AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Huurachterstand en inlevering koelcontainers door KTZL aan [eiseres] B.V.
De zaak betreft een geschil tussen [eiseres] B.V., verhuurder van koelcontainers, en KTZL, huurder gevestigd in China. Partijen sloten een huurovereenkomst voor 230 koelcontainers met een huurprijs van USD 27 per dag per container. KTZL stopte vanaf 1 januari 2024 met huurbetalingen, waardoor een aanzienlijke huurachterstand ontstond.
[ Eiseres ] vordert betaling van de achterstallige huurpenningen, nakoming van de overeenkomst door inlevering van de containers, vergoeding van reparatiekosten en proceskosten. KTZL betwist de vorderingen en vordert in reconventie terugbetaling van het depot.
De rechtbank oordeelt dat de door KTZL overgelegde ondertekende huurovereenkomst de geldende afspraken weergeeft. KTZL is tekortgeschoten in haar betalingsverplichtingen en moet de huurachterstand voldoen. De vordering tot betaling van kosten voor Arctic diesel wordt afgewezen omdat geen betalingsovereenkomst is gesloten. KTZL moet de containers binnen een redelijke termijn inleveren op de door [eiseres] aangewezen locatie, onder dreiging van een dwangsom. Tevens is KTZL aansprakelijk voor reparatiekosten van de containers.
De proceskosten worden begroot conform liquidatietarief en KTZL wordt veroordeeld tot betaling van de wettelijke rente over de toegewezen bedragen. Het depot wordt verrekend met de huurachterstand. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: KTZL wordt veroordeeld tot betaling van huurachterstanden, inlevering van containers en vergoeding van reparatiekosten aan [eiseres] B.V.
Uitspraak
RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
fno: 33623
Zaaknummer: 11805936 \ CV EXPL 25-9936
Vonnis van 3 april 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap
[eiseres] B.V.,
gevestigd te [eiseres] ,
eiseres in conventie, verweerster in reconventie,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigden: mrs. R.J.R.M. de Bok en L.M. Geboers,
tegen
XINJIANG KTZ INTERNATIONAL LOGISTICS CO. LTD.,
gevestigd te Xinjiang (China),
gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,
hierna te noemen: KTZL,
gemachtigden: mrs. P. ter Burg en S.J. Kroes.
1.De procedure
De volgende stukken bevinden zich in het procesdossier:
- de dagvaarding van 13 november 2024, met producties, - de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie, met producties, - het instructievonnis van 10 oktober 2025, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald, - de dagbepaling mondelinge behandeling,
- de conclusie van antwoord in reconventie, tevens akte overlegging/uitlating producties, tevens eiswijziging van 19 februari 2026,
- de akte houdende overlegging producties van KTZL.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 4 maart 2026. Op de mondelinge behandeling zijn namens [eiseres] verschenen [naam 1] , [naam 2] (beiden bestuurder) en [naam 3] (CFO), met de gemachtigden. Namens KTZL zijn verschenen [naam 4] , [naam 5] (beiden werkzaam op de juridische afdeling), [naam 6] (algemeen directeur) en [naam 7] (waarnemend algemeen directeur), bijgestaan door een tolk Russisch en vergezeld door de gemachtigden.
Partijen zijn gehoord, mede aan de hand van pleitnotities, en hebben vragen van de kantonrechter beantwoord. [eiseres] heeft mondeling haar eis willen wijzigen, waartegen KTZL bezwaar heeft gemaakt. Ten slotte is vonnis bepaald op heden.
2. De feiten
2.1.
[eiseres] is een onderneming die zich bezighoudt met de productie en handel in containers. De activiteiten zijn voornamelijk gelegen in de verhuur van containers.
2.2.
KTZL is een in China gevestigd bedrijf dat transport- en logistieke diensten levert op internationaal niveau.
2.3.
Partijen hadden aanvankelijk een overeenkomst gesloten met betrekking tot de huur door KTZL van 200 ‘palletwide reefer’ containers (koelcontainers) van [eiseres] . Deze overeenkomst is op 19 september 2016 getekend namens [eiseres] en op 22 september 2016 namens KTZL. Onderdeel van de overeenkomst waren de ‘Hiring Conditions’ van [eiseres] .
