Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
The Penal Enforcement Group of the Regional Court of Szombathely, Hongarije, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
the Szombathely District Courtvan 11 februari 2019 en het arrest van
the Regional Court of Szombathelyvan 11 april 2024, alsook de overige vragen te stellen die in het licht van artikel 12 OLW Pro van belang zijn.
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
The Szombathely District Court issued a criminal order on 14 May 2020, which became final on 15 June 2020, imposing a one-year prison sentence on the accused, 6.Bpk.294/2020/2. [T]hat was ordered to be enforced retroactively by the District Court of Szombathely in its judgment No. 35.B.155/2023/30, which was ordered by the Regional Court of Szombathely as the court of second instance in its final decision No. 6.Bf.6/2024/12, dated 11 April 2024.”
the District Court of Szombathelymet kenmerk No. 35.B.155/2023/30 is uitgesproken op 11 januari 2024. De aanvullende informatie van 30 januari 2026 vermeldt daarnaast een vonnis van
the Szombathely District Courtvan 11 februari 2019, met kenmerk No. 6.Fk.372/2018/5.
the Szombathely District Courtvan 14 mei 2020 met een proeftijd van drie jaren. De tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf is bevolen bij het vonnis van
the District Court of Szombathelyvan 11 januari 2024, dat is bekrachtigd met het arrest van
the Regional Court of Szombathelyvan 11 april 2024.
the Szombathely District Courtvan 11 februari 2019 is geoordeeld over de schuld van de opgeëiste persoon aan de in het EAB genoemde strafbare feiten die zijn gepleegd in 2017. Aan hem is toen geen vrijheidsstraf opgelegd, maar hij is wel onder toezicht (‘
probation’) gesteld met een proeftijd van één jaar waarin de opgeëiste persoon in ieder geval geen nieuwe strafbare feiten mocht plegen. Uit de aanvullende informatie van 12 maart 2026 blijkt dat de opgeëiste persoon naar de zitting van 11 februari 2019 is gebracht. Dat betekent dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot dit vonnis heeft geleid. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro is hierop daarom niet van toepassing.
‘criminal order’)van
the Szombathely District Courtvan 14 mei 2020 is het schuldoordeel uit het vonnis van 11 februari 2019 overgenomen. Daarnaast is de opgeëiste persoon veroordeeld voor de feiten uit 2018 en 2019. In de strafbeschikking van 14 mei 2020 is een gezamenlijke straf opgelegd voor de feiten uit 2017, 2018 en 2019 (derhalve voor alle in het EAB genoemde feiten), namelijk een voorwaardelijke gevangenisstraf van één jaar met een proeftijd van drie jaren. Uit de aanvullende informatie van 23 januari 2026 en 30 januari 2026 blijkt dat de opgeëiste persoon niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot de strafbeschikking heeft geleid. De strafbeschikking is echter, zo blijkt uit het ingevulde onderdeel D) bij de aanvullende informatie van 23 januari 2026, op 3 juni 2020 aan de opgeëiste persoon betekend en hij is uitdrukkelijk geïnformeerd over zijn recht op een verzetprocedure of een procedure in hoger beroep, waarbij hij het recht heeft aanwezig te zijn, en dat tijdens die procedure de zaak opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten dat kan leiden tot herziening van de oorspronkelijke beslissing. De opgeëiste persoon heeft uitdrukkelijk te kennen gegeven dat hij het vonnis niet betwist. Dit betekent dat de situatie als bedoeld in artikel 12, onder c, sub 1, OLW van toepassing is.
the District Court of Szombathelyvan 11 januari 2024 is onder andere de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijke vrijheidsstraf bevolen. Deze beslissing is in hoger beroep bekrachtigd door
the Regional Court of Szombathelyvan 11 april 2024. De beslissing tot tenuitvoerlegging zelf is geen beslissing waarbij de aard of de maat van de aanvankelijk opgelegde straf is gewijzigd en valt daarom niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW Pro. [4]
the decision is handed over in person to the person concerned immediately after the surrender; and
the data subject(de rechtbank begrijpt: de opgeëiste persoon)is expressly informed, at the time of notification of the decision, of his or her right to a retrial or appeal, in which he or she has the right to participate and which allows the merits of the case to be re-examined, including fresh evidence, and which may lead to the original decision being reversed; and
the data subject(de rechtbank begrijpt: de opgeëiste persoon)is informed of the time limit within which he or she may request a retrial or appeal, which will be 1 month.”
the District Court of Szombathelyvan 11 januari 2024 wordt aan de opgeëiste persoon allereerst een gevangenisstraf van één jaar opgelegd wegens strafbare feiten die zijn gepleegd in 2022. Daarnaast wordt de tenuitvoerlegging van de eerder - bij de strafbeschikking van 14 mei 2020 - voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van één jaar bevolen. Tegen het vonnis van 11 januari 2024 wordt hoger beroep ingesteld. Uit het arrest van
the Regional Court of Szombathelyvan 11 april 2024, dat in vertaalde vorm bij de aanvullende informatie is gevoegd, blijkt dat het vonnis van 11 januari 2024 is gecorrigeerd. Opgelegd is een gevangenisstraf van één jaar en een uitsluiting van het bekleden van publieke functies voor één jaar. Dat is in strijd met de twee EAB’s die tegen de opgeëiste persoon zijn uitgevaardigd. In EAB I gaat het namelijk om de omzetting van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf naar een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van één jaar. In EAB II (met parketnummer 13-013725-26) gaat het om een gevangenisstraf van één jaar voor de feiten die zijn gepleegd in 2022. Het arrest van 11 april 2024 vermeldt niet de omzetting naar een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van één jaar, welke in het vonnis van 11 januari 2024 wel wordt vermeld. Het is daarmee niet duidelijk of de beslissing tot tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van één jaar ook in hoger beroep is bekrachtigd. Subsidiair heeft de raadsman verzocht bij de Hongaarse autoriteiten aanvullende informatie op te vragen om meer duidelijkheid te verkrijgen over de genoegzaamheid van het EAB.
4.Strafbaarheid
5.Slotsom
6.Toepasselijke wetsbepalingen
7.Beslissing
[de opgeëiste persoon]aan
The Penal Enforcement Group of the Regional Court of Szombathely(Hongarije) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.