ECLI:NL:RBAMS:2026:3403
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen verlening exploitatievergunning tijdelijk terras volgens maatwerkprocedure Terrassenbeleid
De zaak betreft een beroep van een eigenaar van een souvenirwinkel tegen de verlening van een exploitatievergunning voor een alcoholverstrekkend horecabedrijf met een tijdelijk terras aan de overzijde van zijn winkel. De vergunninghouder had het terras tijdelijk verplaatst vanwege een hulpbrug. De eigenaar ervaart overlast en betwist de vergunningverlening.
Eerder had de rechtbank het beroep gegrond verklaard wegens schending van het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel, waarna een nieuw besluit werd genomen waarbij de maatwerkprocedure uit het Terrassenbeleid werd gevolgd. De eigenaar bleef echter bezwaar maken en stelde beroep in tegen het nieuwe besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep niet ontvankelijk is voor het verlengingsbesluit van 6 mei 2025, maar dat de eigenaar wel procesbelang heeft bij het beroep tegen de oude vergunning. De rechtbank wijst het beroep af omdat het bestuursorgaan zich voldoende heeft vergewist van het advies van de bezwaarschriftencommissie en de maatwerkprocedure terecht is toegepast. De vier criteria van de maatwerkprocedure (toezicht, verkeersveiligheid, woon- en leefklimaat, doelmatig gebruik openbare ruimte) zijn voldoende gemotiveerd.
De ervaren nadelen zoals onjuist opslaan van meubilair en afval zijn handhavingskwesties. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst terugbetaling van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlening van de exploitatievergunning voor het tijdelijke terras wordt ongegrond verklaard.