ECLI:NL:RBAMS:2026:319

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
8 januari 2026
Publicatiedatum
21 januari 2026
Zaaknummer
11734071 \ CV EXPL 25-8003
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:228 lid 1 onder a BWArt. 6:89 BWArt. 150 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststellingsovereenkomsten vernietigd wegens dwaling over beëindiging arbeidsovereenkomst

Op 1 mei 2024 traden eiser 1 en eiser 2 in dienst bij Happy Smile met arbeidsovereenkomsten voor twaalf maanden. In augustus 2024 tekenden zij vaststellingsovereenkomsten (vso's) om het dienstverband te beëindigen, gebaseerd op de mededeling dat het bedrijf zou stoppen vanwege problemen met de verblijfsvergunning van de werkgever.

Later bleek dat Happy Smile al vóór het aangaan van de arbeidsovereenkomsten wist dat de verblijfsvergunning was afgewezen, maar dit niet aan de werknemers had meegedeeld. De kantonrechter oordeelt dat de werknemers hierdoor hebben gedwaald bij het sluiten van de vso's, waardoor deze vernietigbaar zijn. De arbeidsovereenkomsten zijn daardoor niet tussentijds geëindigd.

Er is onenigheid over het loon: de arbeidsovereenkomst vermeldt €3.000 bruto per maand, maar Happy Smile stelt dat een lager loon van €2.400 is afgesproken, met terugbetalingen door werknemers. De kantonrechter geeft Happy Smile een bewijsopdracht om dit te onderbouwen. Ook moet Happy Smile bewijzen dat zij vakantiebijslag en resterende vakantiedagen reeds heeft betaald.

De kantonrechter wijst de vorderingen tot vernietiging van de vso's toe en bepaalt dat Happy Smile het loon moet betalen tot het einde van de arbeidsovereenkomst op 30 april 2025, tenzij zij slaagt in het bewijs dat een lager loon is overeengekomen en dat zij de vakantiebijslag en vakantiedagen heeft voldaan. Verdere bewijslevering en getuigenverhoren worden gepland.

Uitkomst: De vaststellingsovereenkomsten worden vernietigd wegens dwaling en de werkgever moet loon betalen tot het einde van de arbeidsovereenkomst, met bewijsopdrachten over loonhoogte en betaling vakantiebijslag.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11734071 \ CV EXPL 25-8003
Vonnis van 8 januari 2026
in de zaak van

