ECLI:NL:RBAMS:2026:3291

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
16 maart 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
C/13/784670 / FA RK 26/2053
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening machtiging tot voortzetting crisismaatregel op grond van de Wvggz

De rechtbank Amsterdam behandelde op 16 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 1973. De crisismaatregel was op 11 maart 2026 opgelegd en moest worden verlengd vanwege ernstig dreigend nadeel.

Uit de stukken en de zitting bleek dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten depressie met psychotische kenmerken, die leidt tot ernstig lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de algemene veiligheid. De situatie was zo ernstig dat een zorgmachtiging niet kon worden afgewacht.

De rechtbank oordeelde dat de voorgestelde verplichte zorg, waaronder medicatie, medische controles, bewegingsbeperkingen en opname, noodzakelijk, evenredig en naar verwachting effectief is om het ernstig nadeel af te wenden. Betrokkene verzette zich tegen de zorg en wilde vrijwillig meewerken, maar de rechtbank vond het nog te vroeg voor een volledig vrijwillige behandeling.

De raadsman verzocht primair afwijzing wegens gebrek aan ernstig nadeel en vrijwilligheid, subsidiair verlenging voor één week. De psychiater en de zus van betrokkene bevestigden de noodzaak van voortzetting. De rechtbank verleende de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken, met de mogelijkheid voor de psychiater om eerder te besluiten tot beëindiging.

De beschikking werd op 16 maart 2026 mondeling gegeven en op 23 maart 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend door rechter J.P.C. van Dam van Isselt.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken wegens ernstig dreigend nadeel door een psychische stoornis.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/784670 / FA RK 26/2053
kenmerk: VCM/IND/197192
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking van 16 maart 2026van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1973 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] , [adres 1] ,
verblijvende te [verblijfsplaats] , [adres 2] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. R.P.G. van der Weide te Amsterdam,
zorgaanbieder: GGZ inGeest.

1.Procesverloop

Bij verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 12 maart 2026, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 11 maart 2026 opgelegde crisismaatregel.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 16 maart 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder.
Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- de raadsman;
- dhr. [persoon 1] , psychiater;
- mw. [persoon 2] , zus van betrokkene.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in: ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van depressie met psychotische kenmerken. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
2.2.
De rechtbank is van oordeel dat van de zorg die is genoemd in de crisismaatregel, de volgende vormen van zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden:
  • toedienen van vocht en voeding;
  • toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles;
  • het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • beperken van de bewegingsvrijheid;
  • insluiten;
  • uitoefenen van toezicht op betrokkene;
  • onderzoek aan kleding of lichaam;
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
  • controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
  • opnemen in een accommodatie.
2.3.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief
.Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.4.
De raadsman heeft namens betrokkene primair verzocht het verzoek af te wijzen omdat er geen sprake is van ernstig nadeel en betrokkene bereid is vrijwillig mee te werken aan de behandeling om het ernstig nadeel af te wenden. Subsidiair is verzocht het verzoek toe te wijzen voor één week, zodat betrokkene weet hoe lang ze nog op de afdeling moet verblijven. Het is duidelijk dat er een behandeling moet komen en betrokkene is bereid om medicatie te nemen.
De zus van betrokkene heeft aangegeven dat er zorgen zijn over betrokkene. Het is wel belangrijk te weten wat de prognose is zodat duidelijk is waar naartoe gewerkt kan worden.
De psychiater heeft aangegeven dat de medicatie recent veranderd is en dat nog niet duidelijk is hoe het verder gaat lopen. Dat moet vanuit de kliniek worden opgelost en kan niet vanuit huis. Als betrokkene nu de kliniek zal verlaten komt er weer een beroep op de familie. De laatste opname ging betrokkene naar huis en viel ze vrij snel terug. Het is belangrijk betrokkene goed te behandelen met een beter en duurzamer resultaat.
De rechtbank overweegt als volgt: aan de wettelijke criteria is voldaan. Betrokkene is opgeknapt maar vorige week zijn er nog gevaarlijke uitingen gedaan. Betrokkene zou graag een vrijwillige behandeling willen alleen is er een meningsverschil over het gedwongen verblijf in de kliniek. Betrokkene heeft aangegeven de wens te hebben weer bij haar kinderen te zijn. Het is nog te vroeg om de behandeling volledig vrijwillig te doen omdat het gevaar nog onvoldoende kan worden afgewend op dit moment.
De rechtbank ziet geen reden om de duur van de machtiging te beperken tot één week. De psychiater zal altijd moeten kijken naar het minst ingrijpende middel. Ze kijken altijd naar wat het beste is voor betrokkene. Als de drie weken niet noodzakelijk zijn, moet de psychiater zelf kunnen bepalen of de machtiging nog nodig is. De psychiater heeft daarin het laatste woord.
2.5.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1973 te [geboorteplaats] , voor zover het de in rechtsoverweging 2.2 genoemde vormen van verplichte zorg betreft;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 6 april 2026;
Deze beschikking is op 16 maart 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door
mr. J.P.C. van Dam van Isselt, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 23 maart 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open
.