Uitspraak
1.CHEYNE EUROPEAN STRATEGIC VALUE CREDIT RAIF,
2. CHEYNE EUROPEAN STRATEGIC VALUE CREDIT RAIF,
3. CONTRARIAN CAPITAL FUND I LP,
4. CONTRARIAN OPPORTUNITY FUND III LP,
5. MAN FUNDS VI PLC,
6. MAN FUNDS VI PLC,
7. MAN FUNDS VI PLC,
8. MAN FUNDS VI PLC,
9. MAN FIXED INTEREST ICVC – MAN HIGH YIELD OPPORTUNITIES FUND,
10. MAN GLOBAL CREDIT OPPORTUNITIES,
11. MAN FUNDS XII SPC – MAN 1783 II SP,
[verweerder 4],
[verweerder 5],
[verweerder 6],
1.De procedure
2.De feiten
revolving credit facility(doorlopende kredietfaciliteit) verkregen tot een bedrag van (maximaal) EUR 50 miljoen.
bridge loan(overbruggingskrediet) verkregen tot een bedrag van EUR 340 miljoen.
Notes(obligaties) uitgegeven tot een bedrag van EUR 272.500.000,00. Hierin hebben deelgenomen:
Indenture, een overeenkomst naar het recht van de staat New York, Verenigde Staten van Amerika.
Issuer, een
Security Agent, een
Registrar and Transfer Agent, een
Paying Agenten een ten behoeve van de obligatiehouders optredende
Trustee.
defaultvan Hunkemöller International. Voor de obligatiehouders onderling geldt daarbij het beginsel van de paritas creditorum (betaling naar evenredigheid van ieders vordering).
no-action clause, die rechtsmaatregelen van individuele obligatiehouders in verband met de Indenture of de obligaties uitsluit.
Intercreditor Agreementis een overeenkomst naar Engels recht.
defaultvan Hunkemöller International. De hoofdlijnen zijn de volgende.
Instructing Group(een vooraf geselecteerde groep van financiers) en – onder meer als het gaat om uitwinning van verpande aandelen – na verkrijging van een
Fairness Opinionvan een deskundige.
Pari PassuCreditors”.
defaultvan Hunkemöller International
Up-Tiering). Het verzoekschrift vermeldt in dit verband de volgende genomen stappen: (i) integrale schrapping van het ‘samenspanningsverbod’ (artikel 4.18 van de Indenture); (ii) sluiten
Super Senior Credit Agreementtot een bedrag van EUR 50 miljoen tussen Hunkemöller International en Redwood; (iii) intrekking oude en uitgifte nieuwe obligaties aan Redwood; (iv) wijziging Waterval Indenture.
motions to dismissen is de procedure voortgezet.
discoveryen
disclosurestrekkende procedure tussen Verzoeksters en Redwood.
3.Het verzoek en het verweer
Fondsen”). Zij hebben in 2022 EUR 84.325.000 uitgeleend aan verweerster 1 (“
Hunkemöller”) in het kader van een uitgifte van obligaties. Naast de Fondsen nam ook het Amerikaanse
hedgefundRedwood (…) als financier deel aan die uitgifte. De rechten en plichten van de Fondsen en Redwood worden geregeld in de toepasselijke obligatievoorwaarden. Op grond van die voorwaarden hadden alle obligatiehouders aanvankelijk een gelijke rang en dus een gelijke aanspraak op betalingen door Hunkemöller. Verweersters 2 (“
Midco”) en 3 (“
Holdco”) waren tot voor kort de directe respectievelijk indirecte 100%-aandeelhouders van Hunkemöller. Verweerders 4-6 (de “
Bestuurders”, en samen met verweersters 1-3: de “
Verweerders”) vormen gezamenlijk het statutaire bestuur van Hunkemöller, Midco en Holdco.