1.[eiser 1] ,

en
2.
[eiser 2],
beiden wonende te [woonplaats] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eiser 1] en [eiser 2] ,
gemachtigde: mr. M.H. Horst,
tegen
HAPPY SMILE GENERAL TRADING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Happy Smile,
gemachtigde: mr. O. Saaliti.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 26 mei 2025, met producties,
- de conclusie van antwoord, met producties,
- het instructievonnis van 15 augustus 2025,
- de akte vermeerdering van eis van 17 november 2025, met producties,
- de aanvullende producties 2 tot en met 7 aan de zijde van Happy Smile,
- de aanvullende producties 8 en 9 aan de zijde van [eiser 1] en [eiser 2] , met daarbij gedeponeerde usb-stick met video-opnames,
- de akte vermeerdering van eis van 25 november 2025.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 26 november 2025. [eiser 1] en [eiser 2] zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde en mr. S. Ruijs. Aan hun zijde was [tolk 1] als tolk Farsi. Namens Happy Smile is [naam 1] ( [naam functie] ) verschenen, bijgestaan door de gemachtigde. Aan zijn zijde was [tolk 2] als tolk Farsi.
1.3.
De gemachtigden hebben het woord gevoerd aan de hand van spreekaantekeningen die in het dossier zijn gevoegd. Partijen zijn daarna gehoord en hebben vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken. Deze aantekeningen zijn eveneens in het dossier gevoegd.
1.3.
[eiser 1] en [eiser 2] hebben ter zitting de gevorderde verklaring voor recht dat geen rechtsgevolg toekomt aan de op 28 mei 2024 getekende ontslagbrieven, ingetrokken.
1.4.
Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op 1 mei 2024 zijn [eiser 1] en [eiser 2] beiden in dienst getreden bij Happy Smile op basis van een arbeidsovereenkomst voor de duur van twaalf maanden, met een arbeidsduur van 40 uur per week. [eiser 1] is in dienst getreden in de functie van Magazijnmedewerker, [eiser 2] in de functie van Verkoopmanager.
2.2.
In beide arbeidsovereenkomsten is vermeld dat het salaris bij indiensttreding
€ 3.000,- bruto per maand bedraagt, exclusief 8% vakantiebijslag.
2.3.
Omstreeks juni 2024 heeft de boekhouder van Happy Smile het volgende (vertaalde) bericht aan [eiser 1] en [eiser 2] gestuurd: “
Groet aan iedereen. Na de berekening van het verschil in salaris van mevrouw [eiser 1] en lieve [naam 2] , moet iedereen € 867,23 per maand aan de heer [naam 1] terugbetalen. Voor twee personen wordt het in totaal€ 1.734,46. Willen jullie alstublieft dit bedrag vandaag aan de heer [naam 1] of aan mij overmaken? Bedankt!”.
2.4.
[eiser 2] heeft op 27 juni 2024, 9 juli 2024 en 2 augustus 2024 verschillende bedragen aan Happy Smile overgemaakt, met een totaalbedrag van € 1.203,38.
2.5.
In augustus 2024 hebben [eiser 1] en [eiser 2] documenten ondertekend. Deze documenten zijn door Happy Smile in het Nederlands opgesteld.
2.6.
[eiser 1] en [eiser 2] hebben een Werkloosheidsuitkering (WW-uitkering) aangevraagd bij het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV). De aanvraag is afgewezen. Na de afwijzing hebben [eiser 1] en [eiser 2] beiden een arbeidsovereenkomst met Happy Smile ondertekend voor de duur van vier maanden, ingaande op 1 mei 2024 (hierna: de hernieuwde arbeidsovereenkomsten). [eiser 1] en [eiser 2] hebben op basis van die arbeidsovereenkomsten nogmaals een WW-uitkering aangevraagd. De aanvraag is wederom afgewezen.
2.7.
De gemachtigde van [eiser 1] en [eiser 2] heeft bij brief van 8 april 2025 de hernieuwde arbeidsovereenkomsten buitengerechtelijk vernietigd.
2.8.
Bij e-mail van 15 april 2025 heeft Happy Smile zich verzet tegen de buitengerechtelijke vernietiging.
2.9.
[naam 1] , [naam functie] van Happy Smile, heeft een procedure bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) doorlopen met betrekking tot de aanvraag van een verblijfsvergunning. De aanvraag is in 2023 afgewezen, maar uiteindelijk is in 2025 een verblijfsvergunning aan [naam 1] verleend.

