Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling
nietvoldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Het verzoek tot het verlenen van verplichte zorg zal om die reden worden afgewezen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 12 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan een schizoaffectieve stoornis en middelengebruik.
Uit de stukken en de mondelinge behandeling bleek dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn aandoening, waaronder een katatoon beeld. De behandelaren zijn nog zoekende naar een passende behandeling. De rechtbank erkent de zorgen, maar stelt vast dat vrijwillige behandeling mogelijk is en dat betrokkene tijdens de zitting heeft aangegeven open te staan voor zorg op vrijwillige basis.
De rechtbank benadrukt dat verplichte zorg een ultimum remedium is en een grote inbreuk vormt op de autonomie en lichamelijke integriteit. Omdat de mogelijkheid van vrijwillige behandeling niet met betrokkene is besproken, is de fundamentele toets van de Wvggz niet nageleefd. De rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan de bereidheid van betrokkene om mee te werken aan behandeling en wijst daarom het verzoek tot verplichte zorg af.
Uitkomst: Het verzoek tot het verlenen van verplichte zorg wordt afgewezen omdat vrijwillige behandeling mogelijk is en betrokkene daartoe bereid is.