higher tier) dan de Fondsen zou krijgen onder de obligatievoorwaarden als beloning voor het verstrekken van een nieuwe lening aan Hunkemöller. Redwoods beloning kwam echter integraal uit de zak van de Fondsen die door deze
up-tieringwerden achtergesteld. De
up-tieringleidde tot grote schade voor de Fondsen, omdat hun achterstelling, vanwege de liquiditeitspositie van Hunkemöller op dat moment, meebracht dat de kans op aflossing – en daarmee de waarde – van hun obligaties kelderde. Dit is in het bijzonder kwalijk, omdat de Fondsen Hunkemöller meermaals hadden aangeboden zelf additionele financiering te verstrekken (en in schril contrast met Redwood, deden de Fondsen daarbij geen verzoek tot non-pro-rata behandeling). De
up-tieringhad dus als doel het verschaffen van voordeel aan Redwood (in de vorm van obligaties met een hogere rang/waarde) en Hunkemöller (in de vorm van een nieuwe lening) met benadeling van de Fondsen (in de vorm van waardevernietiging van hun obligaties) tot gevolg.
up-tieringhebben de Fondsen contact gezocht met Hunkemöller en haar Bestuurders met het verzoek toelichting te geven en te spreken over een ongedaanmaking van de
up-tiering. De Bestuurders hebben daarop zowel geweigerd toelichting te geven op de
up-tieringals te spreken over ongedaanmaking daarvan. De Fondsen zijn daarom op 26 november 2024 een gerechtelijke procedure begonnen tegen onder meer Hunkemöller en Redwood. Aangezien op grond van de obligatievoorwaarden de Amerikaanse rechter bevoegd is in het kader van een dergelijke procedure, hebben de Fondsen hun eis ingesteld voor de Rechtbank van de Staat New York. De inzet van deze procedure is ongedaanmaking van de serie onrechtmatige transacties uit 2024. De Fondsen zijn positief over hun kansen in deze procedure vanwege de evidentie van het feit dat Hunkemöller en Redwood zichzelf hebben bevoordeeld ten koste van de Fondsen, in strijd met de contractuele en wettelijke bepalingen.
up-tieringen de onteigening hebben geleid tot verbijstering en verontwaardiging in de internationale investeringssector en uiteraard in het bijzonder bij de Fondsen. Het feit dat Redwood, een als zeer agressief
hedgefundte boek staande partij, daartoe in staat bleek, was één, maar dat een groot Nederlands bedrijf ervoor zou kiezen mee te werken aan dit soort malafide
financial powerplaywas een grote verrassing. Vanwege de opzettelijke aard, het heimelijke karakter en de destructieve gevolgen van de samenhangende series transacties staat voor de Fondsen vast dat alle betrokkenen bij de onrechtmatige transacties, waaronder Holdco (actief betrokken bij de onteigening) en de Bestuurders, jegens de Fondsen (ernstig verwijtbaar) onrechtmatig hebben gehandeld en gehouden zijn tot vergoeding van schade. Hun handelwijze moet immers worden aangemerkt als strijdig met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Daarnaast houden de Fondsen het erop dat (onderdelen van) de transacties moeten worden aangemerkt als in strijd met de goede zeden wat leidt tot nietigheid.
rechtbank) richt zich op twee afzonderlijke transacties. Ten eerste tegen de zogenoemde up-tiering van de door Redwood gehouden Notes in juni 2024 (hierna: de
Up-Tiering), in het kader van een destijds door Redwood verstrekte lening. Ten tweede klaagt zij over de uitwinning van zekerheden door Redwood, de grootste schuldeiser, op 21 maart 2025 (hierna: de
Herstructurering). De AHG stelt dat beide transacties onrechtmatig zouden zijn uitgevoerd en dat de bestuurders van de Hunkemöller Groep persoonlijk aansprakelijk zouden zijn voor de daardoor beweerdelijk geleden schade. Deze stellingen missen feitelijke en juridische grondslag: beide transacties worden door buitenlands recht beheerst en zijn conform de uitdrukkelijk overeengekomen contractuele bepalingen uitgevoerd.
indenture(obligatievoorwaarden) (de
Indenture). De Indenture is na uitvoerige onderhandelingen tussen (zeer) professionele partijen gesloten. Voor de beoordeling van de Up-Tiering is de New Yorkse rechter bevoegd. Die rechter heeft inmiddels, bij toewijzing van een door onder meer Hunkemöller ingestelde
motion to dismiss, het merendeel van de door AHG ingestelde vorderingen afgewezen bij gebrek aan juridische grondslag, zonder dat een inhoudelijk feitenonderzoek nodig was.