3.Het geschil

3.1.
[eiser 1] en [eiser 2] vorderen, na eiswijzigingen, samengevat:
a. een verklaring voor recht dat de hernieuwde arbeidsovereenkomsten buitengerechtelijk zijn vernietigd,
b. voor zover vast zou komen te staan dat [eiser 1] en [eiser 2] vaststellingsovereenkomsten (hierna: vso’s) hebben getekend ter beëindiging van hun dienstverband, deze te vernietigen,
c. Happy Smile te veroordelen om aan [eiser 2] te betalen:
i. € 1.203,38 netto aan onverschuldigd terugbetaald loon,
d. Happy Smile te veroordelen om aan [eiser 1] en [eiser 2] te betalen:
i. € 24.000,- bruto per persoon aan loon over de periode van september 2024 tot en met april 2025,
ii. € 720,- bruto per persoon aan vakantiebijslag over de periode van juni tot en met augustus 2024,
iii. € 1.920,- bruto per persoon aan vakantiebijslag over de periode van september 2024 tot en met april 2025,
iv. € 2.991,17 bruto inclusief vakantiebijslag per persoon aan niet-genoten vakantiedagen over de periode van mei 2024 tot en met 30 april 2025,
v. de wettelijke verhoging van 50% over de hiervoor gevorderde bedragen,
vi. € 1.219,47 per persoon aan buitengerechtelijke kosten,
vii. de wettelijke rente,
viii. de proceskosten, met rente.
3.2.
[eiser 1] en [eiser 2] leggen aan hun vorderingen ten grondslag dat wilsovereenstemming met betrekking tot het beëindigen van het dienstverband met wederzijds goedvinden ontbreekt. Volgens hen is namelijk sprake van bedrog, dwaling dan wel misbruik van omstandigheden. [eiser 1] en [eiser 2] stellen daartoe dat Happy Smile opzettelijk onjuiste inlichtingen heeft geven over problemen van [naam 1] met de IND en de daarmee verband houdende bedrijfsbeëindiging die aanstaande zou zijn. [eiser 1] en [eiser 2] begrepen niet waar zij voor tekenden en Happy Smile heeft hen niet gewezen op de nadelige consequenties van het tekenen van de vso’s. [eiser 1] en [eiser 2] stellen dat als zij de juiste informatie hadden geweten, zij de vso’s niet zouden hebben getekend. Verder heeft Happy Smile verteld dat het aangaan van de hernieuwde arbeidsovereenkomsten noodzakelijk was om WW-rechten veilig te stellen, terwijl dit niet klopt. [eiser 1] en [eiser 2] beheersen de Nederlandse taal nauwelijks, kennen het Nederlandse ontslagrecht niet en waren beiden financieel afhankelijk van Happy Smile. Happy Smile heeft hier misbruik van gemaakt. Als de hernieuwde arbeidsovereenkomsten en de eventuele vso’s worden vernietigd, hebben de arbeidsovereenkomsten tot 30 april 2025 geduurd. In dat geval is Happy Smile loon verschuldigd aan [eiser 1] en [eiser 2] . Ook moet Happy Smile de vakantiebijslag en de resterende vakantiedagen nog aan [eiser 1] en [eiser 2] uitbetalen. Tot slot zijn er reële incassowerkzaamheden verricht en heeft [eiser 2] onverschuldigd loon aan Happy Smile terugbetaald, aldus steeds [eiser 1] en [eiser 2] .
3.3.
Happy Smile voert verweer. Happy Smile betoogt dat de IND-aanvraag van [naam 1] in augustus 2024 is afgewezen en dat zij daarom met [eiser 1] en [eiser 2] in gesprek is gegaan over beëindiging van de arbeidsovereenkomsten. Volgens Happy Smile zijn de gesprekken in de moedertaal van [eiser 1] en [eiser 2] gevoerd en is in overleg gekozen voor een beëindiging met wederzijds goedvinden. Van misleiding of dwang is op geen enkel moment sprake geweest. Daarnaast bedraagt volgens Happy Smile het loon in werkelijkheid € 2.400,- bruto per maand en zijn het vakantiegeld en de resterende vakantiedagen op verzoek van [eiser 1] en [eiser 2] aan hen contant betaald. Omdat [eiser 1] en [eiser 2] te lang hebben gewacht met aanspraak maken op hun loon, hebben zij niet aan de klachtplicht van artikel 6:89 BW Pro voldaan en hun rechten verspeeld, aldus steeds Happy Smile.

