In deze bodemzaak tussen HEDIN AUTOMOTIVE 1M B.V. en gedaagde is de vordering van eisende partij afgewezen wegens een oneerlijk prijsbeding. Gedaagde is niet verschenen, waardoor verstek is verleend. De kantonrechter heeft ambtshalve het consumentenrecht getoetst, waarbij de transparantie en eerlijkheid van het prijsbeding centraal stonden.
Eisende partij stelde dat voorafgaand aan de werkzaamheden een kosteninschatting was gemaakt en besproken met gedaagde, ondersteund door een door gedaagde ondertekende werkorder. Echter, uit de overgelegde stukken bleek niet dat de prijs vooraf was besproken; de werkorder vermeldde geen prijzen en de prijsopgave werd pas na afronding van de werkzaamheden verstrekt. Hierdoor werd het prijsbeding als niet transparant en oneerlijk beoordeeld.
Op grond van Richtlijn 93/13/EG is gedaagde niet gebonden aan het oneerlijke prijsbeding, waardoor de overeenkomst niet kan voortbestaan. Hoewel eisende partij de werkzaamheden heeft uitgevoerd, is het niet redelijk om gedaagde tot vergoeding te verplichten, omdat hij de economische gevolgen niet goed kon inschatten. De vordering wordt daarom afgewezen en eisende partij wordt veroordeeld in de proceskosten.