intercreditor agreement(de
ICA). Professionele schuldeisers, waaronder de AHG, zijn daarin kort gezegd expliciet overeengekomen dat zij hun vorderingen volledig kunnen kwijtraken indien zich bepaalde omstandigheden voordoen. Bij de herstructurering, en de daarmee samenhangende uitwinning van zekerheden, zijn de in de ICA neergelegde spelregels strikt gevolgd. Op grond van deze ICA mag een meerderheid van de schuldeisers (gevormd door Redwood) bij een
Event of Defaultop een beslissende wijze haar stemrechten uitoefenen, ongeacht of de overige schuldeisers zich daarin kunnen vinden.
Holdco) en de bestuurders van de groep. Holdco speelde geen enkele rol bij de Up-Tiering en slechts een bijrol bij de uitwinning. Bovendien is Holdco partij bij de ICA, waardoor de Engelse rechter exclusief bevoegd is. De AHG miskent voorts dat bestuurders van een Nederlandse vennootschap tegenover derden slechts aansprakelijk zijn bij een persoonlijk ernstig verwijt. De bestuurders hebben juist gehandeld onder de omstandigheden: geconfronteerd met een acute liquiditeitscrisis had Hunkemöller de plicht een herstructurering door te voeren in het belang van álle stakeholders. Alle besluiten zijn genomen na inwinning van deskundig juridisch en financieel advies, in het vennootschappelijk belang en binnen de contractuele en wettelijke kaders.
no-action clause, op grond waarvan het de AHG niet is toegestaan een procedure te beginnen die verband houdt met de Indenture of de daaronder uitgegeven Notes. Daarnaast is de AHG overeengekomen in de Indenture dat zij geen verhaal kan nemen op enige bestuurder (director) of aandeelhouder (Holdco) van Hunkemöller (de Issuer). Deze (…) afspraak betekent dat, zelfs in het theoretische geval dat er grond zou zijn voor de vorderingen die de AHG pretendeert te kunnen instellen, een dergelijke vordering niet aan haar toekomt en de AHG dus niet-ontvankelijk is.
discoverynaar Amerikaans model. Bovendien loopt in die jurisdictie nota bene al een uitgebreid
discovery proces, dat sterk overlapt met het verzoek tot inzage in deze procedure. Alle voor de AHG relevante documenten zijn of worden in dat kader al verstrekt. Dat zij daarnaast naar Nederlands recht op nóg meer informatie recht zou hebben, is op zichzelf al hoogst onaannemelijk.
fishing expedition, het zou Verweerders ook dwingen hun gehele (interne) administratie te openen zonder enigerlei concrete aanwijzing dat daarin relevant bewijs besloten ligt. Het doorzoeken van potentieel miljoenen documenten, in aanvulling op het al kostbare lopende
discovery procesin New York zou Verweerders voor onevenredige kosten stellen en maanden tijd kosten.
fishing expeditionnaar een groot aantal interne, bedrijfsvertrouwelijke stukken, in de hoop om enige aanknopingspunt voor een vordering op in het bijzonder de bestuurders te kunnen construeren. Daarvoor biedt ook het nieuwe inzagerecht of een verzoek om een voorlopig getuigenverhoor geen basis, en deze verzoeken dienen dan ook te worden afgewezen.
4.De beoordeling
no-action clause) (zie hiervoor onder 2.6.5) en artikel 12.10 (“No Recourse Against Others”) (zie hiervoor onder 2.6.6) van de Indenture niet aan een dergelijk geding in de weg staan en dat – voor Holdco – hetzelfde geldt voor artikel 34.1 van de Intercreditor Agreement.
fishing expedition. In dit opzicht schiet het verzoek van Verzoeksters tekort. Dit wordt hierna toegelicht.
fishing expeditionleiden en daarvoor zijn voorlopige bewijsverrichtingen niet bedoeld.