4.De beoordeling

4.1.
Het gaat in deze procedure als eerste om de vraag of de arbeidsovereenkomsten van [eiser 1] en [eiser 2] tussentijds zijn beëindigd door middel van het aangaan van de vso’s. Daarvoor is relevant wat partijen met betrekking tot die vso’s hebben besproken en mochten begrijpen over de stukken die zijn getekend. Verder gaat het in deze procedure om de vraag welk loon partijen zijn overeengekomen en om de vraag of Happy Smile de eindafrekening aan [eiser 1] en [eiser 2] reeds heeft betaald. De kantonrechter oordeelt dat [eiser 1] en [eiser 2] hebben gedwaald bij het aangaan van de vso’s, waardoor die zullen worden vernietigd. Met betrekking tot de overige twee vragen zal Happy Smile worden toegelaten om haar stellingen over de hoogte van het loon en de betaling van het vakantiegeld en de resterende vakantiedagen te bewijzen. Dit wordt hierna uitgelegd.
Vaststellingsovereenkomsten
4.2.
Vastgesteld kan worden dat [eiser 1] en [eiser 2] in augustus 2024 documenten van Happy Smile hebben ondertekend. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Happy Smile voldoende onderbouwd dat deze documenten de door haar overgelegde vso’s zijn. Deze vso’s zijn namelijk ondertekend en [eiser 1] en [eiser 2] hebben niet weersproken dat deze handtekeningen van hen zijn. Dat [eiser 1] en [eiser 2] niet met zekerheid kunnen zeggen of de vso’s de documenten zijn die zij in augustus 2024 getekend hebben – zoals zij betogen – is onvoldoende om de stelling van Happy Smile te weerleggen.
Wilsgebrek
4.3.
Aangezien Happy Smile stelt dat de arbeidsovereenkomsten door het aangaan van deze vso’s zijn beëindigd, moet vervolgens beoordeeld worden of de vso’s onder invloed van een wilsgebrek tot stand zijn gekomen. [eiser 1] en [eiser 2] stellen immers dat hiervan sprake is.
4.4.
Uit hetgeen partijen naar voren hebben gebracht volgt dat Happy Smile bij de totstandkoming van de vso’s aan [eiser 1] en [eiser 2] heeft meegedeeld dat onzekerheid was ontstaan over de voortzetting van het bedrijf, omdat de verblijfsvergunning van [naam 1] omstreeks augustus 2024 was afgewezen. Happy Smile heeft echter [eiser 1] en [eiser 2] met deze mededeling verkeerd voorgelicht. Uit door Happy Smile overgelegde beschikking van de IND van 11 september 2025 met betrekking tot de aanvraagprocedure van de verblijfsvergunning van [naam 1] blijkt namelijk dat de aanvraag van [naam 1] bij besluit van 6 februari 2023 is afgewezen en dat het bezwaar daartegen bij beschikking van 21 december 2023 ongegrond is verklaard. Pas op 4 juli 2025 is het beroep van [naam 1] tegen deze beschikking gegrond verklaard. Uit deze beschikking van de IND kan worden afgeleid dat Happy Smile al vóór het aangaan van de arbeidsovereenkomsten in mei 2024 – en dus ver voor het aangaan van de vso’s – wist dat de aangevraagde verblijfsvergunning was afgewezen. Happy Smile heeft echter [eiser 1] en [eiser 2] desondanks voorgehouden dat [naam 1] in augustus 2024 plotseling problemen ondervond met zijn verblijfsvergunning waardoor de onderneming niet voortgezet kon worden en de arbeidsovereenkomsten moesten eindigen.
4.5.
Happy Smile heeft ook in deze procedure betoogd dat de aanvraag omstreeks augustus 2024 is afgewezen, maar dit heeft zij in het licht van de overige stukken verder niet onderbouwd. Gelet hierop is de kantonrechter van oordeel dat de inlichtingen die Happy Smile bij de totstandkoming van de vso’s aan [eiser 1] en [eiser 2] heeft gegeven, niet juist zijn geweest. Zij heeft hiermee [eiser 1] en [eiser 2] een onjuiste voorstelling van zaken gegeven. [eiser 1] en [eiser 2] hebben gesteld dat zij de vso’s niet getekend zouden hebben als zij zouden hebben geweten dat het bedrijf niet beëindigd zou worden. Gelet hierop kan worden aangenomen dat de vso’s met de juiste inlichtingen niet zouden zijn gesloten. De conclusie is dan ook dat [eiser 1] en [eiser 2] bij de totstandkoming van de vso’s hebben gedwaald zoals bedoeld in artikel 6:228 lid 1 onder Pro a BW, waardoor de vso’s vernietigbaar zijn. De vraag of sprake is van bedrog dan wel misbruik van omstandigheden kan vervolgens in het midden blijven. Ook kan in het midden blijven of [eiser 1] en [eiser 2] door Happy Smile voldoende zijn ingelicht over de strekking en inhoud van de vso’s en wat de gevolgen van het zetten van hun handtekening voor hen zouden zijn.
4.6.
Gelet op hetgeen hiervoor is besproken zal de kantonrechter de vso’s, zoals gevorderd, vernietigen. Het gevolg daarvan is dat de arbeidsovereenkomsten niet tussentijds geëindigd zijn. Deze vernietiging zal bij eindvonnis worden uitgesproken, omdat Happy Smile – zoals hieronder wordt besproken – zal worden opgedragen om een aantal van haar stellingen te bewijzen.