2.4.
Nadien hebben nadere onderhandelingen tussen partijen plaatsgevonden, waarin in ieder geval is overeengekomen dat het aantal te huren containers verhoogd zou worden van 200 naar 230, de huurprijs per container per dag zou worden verlaagd van USD 38,95 naar USD 27,00 en de huurperiode zou worden verlengd van 60 maanden naar 112 maanden.
2.5.
KTZL heeft in deze procedure een tweede huurovereenkomst overgelegd, getekend namens beide partijen, waarin de onder rechtsoverweging 2.4 genoemde wijzigingen zijn verwerkt. Aan deze overeenkomst is een afwijkende versie van de ‘Hiring Conditions’ gehecht.
2.6.
Op 5 oktober 2016 is namens [eiseres] aan KTZL gemaild:
“(…) Containers are ready for transport, as requested by you all containers have been refueled with 400 liter of special diesel (-35 degrees Celsius) against a price of Usd 1,85 per liter, that will be invoiced immediately after the first unit will be picked up by KTZE. (…)”
2.7.
De huurperiode voor de eerste 100 containers ving aan op 1 oktober 2016 en eindigde derhalve op 1 februari 2026. Voor de volgende 80 containers ving de huurperiode aan op 1 november 2016 en eindigde deze op 28 februari 2026. Voor de laatste 50 containers ving de huurperiode aan op 1 december 2016 en eindigde deze op 31 maart 2026.
2.8.
KTZL heeft aan [eiseres] een depot betaald van USD 1.421.675,-.
2.9.
Per 1 januari 2024 heeft KTZL de huurbetalingen aan [eiseres] stopgezet. Hierdoor is een huurachterstand ontstaan.
2.10.
De containers zijn aan het einde van de huurperiodes door KTZL niet geretourneerd aan, dan wel overgekocht van [eiseres] .
3.Het geschil
3.1.
[eiseres] vordert na akte eiswijziging van 19 februari 2026:
I. KTZL te veroordelen tot betaling aan [eiseres] een geldbedrag van USD 4.872.150,- aan onbetaald gelaten huurpenningen voor 230 containers, te vermeerderen met de contractuele rente van 2,5% per maand, althans de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW, vanaf de respectievelijke vervaldata van de facturen, althans vanaf 26 september 2024, althans vanaf de dag der dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening;
II. KTZL te veroordelen tot betaling aan [eiseres] een geldbedrag van USD 39.900,- aan onbetaald gelaten huurpenningen voor 100 containers vanaf 1 februari 2026 tot en met 20 februari 2026, te vermeerderen met de contractuele rente van 2,5% per maand, althans de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW, vanaf de datum opeisbaarheid tot aan de dag der algehele voldoening;
III. KTZL te veroordelen tot betaling aan [eiseres] een geldbedrag van USD 168.021,- aan onbetaald gelaten huurpenningen voor 2 containers te vermeerderen met de contractuele rente van 2,5% per maand, althans met de wettelijke handelsrente ex artikel 6: 119a BW, althans de wettelijke rente ex artikel 6:119 BWPro, vanaf de respectievelijke vervaldata van de facturen, althans vanaf 26 september 2024, althans vanaf de dag der dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening;
IV. KTZL te veroordelen tot betaling aan [eiseres] een geldbedrag van USD 170.200,- aan onbetaald gelaten Arctic diesel, te vermeerderen met de contractuele rente van 2,5% per maand, althans de wettelijke handelsrente ex artikel 6: 119a BW, althans de wettelijke rente ex artikel 6:119 BWPro, vanaf 31 maart 2017, althans de dag der dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening;
V. KTZL te veroordelen tot nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomsten [nummer 1] en [nummer 2] , door binnen veertien (14) dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis in totaal 232 containers overeenkomstig die overeenkomsten in te leveren op de door [eiseres] aangewezen locatie ( [locatie] ), op straffe van een dwangsom ad USD 19,95 per container per dag voor iedere container waarmee KTZL in gebreke blijft tijdig aan deze veroordeling te voldoen, te rekenen vanaf de dag volgend op het verstrijken van de hierna genoemde termijnen en gedurende een periode van twaalf (12) maanden, te weten:
- 100 containers uiterlijk 31 januari 2026;
- 80 containers uiterlijk 28 februari 2026;
- 52 containers uiterlijk 31 maart 2026;
