732,36, inclusief incassokosten en rente, vermeerderd met rente. Daarnaast vordert Hiltermann veroordeling van E&M tot betaling aan haar van een bedrag van € 859,10, indien zij tot inname van de auto's moet overgaan, en een bedrag van € 211,75, indien zij tot aangifte van verduistering bij de politie moet overgaan. Tot slot vordert Hiltermann veroordeling van E&M in de proceskosten.
3.2.
Hiltermann legt aan haar vorderingen ten grondslag dat E&M in verzuim verkeerde van haar betalingsverplichting en Hiltermann daarom gerechtigd was de overeenkomsten te ontbinden. Op grond van de algemene voorwaarden is E&M vervolgens gehouden de auto’s af te geven en de resterende totale leaseprijzen, de kosten en de rente te betalen. Als de in het ongelijk te stellen partij moet E&M volgens Hiltermann de proceskosten betalen.
3.3.
E&M heeft aangevoerd dat zij de tussen partijen gesloten betalingsregeling nakomt en niet begrijpt waarom Hiltermann haar heeft laten dagvaarden. E&M is het dan ook niet eens met de kosten. Volgens E&M is de achterstand betaald. Ten tijde van haar mondelinge antwoord op 31 juli 2025 was het volgens E&M, ondanks dat zij dat geprobeerd heeft, niet gelukt nog een klein stukje van de afgelopen maanden te betalen. Volgens E&M wijzen Hiltermann en haar gemachtigde naar elkaar en wilden zij beiden de leasetermijnen niet ontvangen. E&M stelt dat zij niet meer mocht betalen. Als zij dat had gekund, had E&M het bedrag in één keer betaald.