Hernieuwde arbeidsovereenkomst
4.7.
Omdat Happy Smile ten aanzien van haar standpunt dat de arbeidsovereenkomsten reeds zijn geëindigd geen beroep heeft gedaan op de hernieuwde arbeidsovereenkomsten, hebben [eiser 1] en [eiser 2] onvoldoende belang bij de gevorderde verklaring voor recht dat de hernieuwde arbeidsovereenkomsten buitengerechtelijk vernietigd zijn. Die vordering wordt dan ook afgewezen.
Loonvordering
4.8.
Omdat de vso’s vernietigd zullen worden, zijn de arbeidsovereenkomsten van rechtswege geëindigd per 1 mei 2025. Dit betekent dat Happy Smile zal worden veroordeeld om aan [eiser 1] en [eiser 2] het loon over de periode van 1 september 2024 tot en met 30 april 2025 te betalen.
4.9.
Dat [eiser 1] en [eiser 2] enige tijd hebben gewacht met het instellen van hun vordering maakt dit – anders dan Happy Smile heeft gesteld – niet anders. [eiser 1] en [eiser 2] hebben namelijk betoogd dat zij pas nadat zij door de gemeente zijn doorverwezen naar een juridisch adviseur hebben ontdekt dat er mogelijk meer speelde. Toen voor hen duidelijker werd hoe de vork in de steel zat, hebben zij direct aan de bel getrokken, zo stellen zij. Happy Smile heeft hier onvoldoende tegen ingebracht. Gelet op de door [eiser 1] en [eiser 2] geschetste omstandigheden is de kantonrechter dan ook van oordeel dat van een schending van de klachtplicht geen sprake is.
Het overeengekomen loon
4.10.
Partijen twisten over de hoogte van het loon. Volgens Happy Smile bedraagt die, anders dan in de arbeidsovereenkomst is vermeld, € 2.400,- bruto per werknemer per maand, en volgens [eiser 1] en [eiser 2] € 3.000,- bruto per werknemer per maand.
4.11.
Tussen partijen is niet in geschil dat in de arbeidsovereenkomsten staat dat het maandloon van [eiser 1] en [eiser 2] € 3.000,- bruto per werknemer bedraagt. Dit bedrag is ook vermeld op de overgelegde loonstroken en het nettoloon van de loonstroken komt overeen met het bedrag dat Happy Smile aan [eiser 1] en [eiser 2] heeft betaald. Happy Smile stelt echter dat afwijkende loonafspraken zijn gemaakt. [naam 1] heeft tijdens de zitting toegelicht dat een hoger loon is afgesproken, zodat [eiser 1] en [eiser 2] een huis konden kopen en dat het verschil in loon – namelijk € 867,23 per persoon per maand, waarvan € 267,23 aan loonbelasting – na een tijdje door [eiser 1] en [eiser 2] terugbetaald zou worden. [eiser 1] en [eiser 2] betwisten dit.
4.12.
Happy Smile heeft ter onderbouwing van haar stelling gewezen op het WhatsApp-bericht waarin de boekhouder van Happy Smile aan [eiser 1] en [eiser 2] meedeelt dat zij per persoon een bedrag van € 867,23 per maand aan Happy Smile moeten terugbetalen en heeft bankafschriften overgelegd waaruit volgt dat [eiser 2] in 27 juni, 9 juli en 2 augustus 2024 verschillende bedragen van in totaal € 1.203,38 aan Happy Smile heeft betaald. [eiser 1] en [eiser 2] erkennen dat zij loon aan Happy Smile terugbetaald hebben, maar betogen dat zij dit gedaan hebben omdat Happy Smile hen daar wegens mislukte investeringen in Dubai en Iran om heeft gevraagd. Omdat [eiser 1] en [eiser 2] financieel afhankelijk waren van Happy Smile, hebben zij hier gehoor aan gegeven, aldus [eiser 1] en [eiser 2] . Daarnaast valt volgens [eiser 1] en [eiser 2] niet in te zien waarom het loon zo kort na de aanvang van het dienstverband al terugbetaald moest worden.
4.13.
Nu [eiser 1] en [eiser 2] gemotiveerd hebben betwist dat aanvullende loonafspraken zijn gemaakt, ligt het op de weg van Happy Smile – als de partij die zich op de rechtsgevolgen van haar stelling dat die aanvullende loonafspraken wel zijn gemaakt – om deze stelling te bewijzen (artikel 150 Rv Pro). Zij wordt hier dan ook toe opgedragen. Als Happy Smile in dit bewijs slaagt, komt vast te staan dat partijen een maandloon van € 2.400,- bruto per persoon zijn overeengekomen. Als Happy Smile niet in dit bewijs slaagt, komt vast te staan dat het maandloon € 3.000,- bruto per persoon bedraagt. Aan de hand de uitkomst van de bewijsopdracht zal het loon over de periode van 1 september 2024 tot en met 30 april 2025 worden toegewezen.
De eindafrekening
4.14.
Omdat de arbeidsovereenkomst is geëindigd, is Happy Smile gehouden om binnen een maand na het eindigen van de arbeidsovereenkomst een eindafrekening aan [eiser 1] en [eiser 2] te verstrekken en te voldoen. Partijen verschillen van mening over de vraag of dit gebeurd is. [eiser 1] en [eiser 2] stellen dat Happy Smile de vakantiebijslag en de resterende vakantiedagen nog niet heeft uitbetaald, terwijl Happy Smile stelt dat de betalingen op verzoek van [eiser 1] en [eiser 2] aan hen contant zijn gedaan.