zulks met bepaling dat na afloop van voornoemde periode de dwangsom wordt verhoogd met USD 5,- per container per dag zolang niet aan de veroordeling is voldaan, en ten aanzien van container [containernummer 1] en [containernummer 2] een dwangsom van USD 24,50 per container per dag, en met bepaling dat een container eerst als ingeleverd geldt nadat deze - indien herstel noodzakelijk is - op kosten van KTZL is gerepareerd en na goedkeuring door IICL als “off-hire” is aangemerkt;
VI. voor recht te verklaren dat KTZL op grond van artikel 8 subPro (b) van de Hiring Conditions aansprakelijk is voor en gehouden is tot betaling van de reparatiekosten aan [eiseres] van de door KTZL ingevolge de overeenkomsten [nummer 1] en [nummer 2] ingeleverde containers;
VII. KTZL te veroordelen tot betaling aan [eiseres] een geldbedrag van EUR 50.000,- aan werkelijke advocaat- en proceskosten, primair te vermeerderen met de contractuele rente van 2,5% per maand, subsidiair de wettelijke rente ex artikel 6:119 BWPro, vanaf de dag der dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening;
VIII. veroordeling van KTZL in de kosten van het geding en de nakosten, alsmede in de wettelijke rente over de proceskosten en de nakosten indien gedaagde verzuimt deze kosten tijdig te voldoen.
3.2.
Aan haar vordering legt [eiseres] ten grondslag dat KTZL haar contractuele verplichtingen jegens [eiseres] niet is nagekomen. [eiseres] heeft 230 containers gehuurd en [eiseres] heeft die containers geleverd met 400 liter Arctic diesel, maar KTZL heeft hier ten onrechte niet (volledig) voor betaald. Daarnaast bevinden zich al sinds 2015 twee containers onder KTZL zonder dat zij daarvoor enige huurpenning voldoet. KTZL heeft nog geen enkele container op de door [eiseres] aangewezen locatie ingeleverd.
3.3.
KTZL voert verweer dat strekt tot afwijzing van de vorderingen in conventie. In reconventie vordert KTZL terugbetaling, althans verrekening van het door haar betaalde depot van USD 1.421.675,-, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4.De beoordeling in conventie
De mondelinge eiswijziging van [eiseres]
4.1.
heeft op de mondelinge behandeling haar eis mondeling willen wijzigen. KTZL heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Gelet op het bepaalde in artikel 130 lid 1 RvPro, welk artikel bepaalt dat een eiswijziging schriftelijk bij conclusie of akte ter rolle dient te geschieden, zal de kantonrechter de mondelinge eiswijziging buiten beschouwing laten. Beslist zal worden op de eis zoals neergelegd in de akte eiswijziging van 19 februari 2026, zoals weergegeven onder rechtsoverweging 3.1.
Welke huurovereenkomst geeft de afspraken tussen partijen weer?
4.2.
Tussen partijen is in geschil welke afspraken nu precies tussen hen hebben te gelden. Doordat partijen nog lang onderhandeld hebben over het contract en bepaalde condities (zoals de hoeveelheid gehuurde containers, de prijs en de huurperiode), zijn er meerdere versies van de huurovereenkomst in omloop geweest. [eiseres] heeft een huurovereenkomst overgelegd die in haar optiek de juiste, definitieve versie van de huurovereenkomst is. Deze versie van de huurovereenkomst was gehecht aan een e-mail van 22 november 2016, maar is niet ondertekend door partijen. KTZL betwist dat deze versie van de huurovereenkomst de afspraken tussen partijen juist weergeeft. KTZL beroept zich op een versie van de overeenkomst die wél door beide partijen is getekend (de versie genoemd onder de feiten in rechtsoverweging 2.5 en overgelegd als productie 2 bij de conclusie van antwoord) en daardoor dwingende bewijskracht heeft ingevolge artikel 151 joPro. 157 Rv. Deze overeenkomst vermeldt het juiste aantal gehuurde containers (230) tegenover de overeengekomen prijs van USD 27,00 per dag per container. Volgens [eiseres] is deze versie van de overeenkomst slechts opgesteld met het doel betalingen vanuit China te vergemakkelijken, doordat bepaalde afspraken tussen partijen zijn weggelaten. Deze overeenkomst zou volgens [eiseres] alleen tegenover de Chinese autoriteiten worden gebruikt en geen gelding hebben tussen partijen. Dit standpunt van [eiseres] wordt echter op geen enkele wijze onderbouwd en kan in het licht van de betwisting hiervan door KTZL niet slagen. De conclusie is dat KTZL in haar standpunt wordt gevolgd en dat de door haar overgelegde huurovereenkomst met bijbehorende ‘Hiring Conditions’ de geldende afspraken tussen partijen weergeeft.
De huurovereenkomst moet worden nagekomen
4.3.
Vaststaat dat KTZL de huurovereenkomst niet nakomt, doordat zij al sinds 1 januari 2024 geen huur meer betaalt. KTZL is daarmee tekort geschoten in de nakoming van haar verplichtingen die voortvloeien uit de overeenkomst. Haar betoog dat de overeengekomen huurprijs exorbitant hoog is, kan haar niet baten. KTZL is deze huurprijs zelf met [eiseres] overeengekomen na intensieve onderhandelingen en bovendien heeft KTZL de huurprijs jarenlang zonder problemen voldaan aan [eiseres] .
4.4.
Evenmin kunnen het standpunt van KTZL dat de koopoptie in de huurovereenkomst commercieel onbegrijpelijk is en het standpunt dat er strafrechtelijk onderzoek loopt naar mogelijke fraude, corruptie en/of misbruik van officiële bevoegdheden door de toenmalige bestuurders van KTZL haar ontslaan van haar betalingsverplichtingen uit de overeenkomst tegenover [eiseres] .
4.5.
De overige omstandigheden die KTZL heeft aangevoerd, waaronder de afnemende vraag naar (koel)containers en de opkomst van modernere modellen (koel)containers, kunnen ook niet leiden tot de conclusie dat KTZL vanaf 1 januari 2024 geen huur meer zou hoeven te betalen aan [eiseres] .
4.6.
Ten slotte heeft [eiseres] gemotiveerd betwist dat haar ACEP certificering niet in orde was. Zij heeft een kopie in het geding gebracht van haar thans geldende ACEP certificering. KTZL heeft haar verweer dat zij de containers sinds 2020 niet meer kon gebruiken wegens het ontbreken van de ACEP certificering daarmee onvoldoende onderbouwd en ook dit verweer kan er niet toe leiden dat KTZL geen of minder huurpenningen aan [eiseres] is verschuldigd.
4.7.
De conclusie is dat de gevorderde huurachterstand van USD 4.872.150,- dan ook toewijsbaar is.
4.8.
Ook toewijsbaar zijn de gevorderde huurpenningen voor 100 containers vanaf 1 februari 2026 tot en met 20 februari 2026. De huurovereenkomst bepaalt in artikel 7.4 dat als de containers na de huurtermijn niet worden ingeleverd er een periode van 12 maanden geldt om de containers alsnog in te leveren (de ‘redelivery’ periode) waarbij een huurprijs geldt van USD 19.95 per container per dag. De containers zijn nog niet ingeleverd, waardoor de redelivery periode loopt. Inmiddels is per 28 februari 2026 en per 31 maart 2026 ook de redelivery periode ingegaan voor de overige 130 containers. KTZL is ten tijde van het wijzen van dit vonnis dus al een hoger bedrag verschuldigd dan het gevorderde bedrag van USD 39.900,-. Omdat de mondelinge eiswijziging van [eiseres] buiten beschouwing is gelaten, is slechts het gevorderde bedrag in rechte toewijsbaar.
4.9.
Over de toewijsbare bedragen is de wettelijke handelsrente verschuldigd. De contractuele rente die [eiseres] vordert, is tussen partijen in de bijbehorende Hiring Conditions van de toepasselijke huurovereenkomst niet overeengekomen.
De twee extra containers
4.10.
