Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3203

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
31 maart 2026
Zaaknummer
13-347664-25 (EAB I)
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22 OLWArt. 23 OLWArt. 29 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Officier van justitie niet-ontvankelijk in vordering tot in behandeling nemen Europees aanhoudingsbevel

De rechtbank Amsterdam behandelde op 10 maart 2026 de vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Oostenrijk. De opgeëiste persoon, met Roemeense nationaliteit en zonder vaste verblijfplaats in Nederland, was aanwezig en bijgestaan door een advocaat en tolk.

Tijdens de procedure bleek dat het oorspronkelijke EAB, uitgevaardigd op 23 oktober 2025, was vervangen door een later EAB van 17 december 2025, eveneens uit Oostenrijk. De rechtbank oordeelde dat hierdoor de grondslag van de vordering was komen te vervallen, waardoor de officier van justitie niet-ontvankelijk moest worden verklaard.

De rechtbank besloot tevens het bevel tot gevangenhouding op te heffen. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open. De procedure werd gevoerd in aanwezigheid van de voorzitter en twee rechters, met griffiers, en de uitspraak werd openbaar gedaan.

Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot in behandeling nemen van het EAB en het bevel tot gevangenhouding is opgeheven.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-347664-25 (EAB I)
Datum uitspraak: 10 maart 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 29 december 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 23 oktober 2025 door het
Staatsanwaltschaft Wien– met goedkeuring van het
Landesgericht Korneuburg, Abt. 33,Oostenrijk (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 1986,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [detentieadres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

Zitting 19 februari 2026
De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 19 februari 2025,in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. M.H. Aalmoes, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Roemeense taal. De behandeling van de zaak is voor bepaalde tijd aangehouden, om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen om nadere informatie op te vragen bij de uitvaardigende justitiële autoriteit.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank ter zitting de gevangenhouding bevolen.
Zitting 10 maart 2026
De behandeling van het EAB is – met instemming van partijen in gewijzigde samenstelling - hervat op de zitting van 10 maart 2026, in aanwezigheid van mr. N.R. Bakkenes, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. M.H. Aalmoes, en door een tolk in de Roemeense taal.
De rechtbank heeft het onderzoek gesloten en direct uitspraak gedaan.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft.

3.Ontvankelijkheid officier van justitie

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft per e-mail van 3 maart 2026 laten weten dat het EAB dat is uitgevaardigd op 17 december 2025 door
the Public Prosecution Korneuburg, Oostenrijk met referentienummer St. 118/25d, met goedkeuring van
the Regional Court Korneuburg, Dept 33, het onderhavige EAB vervangt. De rechtbank is van oordeel dat de officier van justitie om die reden niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu de grondslag aan de vordering van de officier van justitie is komen te vervallen.

4.Beslissing

Verklaartde officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.
HEFT OPhet bevel gevangenhouding.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M. Westerman, voorzitter,
mrs. E. van den Brink en C.M.S. Loven, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.A. Harland en E. Mulder, griffiers,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 10 maart 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.