ECLI:NL:RBAMS:2026:3325
Rechtbank Amsterdam
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Ontruiming jongerenwoning na maximale huurperiode van zeven jaar
In deze zaak vordert woningstichting Eigen Haard de ontruiming van een jongerenwoning die door de huurder al zeven jaar wordt bewoond. De huurovereenkomst betreft een jongerenhuurovereenkomst die volgens artikel 7:274 lid 1 sub c jo Pro. artikel 7:274c BW na vijf jaar kan worden opgezegd wegens dringend eigen gebruik door de verhuurder. De verhuurder wil de woning opnieuw aan een jongere verhuren.
De huurder heeft de maximale wettelijke verlenging van twee jaar benut, waardoor de totale huurperiode zeven jaar bedraagt. De kantonrechter stelt vast dat op grond van de wet geen verdere verlenging mogelijk is en dat de vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst in een bodemprocedure waarschijnlijk zal worden toegewezen.
Gezien de woningnood wordt aan de huurder een ontruimingstermijn van zes weken toegekend. De huurder moet de huur blijven betalen tot het moment van daadwerkelijke ontruiming. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard omdat de huurder misbruik van recht maakt door de ontruiming te willen uitstellen zonder juridische grond.
De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming, betaling van de huur vanaf 1 maart 2026 tot en met de maand van ontruiming, en tot betaling van de proceskosten. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen zes weken en betaling van huur vanaf 1 maart 2026, met uitvoerbaarheid bij voorraad.