[eiseres] heeft zich verder op het standpunt gesteld dat KTZL – naast de 230 containers die zij huurde op grond van de huurovereenkomst tussen partijen – nog 2 extra containers van [eiseres] op onduidelijke wijze onder zich heeft verkregen en al jaren (gratis) gebruikt. [eiseres] is van mening dat KTZL hierdoor stilzwijgend een huurovereenkomst met [eiseres] is aangegaan en dat [eiseres] op basis daarvan gerechtigd is huur in rekening te brengen bij KTZL.
4.11.
KTZL heeft betwist dat zij gebruik heeft gemaakt van de twee betreffende containers of dat zij deze onder zich heeft gehad.
4.12.
Bij een vordering tot betaling van huurpenningen, zoals hier het geval, ligt het op de weg van de verhuurder, in dit geval [eiseres] , om aan te tonen dat er een huurovereenkomst tussen partijen bestaat. Tegenover de betwisting van KTZL heeft [eiseres] onvoldoende gesteld om tot het oordeel te kunnen komen dat de twee betreffende containers daadwerkelijk aan KTZL zijn geleverd, thans in haar bezit zijn of überhaupt door haar zijn gebruikt. Er is geen enkel feitelijk aanknopingspunt door [eiseres] gegeven dat hierop wijst. De enkele omstandigheid dat de twee containers referentienummers dragen die normaliter gekoppeld zijn aan KTZL is in ieder geval onvoldoende.
4.13.
De conclusie is dat deze vordering van [eiseres] wordt afgewezen.
De Arctic diesel
4.14.
[eiseres] vordert verder betaling van een factuur van 31 maart 2017 die betrekking heeft op de levering van 400 liter Arctic diesel voor een bedrag van USD 170.200,-. KTZL voert aan dat er nooit een afspraak tussen partijen is gemaakt voor de betaling van de Arctic diesel.
4.15.
[eiseres] beroept zich op een e-mail van 5 oktober 2016 (zie rechtsoverweging 2.6), waaruit lijkt te volgen dat er nog een factuur gestuurd zal worden voor de Arctic diesel. In de huurovereenkomst tussen partijen is in artikel 6.2 het volgende opgenomen:
“Lessor shall supply the containers to lessee in accordance with IICL-3 technical standards and provide availability of diesel fuel in tanks no less than 400 liters.”
Uit deze bepaling blijkt niet dat er door KTZL nog een meerprijs is verschuldigd voor de Arctic diesel waarmee de gehuurde containers zouden worden afgevuld. Daarbij komt dat de e-mail van 5 oktober 2016 is gestuurd op een moment dat de afspraken tussen partijen nog niet definitief waren vastgelegd, maar daarover nog werd onderhandeld. Immers, volgens de eigen stellingen van [eiseres] was de overeenkomst bij de e-mail van 22 november 2016 de juiste en definitieve versie. Van 18 september 2016 tot 22 november 2016 is dus in ieder geval nog overleg geweest over de overeenkomst en de voorwaarden en condities waaronder partijen deze wilden sluiten. Dat er uiteindelijk door partijen voor is gekozen om artikel 6.2 op deze wijze in de huurovereenkomst vast te leggen, zonder vermelding van enige meerprijs, wijst er op dat er geen betaling is overeengekomen voor het afvullen van de containers met de Arctic diesel. Deze vordering van [eiseres] is daarom niet toewijsbaar.
Inleveren containers
4.16.
Vaststaat dat de huurtermijnen voor de 230 gehuurde containers inmiddels zijn geëindigd. Ook staat vast dat KTZL de containers niet heeft overgekocht volgens de koopoptie die is opgenomen in de huurovereenkomst. Op KTZL rust daarom de verplichting om de containers terug te geven aan [eiseres] . In de huurovereenkomst tussen partijen is hierover het volgende opgenomen in de artikelen 7.6 van de huurovereenkomst en 8 sub (a) van de Hiring Conditions:
“7.6 The containers shall be returned at a depot nominated by lessor (…)
8.Return of containers
a) Upon expiration of the term of the Lease Agreement, the Lessee agrees to return each container as to which the Lease Agreement shall have expired to the Lessor at an address specified by the Lessor in the Lease Agreement (…) at Lessee’s expense including costs of lifting off delivering vehicles.”
