ECLI:NL:RBAMS:2026:3479
Rechtbank Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in beklagprocedure teruggave inbeslaggenomen geldbedrag na vrijspraak
Op 5 september 2025 werd een geldbedrag van €4.200,- in beslag genomen in een strafrechtelijk onderzoek tegen klager. Klager werd op 8 januari 2026 onherroepelijk vrijgesproken van witwassen en de rechtbank besliste dat het geldbedrag aan hem moest worden teruggegeven.
Ondanks deze beslissing had klager het geldbedrag nog niet ontvangen en diende hij op 16 december 2025 een klaagschrift in voor teruggave van het geldbedrag. De rechtbank behandelde het klaagschrift op 19 februari 2026, waarbij klager niet aanwezig was, maar zijn advocaat wel.
De officier van justitie verzocht klager niet-ontvankelijk te verklaren omdat het beslag op het geldbedrag reeds was opgeheven door de onherroepelijke uitspraak. De rechtbank oordeelde dat klager geen belang meer had bij de behandeling van het beklag en verklaarde hem niet-ontvankelijk.
Tegen deze beslissing staat klager en het openbaar ministerie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open binnen veertien dagen na betekening respectievelijk dagtekening van de beslissing.
Uitkomst: De rechtbank verklaart klager niet-ontvankelijk in het beklag omdat het beslag reeds is opgeheven na onherroepelijke vrijspraak.