Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de voorzieningenrechter van 31 maart 2026 in de zaak tussen
[verzoeker 2], uit [plaats 2] (Slowakije), verzoekers
de raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, verweerder
Procesverloop
mr. P. Stahl-de Bruin.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
A1-verklaring niet langer mogelijk bleek, is [verzoeker 2] begin januari 2026 overgeplaatst op de Belgische payroll. Op dit moment worden door [verzoeker 1] dus zowel in België als in Nederland sociale premies afgedragen. Niet gebleken dat dit [verzoeker 1] in financiële moeilijkheden brengt. Op de zitting heeft de gemachtigde van verweerder toegelicht dat [verzoeker 2] hoe dan ook verzekerd is, of dit nu in België of in Nederland is. Dit volgt uit Europese regelgeving. Voor zover achteraf blijkt dat ten onrechte premies zijn betaald, wordt dit gecorrigeerd door verrekening. Ook dit is Europeesrechtelijk geregeld. Dat [verzoeker 2] op dit moment in onzekerheid verkeert over zijn definitieve socialezekerheidspositie en dit onwenselijk is gezien de zwangerschap van zijn partner, is begrijpelijk, maar maakt niet dat sprake is van onverwijlde spoed.