4.17.
[eiseres] heeft bij e-mail van 31 oktober 2025 als inleverlocatie aangewezen het [locatie] . De vordering van [eiseres] tot het inleveren van de 230 gehuurde containers in [locatie] is daarom toewijsbaar. De termijn voor het inleveren van de containers zal in redelijkheid worden gesteld op één maand.
4.18.
Ook de gevorderde dwangsom is toewijsbaar, behalve de verhoging van USD 5,-- per container per dag. Deze verhoging is door [eiseres] gevorderd op grond van artikel 7.5 van de door haar overgelegde niet-ondertekende huurovereenkomst. Hiervoor is echter geoordeeld dat moet worden uitgegaan van de versie die KTZL heeft overgelegd. In die versie ontbreekt artikel 7.5. Er is daarom geen aanleiding de gevorderde verhoging van USD 5,-- per container per dag in de dwangsom op te nemen.
Reparatiekosten
4.19.
Op grond van artikel 8 subPro (b) van de Hiring Conditions is KTZL verplicht de containers in dezelfde staat te retourneren als zij deze heeft ontvangen, normale slijtage uitgezonderd. Dit artikel bepaalt verder dat eventuele kosten voor reparaties voor rekening komen van KTZL. De door [eiseres] gevraagde verklaring voor recht is daarom toewijsbaar.
Proceskosten
4.20.
KTZL wordt als de overwegend in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.
4.21.
Partijen zijn niet overeengekomen dat KTZL bij verzuim de werkelijke advocaat- en proceskosten die [eiseres] daardoor heeft gemaakt moet vergoeden. De werkelijke advocaat- en proceskosten zijn dus alleen toewijsbaar als sprake is van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen van KTZL. Daarvan is niet gebleken. De proceskosten zullen dus worden begroot conform het gebruikelijke liquidatietarief.
4.22.
De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
112,37
- griffierecht
€
1.461,00
- salaris gemachtigde
€
3.462,00
(2 punten × € 1.731,00)
- nakosten
€
72,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
5.107,37
4.23.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5.De beoordeling in reconventie
5.1.
Het bedrag dat KTZL moet betalen aan [eiseres] overstijgt het gestorte depot. Van terugbetaling van het depot kan daarom geen sprake zijn. Het depot kan wel worden verrekend met de huurachterstand. Hiertoe zal worden beslist.
5.2.
De proceskosten in reconventie worden gecompenseerd.
6.De beslissing
De kantonrechter
in conventie
6.1.
veroordeelt KTZL om aan [eiseres] te betalen een bedrag van USD 4.872.150,- aan onbetaald gelaten huurpenningen voor 230 containers, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, vanaf de respectievelijke vervaldata van de facturen tot de dag van volledige betaling,
6.2.
veroordeelt KTZL om aan [eiseres] te betalen een bedrag van USD 39.900,- aan onbetaald gelaten huurpenningen voor 100 containers vanaf 1 februari 2026 tot en met 20 februari 2026, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, vanaf de datum van opeisbaarheid tot de dag van volledige betaling,
6.3.
veroordeelt KTZL om binnen één maand na betekening van dit vonnis de 230 gehuurde containers overeenkomstig de overeenkomst in te leveren op de locatie [locatie] , op straffe van een dwangsom van USD 19,95 per container per dag voor iedere container waarmee KTZL in gebreke blijft tijdig aan deze veroordeling te voldoen,
6.4.
verklaart voor recht dat KTZL op grond van artikel 8 subPro (b) van de Hiring Conditions aansprakelijk is voor en gehouden is tot betaling van de reparatiekosten aan [eiseres] van de door KTZL ingeleverde containers,
6.5.
veroordeelt KTZL in de proceskosten van € 5.107,37, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als KTZL niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.6.
veroordeelt KTZL tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BWPro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
in reconventie
6.7.
bepaalt dat het depot van in totaal USD 1.421.675,- wordt verrekend met de in conventie toegewezen vorderingen,
6.8.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
in conventie en reconventie
6.9.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
6.10.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum, kantonrechter, bijgestaan door mr. K.J. Verschueren, griffier en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2026.