4.15.
Happy Smile heeft ter onderbouwing van haar stelling aangevoerd dat [eiser 2] in oktober 2024, dus na het tekenen van de vso’s, heeft erkend dat hij nog bedragen aan Happy Smile verschuldigd was voor een aantal verkeersboetes. Volgens Happy Smile blijkt daaruit dat zij niets meer aan [eiser 1] en [eiser 2] verschuldigd zou zijn. Happy Smile wordt echter in haar stelling niet gevolgd. Uit de enkele toezegging van [eiser 2] dat hij de verkeersboetes zou (terug)betalen – voor zover dit waar zou zijn – kan niet zonder meer worden geconcludeerd dat Happy Smile de eindafrekening al heeft voldaan.
4.16.
De stelling van Happy Smile dat zij de bedragen aan vakantiebijslag en resterende vakantiedagen reeds contant heeft voldaan is een zogenaamd bevrijdend verweer. Dit betekent dat Happy Smile van die stelling de bewijslast draagt (artikel 150 Rv Pro). Happy Smile beroept zich namelijk op een door haar gewenst rechtsgevolg, te weten dat de betalingsverplichting teniet is gegaan doordat zij bevrijdend aan [eiser 1] en [eiser 2] heeft betaald. Gelet daarop draagt de kantonrechter Happy Smile op om haar stelling te bewijzen. Als Happy Smile in dat bewijs slaagt, komt vast te staan dat de gevorderde vakantiebijslag en de resterende vakantiedagen reeds zijn voldaan. In dat geval hebben [eiser 1] en [eiser 2] daar geen recht op en zullen hun vorderingen tot betaling daarvan worden afgewezen. Slaagt Happy Smile echter niet in het bewijs, dan worden de vorderingen van [eiser 1] en [eiser 2] tot betaling daarvan toegewezen. Happy Smile heeft de hoogte van de gevorderde bedragen namelijk niet betwist.
Bewijsopdrachten
4.17.
Ten aanzien van de bewijsopdrachten wijst de kantonrechter partijen erop dat zij – indien Happy Smile bewijs door middel van getuigen wil leveren – er rekening mee moeten houden dat de kantonrechter aansluitend aan het getuigenverhoor een mondelinge behandeling kan houden om inlichtingen over de zaak te vragen, partijen gelegenheid te geven hun standpunten nader te onderbouwen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden. Zij moeten daarom in persoon op de getuigenverhoren verschijnen. Een rechtspersoon moet ter zitting vertegenwoordigd zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en bevoegd is tot vertegenwoordiging.
4.18.
Bij het oproepen van de getuigen moet er rekening mee worden gehouden dat het verhoor van een getuige gemiddeld 60 minuten duurt. De namen en woonplaatsen van de getuigen en de tijdstippen waartegen zij zijn opgeroepen, dienen ten minste een week voor het verhoor aan de wederpartij en aan de griffier van de kantonrechter te worden opgegeven.
4.19.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
draagt Happy Smile op te bewijzen dat:
a. het loon van [eiser 1] en [eiser 2] per persoon € 2.400,- bruto per maand bedroeg (zie hiervoor onder 4.13.),
b. Happy Smile de vakantiebijslag en de resterende vakantiedagen aan [eiser 1] en [eiser 2] reeds heeft voldaan (zie hiervoor onder 4.16.),
5.2.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
donderdag 5 februari 2026voor uitlating door Happy Smile of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,
5.3.
bepaalt dat, als Happy Smile geen bewijs door het horen van getuigen wil leveren maar wel
bewijsstukkenwil overleggen, zij die stukken uiterlijk op
donderdag 5 februari 2026 om 10:00 uurin het geding moet brengen door de stukken aan de rechtbank en de gemachtigde van [eiser 1] en [eiser 2] over te leggen,
5.4.
bepaalt dat, als Happy Smile
getuigenwil laten horen, zij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun gemachtigden in de maanden
maart 2026 tot en met mei 2026binnen 14 dagen na vandaag aan de rechtbank zal opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald, en dat Happy Smile de getuigen bij exploot dient op te roepen,
5.5.
bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de zitting van mr. H.D. Coumou, kantonrechter, in het gerechtsgebouw te Amsterdam, Parnassusweg 280,
5.6.
bepaalt dat
alle partijenuiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor
alle beschikbare bewijsstukkenaan de kantonrechter en de wederpartij moeten toesturen,
5.7.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.D. Coumou, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. M.E. Zwart da Silva Palma, griffier, op 8 januari 2026.
64183