4.De beoordeling

Overeenkomsten zijn ontbonden
4.1.
Op grond van de overeenkomsten moest E&M de leasetermijnen per vooruitbetaling voldoen (artikel 2.3 (iii) van de overeenkomsten en 13 algemene voorwaarden). E&M heeft erkend dat er een betalingsachterstand is. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Hiltermann toegelicht dat partijen in oktober 2024, januari 2025 en februari 2025 een betalingsregeling hebben getroffen, maar dat E&M die regelingen niet is nagekomen. In haar mondelinge antwoord heeft E&M toegezegd een overzicht te zullen overleggen van wat zij wanneer heeft betaald en wanneer zij is gestopt met betalen, omdat zij niet meer mocht betalen. Dat overzicht heeft E&M niet overgelegd. E&M heeft evenmin anderszins (voldoende) onderbouwd dat zij niet mocht betalen, zodat daaraan wordt voorbijgegaan. Daarom is de conclusie dat E&M haar betalingsverplichtingen jegens Hiltermann niet is nagekomen.
4.2.
Onder andere bij brief van 21 februari 2025 heeft Hiltermann E&M in gebreke gesteld. E&M heeft vervolgens niet betaald. Hiltermann was daarom gerechtigd de resterende totale leaseprijzen vervroegd op te eisen (artikel 43 algemene Pro voorwaarden). Bij deurwaardersexploot van 21 mei 2025 heeft zij dat gedaan. Daardoor eindigden de overeenkomsten (artikel 43 algemene Pro voorwaarden). Daarmee heeft Hiltermann de overeenkomsten ontbonden, zodat de gevorderde verklaring voor recht dat de overeenkomsten zijn ontbonden zal worden toegewezen.
Afgifte auto’s en dwangsom
4.3.
Hiltermann heeft E&M bij deurwaardersexploot van 21 mei 2025 aangemaand de auto’s af te leveren op één van de in dat exploot genoemde locaties. E&M heeft dat niet gedaan, terwijl zij daartoe op grond van artikel 44 algemene Pro voorwaarden wel verplicht was, omdat de overeenkomsten door ontbinding tussentijds zijn beëindigd. Daarom zal de vordering tot afgifte van de auto’s eveneens worden toegewezen. Daaraan zal tevens een dwangsom worden verbonden, omdat E&M niet vrijwillig aan haar afgifteverplichting heeft voldaan. Wel zal deze dwangsom lager zijn dan gevorderd, gelet op de omstandigheden van dit geval, waaronder de hoogte van de hoofdsom.
Betalen hoofdsom, invorderingskosten en rente
4.4.
De resterende totale leaseprijzen voor beide auto’s zijn terecht vervroegd opgeëist (zie hiervoor r.o. 4.2). E&M heeft niet betaald, zodat de vordering tot betaling daarvan kan worden toegewezen, zij het voor een ander bedrag dan gevorderd, zoals hierna wordt toegelicht.
4.5.
De door Hiltermann berekende hoofdsom voor de resterende totale leaseprijzen bedraagt € 22.704,90. Hiltermann heeft toegelicht dat zes leasetermijnen van in totaal € 1.650,66 wel zijn betaald. Ook heeft zij toegelicht dat E&M bij de betaling daarvan de volgende termijnen heeft aangewezen: termijnen 13, 15 en 16 van de Citroën en termijnen 12, 13 en 15 van de Peugeot. Op grond van artikel 6:43 lid 1 BW Pro moeten deze betalingen aan de door E&M aangewezen verbintenissen worden toegerekend overeenkomstig artikel 6:44 lid 1 BW Pro. Anders dan Hiltermann in haar vordering heeft gedaan, zullen de betaalde leasetermijnen daarom niet in mindering worden gebracht op het tot 10 juli 2025 berekende openstaande totaal saldo, inclusief rente en incassokosten, maar worden toegerekend aan de door E&M aangewezen termijnen. In zoverre worden de betaalde termijnen dus in mindering gebracht op de resterende totale leaseprijzen, zodat € 21.054,24 daarvan toewijsbaar is.
4.6.
Hierbij zij opgemerkt dat Hiltermann ter zitting heeft toegelicht dat wanneer de auto’s afgegeven zijn, zij deze laat taxeren en zal aanbieden op een veiling. De verkoopopbrengst, ook wanneer die meer is dan de taxatiewaarde, brengt Hiltermann in mindering op de resterende totale leaseprijzen. Voor verkoop houdt Hiltermann een marge van 5% ten opzichte van de taxatiewaarde aan. Wordt meer dan 5% onder deze taxatiewaarde geboden, dan kan Hiltermann ervoor kiezen de auto op een ander moment nog eens aan te bieden. Anders wordt alsnog de taxatiewaarde in mindering gebracht op de resterende totale leaseprijzen. De kantonrechter gaat ervan uit dat Hiltermann zich ook dit geval aan deze voor haar gebruikelijke werkwijze zal houden, indien E&M de auto’s zal hebben afgegeven.
4.7.
Hiltermann heeft buiten rechte geprobeerd E&M tot betaling te bewegen. Zij heeft daarom recht op vergoeding van de daarmee gepaard gaande invorderingskosten, die worden gesteld op 10% van de toe te wijzen resterende totale leaseprijzen (artikel 53 algemene Pro voorwaarden).
4.8.
E&M is de gevorderde rente verschuldigd (artikel 15 algemene Pro voorwaarden). Over de resterende totale leaseprijzen is de rente toewijsbaar vanaf de vervaldata van de verschillende leasetermijnen die tezamen de hoofdsom vormen, zoals die data zijn genoemd onder ‘Factuurdatum’ in de dagvaarding. De rente over de buitengerechtelijke kosten zal worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding, zoals gevorderd.
Innamekosten
4.9.
De gevorderde innamekosten zijn toewijsbaar op grond van artikel 44 algemene Pro voorwaarden. Ter onderbouwing daarvan heeft Hiltermann toegelicht dat dit de kosten zijn voor onder meer het begeleiden van de inname van de auto’s en de transportkosten. Ter zitting heeft Hiltermann verder toegelicht dat het bedrag voortkomt uit afspraken met de sleepdienst waarmee zij een samenwerking heeft.
Aangiftekosten
4.10.
De gevorderde aangiftekosten worden afgewezen. Hiltermann heeft voor de grondslag daarvan verwezen naar artikel 44 algemene Pro voorwaarden, maar daarin staat die niet. Een andere grondslag is niet gesteld.
Proceskosten
4.11.
E&M is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Hiltermann worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
122,35
- griffierecht
1.461,00
- salaris gemachtigde
1.086,00
(2 punten × € 543,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.804,35

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
verklaart voor recht dat Hiltermann de Citroën- en Peugeot-overeenkomst op 21 mei 2025 heeft ontbonden,
5.2.
veroordeelt E&M tot afgifte van de Citroën en de Peugeot aan Hiltermann, dan wel aan een door haar aan te wijzen derde, binnen twee dagen na betekening van dit vonnis, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag dat zij met de afgifte in gebreke blijft, met een maximum van € 5.000,00,
5.3.
veroordeelt E&M om aan Hiltermann te betalen een bedrag van in hoofdsom € 21.054,24, te vermeerderen met rente van 18% per jaar, te rekenen vanaf de vervaldatum van de verschillende leasetermijnen die tezamen die hoofdsom vormen, tot de dag van volledige betaling,
5.4.
veroordeelt E&M om aan Hiltermann te betalen een bedrag van € 2.105,42 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met rente van 18% per jaar vanaf 17 juli 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.5.
veroordeelt E&M om aan Hiltermann te betalen een bedrag van € 859,10, indien Hiltermann tot inname van de auto’s moet overgaan,
5.6.
veroordeelt E&M in de proceskosten van Hiltermann van € 2.804,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als E&M niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.7.
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 5.2 tot en met 5.6 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad,
5.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Boeve en in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2026.