Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.HDI GLOBAL SE,
2.
DEKRA CLAIMS,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
minimaalals schadevergoeding kan worden toegewezen. Eventuele toekomstige nadere onderzoeken (bijvoorbeeld door de arbeidsdeskundige) kunnen aanleiding geven tot een hogere schadevergoeding.
ernstig hersenletsel(bandbreedte € 150.000 - € 195.000), maar in ieder geval onder de hoogste categorie van
middelzwaar hersenletsel subcategorie I(bandbreedte € 105.000 - € 150.000), waarbij sprake is van “
Middelzware tot ernstige cognitieve beperkingen. De benadeelde is niet volledig afhankelijk van anderen, maar heeft wel continue zorg nodig. Beperkingen kunnen een persoonlijkheidsverandering, aantasting van zicht, spraak en zintuigen omvatten. Daarnaast kan sprake zijn van (een aanzienlijk risico op) epilepsie”. HDI gaat echter uit van hoogstens
middelzwaar hersenletsel subcategorie II(bandbreedte € 62.000 - € 105.000), waarbij sprake is van “
Matige tot lichte cognitieve beperkingen. De benadeelde heeft geen continue zorg nodig. Er is enige zelfstandigheid, maar het vermogen om arbeid te verrichten is sterk afgenomen of weggevallen, en er is enig risico op epilepsie”.
minimaalin aanmerking zal komen. Naar het oordeel van de rechtbank kan worden aangenomen dat [verzoekster] , zelfs indien wordt uitgegaan van een indeling in de categorie
middelzwaar hersenletsel subcategorie II, dus de lagere categorie waarvan HDI uitgaat, ook dan in aanmerking zal komen voor een bedrag dat de € 50.000 (het thans uitgekeerde voorschot op deze schade) ruimschoots zal overstijgen. Hiertoe is het volgende redengevend.
Aantasting gezichtsvermogen, sub e ‘
volledig verlies van het zicht in één oog’, met een bandbreedte van € 34.000 tot € 37.000 voor het smartengeld. Dit letsel vormt een zelfstandig relevante factor bij de begroting van immateriële schade, die op dit moment nog niet is meegenomen in de schadebegroting. Inmiddels hebben het Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel en Kanton (LOVCK), het Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel Hoven (LOVCH) en het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) aanbevelingen vastgesteld die een aanvulling vormen op de Rotterdamse schaal. De aanbevelingen worden per 1 januari 2026 gehanteerd door de Rechtspraak. Aanbeveling 5 is voor deze zaak relevant, nu daarin is opgenomen dat bij letsels die onafhankelijk van elkaar voorkomen (meervoudig letsel) wordt aanbevolen uit te gaan van het zwaarste letsel: dat weegt volledig mee; het in ernst tweede letsel weegt voor 50% mee. De aldus gevonden bedragen dienen te worden opgeteld. Het “derde” of volgende letsel weegt niet op dezelfde manier mee, maar kan als factor worden betrokken bij het vaststellen van de hoogte van het smartengeld. Uit het voorgaande kan worden afgeleid dat, als partijen bij hun schadebegrotingen ook uitgaan van deze aanbevelingen, waar de rechtbank voor nu vanuit gaat, het oogletsel bij de begroting van het smartengeld voor 50% zal moeten worden betrokken en moet worden opgeteld bij het voor het hersenletsel te begroten bedrag.
minstensde volgende schade heeft geleden: